Voordeel voor werken over grens?

Lotte Pelckmans (29) uit Leiden werkt een groot deel van het jaar als onderzoeker in Afrika. Ze wil weten of zij en haar vriend gebruik kunnen maken van een speciale fiscale regeling voor medewerkers die zijn uitgezonden door hun werkgever. Pelckmans: „Ik heb iets opgevangen over een bestaande belastingregeling die belastingvoordeel biedt voor mensen die in het buitenland verblijven voor hun werk. Voor mij en mijn vriend is dit het geval, maar onze werkgevers weten van niets en tasten in het duister.”

De regeling waar de briefschrijver op doelt, is bekend onder de naam ‘30 procentregeling’ of de ‘regeling voor extraterritoriale werknemers’. Deze is bedoeld voor werknemers die regelmatig naar het buitenland worden uitgezonden. Op basis van deze regeling kan een onbelaste vergoeding van 30 procent worden betaald. Deze moet de kosten compenseren die de werknemer niet zou hebben gemaakt als hij niet zou zijn uitgezonden naar het buitenland. Het gaat dan om extra kosten voor bijvoorbeeld huisvesting, taalcursussen of kosten voor het onderhouden van contact met familie.

In plaats van het vergoeden van deze kosten aan de hand van ingeleverde bonnetjes, heeft de werkgever ook de mogelijkheid om een vergoeding bovenop het maandelijkse loon uit te keren. De fiscus staat toe dat deze vergoeding belastingvrij is, als het gaat om een vergoeding die niet hoger is dan 30 procent van het loon. In dit geval hoeven geen bewijsstukken te worden bewaard van de gemaakte kosten.

Op basis van de gegevens in de mail komt de vraagsteller in aanmerking voor de regeling. Het geldt onder andere voor mensen die werken in ontwikkelingslanden in Afrika, maar ook bijvoorbeeld voor militairen die worden uitgezonden. Daarbij moet het gaan om een uitzending naar het buitenland voor tenminste 45 dagen binnen een periode van 12 maanden. Daarbij schrijft de wet voor dat deze periode moet bestaan uit onafgebroken perioden van ten minste 15 dagen.

Fiscaal specialist Wim Kanbier van PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs legt uit dat de werknemer die gebruik wil maken van de regeling wel afhankelijk is van de medewerking van de werkgever. Kanbier: „Deze moet immers voorzien in de vergoeding van gemaakte kosten of in het uitkeren van de vergoeding van 30 procent van het loon.” Vooral die laatste regel kan administratief ingewikkeld zijn. „De werkgever moet een deel van het loon bestempelen als onbelaste vergoeding en het daarmee ook in de loonadministratie verwerken.”

De fiscalist legt uit dat de uitkering van een belastingvrije extraterritoriale vergoeding niet vanzelfsprekend de beste keuze is voor de werknemer. Kanbier: „Vaak worden in dergelijke situaties door de werkgever de werkelijke extraterritoriale kosten vergoed. De praktijk laat zien dat deze hoger kunnen zijn dan 30 procent van de inkomsten uit tegenwoordige arbeid.”

Het loont dus de moeite om samen met de werkgever wat rekenwerk vooraf te doen, weet Kanbier.

Cleo Scheerboom