Persoonlijke voorkeur

De Amerikaanse ambassadeur in Nederland heeft nog geen gesprek aangevraagd met premier Balkenende (CDA). Na de ontboezeming van staatssecretaris Bussemaker (Volksgezondheid, PvdA) dat zij het een „grote ramp” zou vinden indien Barack Obama niet de volgende president van de VS wordt, lijken de relaties met Washington nog op orde. De opwinding van het Kamerlid Van Baalen (VVD), die eist dat Bussemaker excuses maakt, is vooral een zomerzotheid.

De opmerkingen van Bussemaker zijn vanuit internationaal perspectief dan ook niet zo interessant. Dat zijn ze wel waar het gaat om het Nederlands staatsrecht. Een wezenlijke voorwaarde voor het goed functioneren van het systeem van coalitieregeringen is de afspraak dat bewindspersonen niet voortdurend hun persoonlijke politieke opvattingen moeten ventileren over relevante aangelegenheden. De regel luidt dat de regering met één mond spreekt.

Dat ondervond vicepremier en minister Bos (Financiën, PvdA) bijvoorbeeld toen hij zich in februari ook in positieve zin uitliet over Obama als „de meest inspirerende” kandidaat. Balkenende tikte Bos toen op de vingers. De officiële lijn van het kabinet is dat de Nederlandse regering geen voorkeur heeft.

Aan die lijn morrelt Bussemaker nu. Kennelijk doet zij dat met opzet en heeft zij een bedoeling. Want de staatssecretaris is niet, zoals bijvoorbeeld haar partijgenoten minister Cramer (Milieu) of minister Vogelaar (Wonen, Wijken en Integratie), een vakspecialist uit het veld die is ingehuurd voor een bestuurlijke functie. Zo’n vakminister kan bij vergissing een voetstap in een pas ingezaaid bloembed zetten. Bussemaker is een Binnenhofpoliticus en dat liet zij ook blijken.

Toen haar gevraagd werd of zij een nieuw kabinetsstandpunt naar voren bracht, antwoordde ze „natuurlijk niet”. Zij vond ook dat „iedereen recht heeft op een ander standpunt in deze”.

Volgens Bussemaker zou het „een beetje te gek voor woorden zijn als we nooit meer mogen zeggen door wie we ons persoonlijk aangesproken voelen”. Haar Obama-filie was kortom haar „persoonlijke opvatting”.

Er valt veel voor de redenering van Bussemaker te zeggen, maar zij heeft wel ongelijk. Nederlandse bewindspersonen mogen er natuurlijk persoonlijke opvattingen op na houden. Maar de meeste daarvan moeten binnen de omheining van hun tanden blijven. Zeker als er een politieke lijn over een onderwerp is, dienen zij zich te voegen. Dat ondervond toenmalig minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA) toen hij zijn eigen waarheid naar buiten bracht over de oorlog tegen Irak.

Het verschil is natuurlijk dat het toen ging om een relevante politicus over een gevoelig en belangrijk thema. In dit geval gaat het om een staatssecretaris die drie doelen heeft: surfen op de populariteit van Obama, het uitdelen van een pedagogische tik aan de eigen partijleider die zich te makkelijk in de hoek liet zetten en een provocatie aan het adres van Balkenende. Waarvan akte.