Ook Tourbaas wil tong op ’t stuur zien

De 95ste Tour de France verliep niet helemaal volgens het droomscenario van directeur Christian Prudhomme.

Hij zou de voorbije Tour graag gevolgd hebben als journalist. Het waren drie weken vol passie. Een open Tour met kleine verschillen tussen de favorieten en met zeven verschillende geletruidragers, razend spannend, aldus de directeur van de Tour de France. „Hier had ik dolgraag commentaar bij gegeven, zeker weten”, zei Christian Prudhomme afgelopen weekeinde in à notre tour, een blad dat tijdens de Ronde dagelijks wordt gemaakt door ‘les jeunes reporters du Tour de France’, tieners die werden ingeloot om de Tour te volgen als journalist.

Geen schandalen, renners die afzien en veel mensen langs de weg en voor de buis, dat was de wens van Prudhomme voor deze 95ste editie. Op vier dopinggevallen na kreeg de directeur van de meest prestigieuze wielerwedstrijd zijn zin. De Ronde van Frankrijk werd dagelijks uitgezonden in 140 landen, dit jaar voor het eerst ook op de Filippijnen. Met kijkcijfers tot bijna zes miljoen per etappe werd de Tour in Frankrijk als nooit eerder gevolgd, en de wielerwedstrijd trok twee keer zoveel kijkers als het tennistoernooi Roland Garros. Als voormalig tv-journalist bij de Franse televisiezenders Antenne 2 en France 3, de rechtenhouders op de Tour de France, klonken die cijfers Prudhomme als muziek in de oren. De Tour is wereldwijd het op twee na best bekeken sportevenement, na de Olympische Spelen en het wereldkampioenschap voetbal.

Ook langs de weg bleef het druk. Vooral de ritten naar Prato Nevoso in Italië en de klassieker naar Alpe d’Huez trokken grote mensenmassa’s. En zondagochtend om half tien stonden de wielerfans al te dringen bij de dranghekken langs de Champs-Elysées, stelde Prudhomme tevreden vast. Een miljoen mensen kwamen naar Parijs om de Tour de France uit te zwaaien. Steden willen maar al te graag de Tour ontvangen als start- of aankomstplaats. Voor de editie van volgend jaar waren er 231 aanvragen uit binnen- en buitenland. Tot nu is alleen bekend dat de Tour van 2009 van start gaat in het mondaine Monaco.

Vijf jaar geleden verliet Prudhomme zijn veilige stek bij de televisie om in dienst te treden van Amaury Sport Organisation (ASO), onder meer eigenaar van de sportkrant L’Equipe maar vooral ook de organisator van de Tour de France. Prudhomme liep drie jaar ‘stage’ bij de voormalige Tourbaas Jean-Marie Leblanc en stond vorig jaar voor het eerst als directeur aan de leiding van de koers – bij een editie die werd gekenmerkt door dopingschandalen en de steeds hoger oplopende ruzie tussen ASO en de internationale wielerunie UCI.

Die ruzie culmineerde in het vertrek van Raborenner Michael Rasmussen, die had gelogen over zijn verblijfplaats voor de Tour om op die manier dopingcontroles te ontlopen. Volgens de ASO en Prudhomme had Rasmussen, op het moment dat hij werd weggestuurd door Rabobank in de gele trui, nooit aan de Tour mogen starten. Er werd dan ook druk uitgeoefend op Rabo, zelfs via de krant L’Équipe, die kopte ‘il est trop fort’, hij is té sterk.

Een tweede geval-Rasmussen wilde Prudhomme hoe dan ook vermijden en daarom nam hij dit jaar de teugels strak in handen. Hij koos resoluut voor een Franse regie, met Franse wedstrijdreglementen en Franse dopingcontroles. Geen officials van de UCI, geen wereldantidopingagentschap WADA in deze Ronde van Frankrijk. Geen enkel risico ook. Tom Boonen betrapt op cocaïne? Dan komt hij niet naar de Tour! „Ze zijn ontzettend bang bij ASO, schuwen elk risico. Daar is Tom het slachtoffer van geworden”, zegt Patrick Lefevere, manager van Boonens ploeg Quickstep. „Voor Prudhomme zijn er maar twee sterren in het wielrennen: Cancellara en Boonen. Hij kan met hen geen enkel risico nemen.” Daar komt bij dat Prudhomme en zijn baas, ASO-directeur Patrice Clerc, dagelijks verantwoording moeten afleggen aan ‘madame Amaury’, de enige echte baas van het concern. En bij haar op het matje worden geroepen is geen kleinigheid, wordt gefluisterd in de Tourkaravaan.

Lefevere ging nog voordat de Tour begon naar Parijs om Prudhomme op andere gedachten te brengen. Dat mislukte. Toch is Lefevere niet boos of rancuneus. Hij is het vaak niet eens met Prudhomme, maar hij meent wel dat de baas van de Tour het allerbeste voorheeft met het wielrennen. Dat daar soms vraagtekens bij worden geplaatst komt doordat hij koel en zakelijk oogt en spreekt, en omdat hij geen verleden heeft als renner of als redacteur bij de krant, zoals zijn voorgangers. „Prudhomme is zonder meer gepassioneerd door wielrennen”, aldus Lefevere, die hem daarom kan vergeven dat hij soms wat doordraaft in zijn missie om het wielrennen ‘schoon’ te maken.

Als jongetje zat Prudhomme (47) samen met zijn vader aan de radio gekluisterd tijdens de Tour. Toen was tv nog niet zo dominant. Dat kwam later, met de zege van Bernard Thévenet in 1977 – het hoogtepunt voor Prudhomme. Als kind speelde hij ritten na met kleine plastic renners, op heuvels en cols van zand. De meest droevige dag van het jaar was de dag dat de Tour aankwam in Parijs, want dan was het weer een jaar lang wachten op een nieuwe Tour.

Hij ging de journalistiek in om verhalen te kunnen vertellen en verslag te doen op plaatsen waar andere mensen niet kunnen of mogen komen. Hij werd Tourverslaggever, een jongensdroom. Als hij niet door ASO was gevraagd om directeur te worden van zijn favoriete wedstrijd, dan was hij nog altijd Tourverslaggever geweest, en met veel plezier, zegt hij zelf. „Maar de Tour is het allergrootste, daar kun je geen nee tegen zeggen”, zei hij bij zijn aantreden.

Prudhomme mag dan een man zijn van de televisie, hij is er ook een van de oude stempel. Een liefhebber die graag teruggrijpt naar de traditie, naar de bron van de Tour, naar Henri Desgrange, die in 1903 de Tour uitvond om de dalende oplage van zijn sportkrant nieuw leven in te blazen. Desgrange vond de Tour te licht als er meer dan 20 van de 100 deelnemers Parijs bereikten, vond de introductie van het verzet een inbreuk op de traditie van het wielrennen, en stuurde de renners voor het eerst de Aubisque op, waar toen nauwelijks een weg lag. Het was de tijd van de ‘dwangarbeiders van de weg’, en Desgrange genoot ervan. Net als zijn krantenlezers.

Zo sadistisch als de oprichter van de Tour de France is Prudhomme niet. „Maar ik snap wel dat mensen lijden willen zien. Een renner die vrolijk fluitend vijf cols opstormt en bij aankomst nog adem over heeft, dat vinden fans niet geloofwaardig. De tong op het stuur, hijgend, kreunend, met vermoeide ogen en wijd opengesperde mond de finish halen – dat heeft de voorkeur. Dat is goede, geloofwaardige televisie. Renners die uitstijgen boven zichzelf. Die iets onmenselijks presteren dat er ook onmenselijk uitziet, dat maakt de wielersport weer geloofwaardig”, zei Prudhomme tegen de jonge verslaggevers in de Tour.

Op die manier groeien ook de volgende generaties op met hun nieuwe helden, met de opvolgers van Maurice Garin, Philippe Thys, Louison Bobet, Jacques Anquetil, Eddy Merckx, Bernard Hinault, Miguel Indurain en Lance Armstrong. Zonder dopingschandalen. Pas dan is de missie van Christian Prudhomme helemaal geslaagd.