Laat Irakese sporters niet dupe zijn van politiek

Sporters uit Irak worden bij de Olympische Spelen geweigerd omdat de Irakese regering zich met hen bemoeit. Die regel wordt wel erg selectief toegepast, vindt Albert Jan Shi.

Tien dagen voordat de Olympische Spelen in Beijing aanvangen, heeft het Internationaal Olympisch Comité (IOC) Irak uitgesloten van de deelname aan het grootste verbroederingssportevenement ter wereld. De Iraakse delegatie legt zich er nog niet bij neer. Voor twee Irakese atleten is de uitkomst nog niet definitief maar voor de boogschutter, de judoka, de gewichtheffer en de twee roeiers is de deadline van registratie al verstreken.

De reden voor uitsluiting is: ‘politieke inmenging’ in het bestuur van het Irakese Nationaal Olympisch Comité (NOC). Conform de richtlijnen van het IOC moet het NOC geheel politiek onafhankelijk zijn. Het besluit van het IOC getuigt van opportunisme en onrechtvaardigheid tegenover de sporters.

Wat is er aan de hand? Het Irakese NOC was in 2004 opnieuw geïnstalleerd. Kort daarop beschuldigde de Irakese regering het bestuur van het NOC van corruptie. In 2006 zijn de bestuursleden ontvoerd en nooit meer teruggekeerd. Hierna werd het NOC door het ministerie van Sport bestuurd. Op basis van dit feit wordt Irak nu uitgesloten van deelname aan de Spelen, omdat artikel 28 en 29 van het Olympisch Manifest voorschrijft dat een NOC geen politieke inmenging in deze sportorganisatie tolereert. De Irakese regering weigerde zich terug te trekken uit het NOC-bestuur. Het gevolg is uitsluiting van de competitie.

Als het IOC echter een land wil uitsluiten vanwege de ‘politieke inmenging’ dan moet zij beginnen met het gastland China. Er is geen land ter wereld waar de overheid zich zoveel met het Olympisch comité heeft bemoeid als China. Die bemoeienis gaat over financiële zaken, de organisatie, marketing & propaganda, de beloning van de winnaars en het trainingsprogramma van de sporters. De staatsbemoeienis van de herhaalde aanvraag van Beijing voor gastheerschap was een publiek geheim. De Chinese overheid heeft de Spelen op een ongebruikelijke manier gepromoot om haar opkomst op het wereldtoneel te benadrukken.

Naast China zijn er talloze andere landen waar de overheid een dikke vinger in de pap van de NOC’s heeft. In landen als Cuba, Iran en Noord-Korea zijn de Olympische Spelen een nationale aangelegenheid waar het NOC in werkelijkheid de richtlijnen van de regering volgt. Er is geen ‘politieke inmenging’. Nee, het NOC is de politiek zelf. Zelfs binnen Europa is die onafhankelijkheid van het NOC niet overal even goed gewaarborgd. Een geheel non-politieke NOC bestaat niet.

Het IOC heeft geen politieke boodschap maar wel een politieke moraal. In het verleden begaf zij zich wel degelijk in de internationale politieke arena. Zo werd Tokyo gestraft voor de Japanse invasie in China in 1937; de reeds toegekende nominatie werd aan Helsinki gegeven (later geannuleerd wegens WO II). In 1976 weigerde het IOC Nieuw Zeeland te verbannen waarna een boycot door 28 Afrikaanse landen volgde. In datzelfde jaar nam minister president Trudeau van het gastland zelf het initiatief om de ‘Republic of China’ te weren, omdat Canada net de ‘Peoples Republic of China’ had erkend. Zomaar een paar voorbeelden van verbanningen en boycotten.

Deelname aan de Spelen of de weigering ervan is altijd politiek en emotioneel beladen geweest. Het zijn altijd de individuele sporters die het onderspit moeten delven in een conflict. De Spelen van Beijing hebben van meet af aan veel voorstanders en tegenstanders op de been gebracht. De protesten over de mensenrechten, Tibet, Darfur en rond de Olympische fakkeltocht heeft het IOC extra alert gemaakt voor het ‘politieke component’ van de Spelen. De publieke opinie heeft het IOC gedwongen een standpunt in te nemen omtrent Tibet. Bij Irak heeft IOC nu wel erg Olympisch correct gehandeld.

Met het verbannen van Irak wil het IOC een krachtig beeld van onafhankelijkheid neerzetten, maar daarmee heeft het IOC zich wel erg ongeloofwaardig gemaakt. Vier jaar geleden in Athene werden de sporters van Irak nog met een ovatie binnengehaald. Nu is hun inspanning waarschijnlijk voor niks geweest. Een van de doelstellingen van het IOC is het bevorderen van de sport voor iedereen. Dus ook voor de Irakezen. Juist in een land als Irak heeft men verbroedering en eenheid nodig. Sport kan daarvoor het instrument zijn.

Laten we realistisch wezen: De Olympische Spelen is een en al nationale en internationale politiek. Maar de sporters zijn geen politici. Daarom moeten de sporters niet de dupe worden van de ogenschijnlijk rechtvaardige handhaving van Olympisch principes.

Drs. Albert-Jan Shi is economisch geograaf en nam in 2007 deel aan de Nationale Denktank