Kwaliteit in herrie

In de tram. Schuin voor je zit een zwerver zijn roes uit te slapen. Het is warm.

In je oor tettert ineens 50cent die klinkt alsof hij zijn raps in een roestig conservenblik heeft opgenomen. Je kijkt om en je ziet wat kids die mp3’s afspelen op hun mobieltje. Je vraagt je af hoe ze er naar kunnen luisteren. Niet de muziek op zich, maar hoe de muziek klinkt. Een digitale file van 96 kilobyte die niet beter klinkt dan de eerste opnames van Thomas Edison op zijn wassen rol.

Waarschijnlijk willen ze gewoon zo veel mogelijk muziek op de telefoon kunnen zetten en dan moeten de bestanden natuurlijk klein zijn. Gebruiksgemak, daar gaat het om. Muziek en beeld moeten overal beschikbaar zijn. De kwaliteit maakt niet zoveel uit. Als je in Limewire kijkt of in andere peer-to-peer programma’s vliegen de lage kwaliteitsmp3’s je om de oren. Ook in YouTube stromen de blokkerige beelden en overstuurde bassen je tegemoet. Het heeft er alle schijn van dat de audio- en videofielen tot een uitstervend ras behoren.

Op zich is dat niet zo erg, want wat heb je aan mensen die hun hele vakantie bezig zijn om, met behulp van een geodriehoek, de luidsprekers een centimeter naar links te verschuiven?

Waar het om gaat, is het herkennen van kwaliteit. Kunnen zien en horen dat iets beter kan. Niet zomaar genoegen nemen met datgene wat voorhanden is, maar een beetje meer moeite doen om iets duurzaams te vinden.

Dat houdt niet op bij je muziek of clips. Dat gaat door van je leefomgeving, het huis waarin je woont, het eten dat je tot je neemt tot de krant die je leest. Het vergt persoonlijke betrokkenheid, je bewust zijn van keuzes die je maakt.

Een gabberproducer vertelde me eens dat iedereen lawaai kon maken, maar lawaai zo hard mogelijk laten klinken, dat was een kunst op zich. Zo komt in een zee van herrie de kwaliteit toch bovendrijven.

Yassine Salihine

Wekelijks schrijft iemand een brief aan de next-generatie. Yassine Salihine (32) is redacteur van nrc.next.