Kleurige stokken met één fout

André Cadere: Peinture sans fin. In het Bonnefantenmuseum, Avenue Céramique 250, Maastricht. Di-zo 11-17 uur. Tot 14 sept. Inl: www.bonnefanten.nl

Niets anders dan ‘barres de bois rond’ maakte André Cadere (Warschau 1934-Parijs 1978). Dit zijn houten staven die bestaan uit met de hand vervaardigde cilindervormige segmenten, die hij beschilderde in verschillende kleuren. De lengte van ieder segment is gelijk aan zijn diameter. De opeenvolging van de kleuren van een staaf kent een bepaalde ordening, met daarin steeds één fout, zoals Cadere het noemde, of afwijking van de ordening. Het zijn vrolijke, glanzende staven, variërend van een paar decimeter lengte tot dikke stokken van enkele meters lang, maar nooit langer dan hij met zich mee zou kunnen dragen.

Cadere, die in de laatste paar jaar van zijn korte leven internationaal succes had, was in feite een activist. Hij gebruikte zijn staven om te ‘infiltreren’ in de kunstwereld en in de openbare ruimte. Met een stok over de schouder maakte hij lange wandelingen door Parijs en knoopte met passanten gesprekken aan over de kunst. Ook deed hij mee aan tentoonstellingen, waartoe hij vanaf 1975 werd uitgenodigd door galeries en musea. Maar even zo goed deed Cadere mee aan tentoonstellingen waarvoor hij níet was uitgenodigd. Tijdens tentoonstellingsopeningen probeerde hij museumdirecteuren en beroemde galeriehouders als Ileana Sonnabend en Yvon Lambert over te halen om een staaf in de expositie op te nemen. De discussies waren een belangrijk onderdeel van het werk. En als hij zijn zin niet kreeg had Cadere in zijn broekzak een noodstokje achter de hand dat hij dan stiekem ergens neerlegde. Zo hebben veel mensen zijn werk gezien, als ze het tenminste opmerkten: een gekleurde stok die anoniem en schijnbaar achteloos ergens in een hoek staat of ligt.

Het ging allemaal, zei Cadere in een interview in 1976, „over de positie van mijn werk in de kunstwereld.” Hij wilde machtsstructuren blootleggen door vragen te stellen als: van wie is het museum, van wie is de kunst, wie wordt buitengesloten en waarom? Wanneer hij een tentoonstelling had op een officiële plek, dan exposeerde Cadere zijn werk het liefst tegelijkertijd ook ergens in een café, waar hij het dan soms verkocht voor 30 francs per centimeter.

In het Bonnefantenmuseum is een overzichtstentoonstelling van Cadere te zien, die gemaakt is in samenwerking met het Musée d’Art de Ville van Parijs en de Staatliche Kunsthalle Baden-Baden. De verschillende strategieën die de kunstenaar hanteerde zijn hier te zien, van de ene staaf in de hoek tot installaties van staven in patronen op de grond. Op een film zien we Cadere die, als een soort graffiti, kleurstippen aanbrengt op muren en hekken in Parijs. Er is veel documentatie met foto’s, brieven en tekeningen. Erg mooi is de zaal met werk van de conceptuele Duitse kunstenaar Michael Krebber (1954), en ook het beroemde werk L’Entrée de l’Exposition van Marcel Broodthaers, in beide gevallen met staven van Cadere.

Cadere was zeker niet de enige kunstenaar in de jaren zeventig die museum en kunsthandel bekritiseerde. De Belg Broodthaers, de Fransman Daniel Buren, de Amerikaan Michael Asher, het Engelse duo Gilbert en George en vele, vele anderen deden dit, ieder op hun eigen manier, ook. Het interessante en meest eigene aan het werk van Cadere is dat hij zich consequent wist te onttrekken aan welk kader dan ook. Hij zit overal tussenin: zijn werk is geen schilderkunst, beeldhouwkunst, geen minimal art. We kunnen over zijn kunst niet spreken in termen van stijl en ontwikkeling, en het is toch weer te veel handwerk en te veel persoonlijke signatuur om conceptuele kunst te zijn. Cadere was een kunstactivist die niet schroomde om, als het zo uitkwam en met steeds dezelfde instrumenten, een „klassieke tentoonstelling” te maken in een galerie. Deze dubbelzinnigheid, van het er zijn en er niet zijn, meedoen en niet meedoen, bekritiseren en profiteren, maakt hem heel interessant voor de kunst van nu.