Kiel-Windeweer, mooi gemist

De auteurs, wildkampeerders, fietsen door de provincie Groningen op zoek naar verhalen. Op hun tocht van Haren naar Stadskanaal (44 km) belanden zij in een klein recreatieparadijs .

„Hebben jullie hulp nodig?” Bijna schrikken we van de onverwachte vriendelijkheid langs de kant van de weg. Sinds het afscheid van het chique Haren hebben we geen woord meer gewisseld met de lokale bevolking.

Het dorpje Onnen waar we doorheen gaan, vergeten we op slag. Zo gaat dat bij het langeafstandsfietsen. Je komt door het ene na het andere stadje, dorp of gehucht en alles wat zich niet onderscheidt, blijft niet in het geheugen hangen. Noordlaren, Zuidlaren: tamelijk non-descript grensgebied met Drenthe, hoewel enkele tureluurs ons vanaf een paar aardhopen bij het Zuidlaardermeer lijken toe te roepen: „Dit is een weidevogelgebied, speciaal voor ons uit de planologische koker geschud!”

Verder een hondenvrouwtje op bergschoenen en nog wat losse streekbewoners met tegen de zon dichtgeknepen ogen en verbaasde en onderzoekende blikken.

En nu dus een hulpvaardige wielrenner in de berm. Een echte fietser. Wielrentenue, scherpgesneden kop en behoorlijke kuiten. Eigenlijk zijn we nog maar net neergehurkt bij de kaart, maar de wielrenner staat al te popelen om ons de weg te wijzen. Moeiteloos beveelt hij twee, drie fraaie fietsroutes aan. De wielrenner komt uit Kropswolde, een dorpje bij Hoogezand-Sappemeer.

Iedere doordeweekse dag gaat hij op de fiets heen en weer naar werkstad Assen. Fietsen en wildkamperen, dat vindt hij wel mooi. Doet hij zelf ook, als hij alleen is tenminste. Tijdens de fietstocht naar Rome die hij een keer ondernam, moest er wel iedere dag een camping aan te pas komen. Maar ja, toen was hij met zijn vrouw op pad.

De wielrenner doorbreekt onze besluiteloosheid door ons in de richting Kiel-Windeweer te sturen: een dorpje in een karakteristiek oud-Gronings landschap. „Dat moet je een keer in je leven gezien hebben”, zegt hij, alsof we hier nooit meer zullen terugkeren. We geven toe, eten een banaan en gaan welgemoed op weg.

Zomergroen en uitgestrekt zijn de velden. Auto’s rollen als geluidloos speelgoed door het landschap. In een weiland zien we drie buizerds en een tweetal blauwe reigers. De buizerds log en loom, de reigers kwiek en op lange poten. Ze zijn uit op de overvloed aan muizen hier, dat kan niet anders. Op een hoogspanningsleiding zit een torenvalk met onwezenlijk gele poten. In vooraanzicht toont hij de ondoorgrondelijkheid van een Egyptische hiëroglyfenvalk.

Kiel-Windeweer vinden we niet. Het duurt niet lang of de naam begint mythische proporties aan te nemen. En daar blijft het bij. We kunnen zoeken zoveel we willen, het beloofde oud-Groningse landschap gaat aan onze neus voorbij.

Klachten over de bewegwijzering ontsnappen in rauwe vorm onze lippen en morrend verzeilen we steeds dieper in Drenthe. Annen, Gieten, Gasselte, Gasselternijveen. Mooie namen en mooie gebieden, maar we balen van Kiel-Windeweer.

De avond vordert en we moeten aan overnachten gaan denken. In Stadskanaal – terug op Gronings grondgebied –, ontdekken we achter een nieuwbouwwijk een klein recreatieparadijs. Zo’n typisch aangelegd ontspan-je-of-ik-schietgebied, compleet met bruggetjes en een nordicwalkingroute. We zijn er blij mee.

Een nieuwbouwhond neemt de volgende ochtend voortvarend het reveil op zich. We vinden het niet erg, het Groningse land ligt al op ons te wachten. Felle kleuren van uitdagend graan en gerst. Klopt dat eigenlijk wel? Wat verbouwt men hier? Alsof ze de hele morgen op deze vragen heeft gewacht, verschijnt de boerin van het naburige land ten tonele. Graan is de verzamelnaam van tarwe en gerst, legt ze uit. Hier staat tarwe op de velden en dat wordt verwerkt in brood en voer voor de beesten. De boerin spreekt van „hier in de Veenkoloniën” en zegt „Wat is er?” als ze iets niet verstaat.

Ook de omwonenden komen los. Een mooi plekje is het hier, niet? We krijgen verschillende ondervragingen te verduren.

De Groninger heeft niet veel woorden nodig, maar is wel nieuwsgierig. We geven geduldig antwoord en maken ons klaar voor vertrek. In de bosrand zingt een geelgors, hij krijgt antwoord uit het veld. Er wacht een nieuwe dag.