In Nieuw-Calcata kan men de hemel aanraken

Ze kwamen overal vandaan, de allochtonen van het Italiaanse dorp Calcata. Nederland, Texas, en nu ook uit het nabijgelegen Rome. De autochtonen verlieten opgelucht de Middeleeuwen. Eindelijk een echt huis met wc.

De Heilige Voorhuid van Jezus lag er ruim vier eeuwen opgeborgen in een kistje. Egyptologe en kunstenares Athon Veggi slaapt er tussen kraaien in een grot en probeert de relatie tussen aarde en kosmos te doorgronden. Schilderes Simona Weller zoekt naar de symbiose tussen geschreven tekst en visuele kunst. En beeldhouwer Costantino Morosin wil via de satelliet zijn tekeningen op de aarde projecteren, zodat gebruikers van navigatieapparatuur die op hun beeldscherm zien verschijnen.

Geur van houtkachels en vochtige steen. Duiven fladderen onder de poort van de Via degli Anguillara. Calcata, 45 kilometer ten noorden van Rome, is nog altijd de versterkte vesting die het in de Middeleeuwen was. Hier geen moderne betonnen huizen rondom een historisch centrum. Alles ademt andere tijden, auto’s lopen er vast in de wirwar van steegjes. „Dit was een eindpunt”, zegt Marijcke van der Maden, de Nederlandse poppenmaakster die zich hier in 1984 vestigde.

De 800 oorspronkelijke bewoners zijn vertrokken. Ze hebben hun huizen verkocht aan 80 figuren met uitzonderlijke, grote fantasie. Kunstenaars, oude hippies en escapisten die deze rots geleidelijk hebben overgenomen van de hazelnotenverzamelaars en kleine boertjes.

Door de week is het er doodstil en werkt iedereen voor zichzelf aan zijn droom. In het weekend arriveren de dagjesmensen. Ze slingeren hun auto door het dicht beboste natuurpark van de Treia-vallei. Ze parkeren in file al op een kilometer voor het dorp. De galeries openen hun deuren, de restaurantjes en souvenirwinkeltjes doen hun zaken, opdat de bewoners maandag hun zelfgekozen isolement weer kunnen voortzetten. „We werken hier twee dagen, opdat we daarna geld hebben om vijf dagen te kunnen rusten”, grapt de Texaanse choreograaf en danser Pancho Garrison, die in zijn grot een eetlokaal heeft geopend.

Een stevige aardschok in 1908 bij de Siciliaanse stad Messina ligt aan de basis van de sociale aardbeving die zich in Calcata heeft voltrokken. De Italiaanse regering bepaalde in 1935 dat alle dorpjes die op instorten stonden, moesten worden afgebroken. Calcata ontspruit aan een 150 meter hoge vulkanische rots die in een vloeiende beweging overgaat in de huisjes. De woningen zijn gebouwd van tufsteen, dat de bewoners uit de rots onder hun dorp hakten. Gelegen op die gatenkaas van grotten was ook het vestingstadje Calcata volgens de sloopwet te instabiel en gevaarlijk om voort te bestaan.

De Tweede Wereldoorlog bracht uitstel van executie. Maar in de jaren vijftig werd de verordening officieel. Alle Calcatezers moesten hun huizen verlaten. Zij kregen een nieuw stuk land iets hoger op de berg tegenover de rots. Hier groeide vanaf 1964 Nieuw-Calcata.

Giovanni di Giovanni, nu wethouder van dit dorp, was toen tien jaar. Zijn vader en nog vijf andere families betrokken als eersten de gloednieuwe volkswoningen. „Het was of we met één hand de hemel aanraakten. Een echt huis met keuken, badkuip en wc.”

In die eerste jaren waren de Calcatezers blij met hun noodgedwongen overplaatsing. Slechts 500 meter lopen was het van de Middeleeuwen zonder stromend water, riolering en gas naar de moderne tijd. De volksverhuizing duurde twintig jaar. Zoveel tijd hadden ze nodig om geld bijeen te schrapen en in het weekend te metselen aan hun droomwoningen. Groot bouwden ze, nadat ze generaties met hele families op twintig vierkante meter hadden geleefd. Nog altijd zijn veel huizen van buiten niet af. Grauwe tufstenen façades somberen de bezoeker tegemoet in Nieuw-Calcata.

Giovanni: „Veel mensen financierden hun nieuwe woningen door hun huisjes in het oude Calcata te verkopen”. Stedelingen uit Rome zochten ruimte, natuur en vrijheid. Ze namen de vervallen kamers, grotten en lokalen over. „Aanvankelijk waren het hippies die hier ver van de politie op hun gemak met drugs konden experimenteren”, vertelt Van der Maden. „Elke avond was het feest”, herinnert de Texaan Pancho Garrison zich. Inmiddels is het wat rustiger in Calcata. De hippies zijn op leeftijd of vertrokken en er kwamen nieuwe bewoners: architecten, journalisten, kunstenaars die vaak elders hun inkomen verdienen maar hier creëren.

Volgens Garrison zijn de voormalige dorpsbewoners gefopt door de geschiedenis. „Zij moesten weg. Menigeen zal nu jaloers zijn op wat wij hier hebben opgebouwd.”

Van der Maden betaalde in 1984 6.500 euro voor haar kamertje van vijftien vierkante meter met hoogslaper. „Vijf eigenaren gingen met me mee in de auto naar de notaris. Daar tekende ik een akte waarin stond dat het verboden was om in het huis te wonen. Dat risico nam ik toch, en namen de anderen.”

Tien jaar knokten de nieuwe bewoners om de bureaucraten zo ver te krijgen dat het dorp weer bewoonbaar werd verklaard. De natuur was hun getuige. Diverse zware aardschokken hadden het gebied getroffen, maar in Calcata was geen steen van zijn plek geschoven.

Begin jaren negentig kwam de woonvergunning. Met subsidie werd de rots verstevigd door bergbeklimmers die al bungelend aan het tufsteen de breuken injecteerden. Van der Maden: „Ze metselden de muurtjes op, zodat we niet van de rots zouden vallen.” Maar voor de rest moesten de bewoners alles zelf doen: de bestrating, de bedrading. Bij gebrek aan riolering eindigt wat ze op de wc achterlaten nog altijd 150 meter dieper in de vallei. De pijpen waarlangs dat geschiedt, zijn onlangs twintig meter verlengd, zodat het ’s zomers niet meer stinkt.

Mooi zijn de huizen van binnen. De woonkamer van kunstenares Simona Weller heeft allure: een oude haard, een hoog balkenplafond en prachtige eigen schilderijen aan de muur. „De vorige bewoners waren niet in staat om Calcata te onderhouden”, zegt ze. „Wij hebben het gemaakt tot wat het nu is.” Weller geniet nog elke dag van haar keus om hier te wonen. „Ik ben naar Calcata gekomen, omdat ik me hier dieper kan concentreren en beter kan mediteren dan in Rome.”

„We hebben hier één ding gemeen”, zegt Van der Maden. „Niemand van ons is hier geboren. Het zijn allemaal mensen met sterke karakters en fantasie. Het kost moeite om iets samen te doen. Soms is het gelukt. Vaak niet.”

Ze brengt de bezoeker naar Athon Veggi, een mysterieuze vrouw met haren als vuurrode zonnestralen. Athon leeft in twee grotten, waarvan er één woonkamer en één slaapkamer is. In de slaapkamer schreeuwt een dozijn kraaien. Het zijn Athons beste vrienden. Ze pakt een potje Nutricia-babyvoeding en gaat er met haar vinger in. De kraaien likken het af en Athon eet zelf mee. „Calcata is een plek waar ik alleen kan zijn zonder alleen te zijn. Het is zo’n spiritueel krachtpunt waar tempels op worden gebouwd. De plek is heel sterk. Alleen totaal krankzinnige mensen en personen die voor zichzelf werken, kunnen hier leven. En als je honger hebt of ziek bent, kun je zo naar een buurman en word je geholpen.”

Veel socialer was het echter toen de boeren en notenrapers nog in de vesting woonden, zo herinnert wethouder Giovanni zich: „We hadden niks en deelden alles.” Met de volksverhuizing kwam de individualisering. „Iedereen in Nieuw-Calcata zit nu op zijn eigen erf. De oudjes verlangen naar vroeger. Het sociale leven en de communicatie zijn vernietigd.”

Ook de oude en de nieuwe bewoners spreken elkaar nauwelijks. Het zijn twee totaal verschillende werelden die elkaar ontmoeten in de kerststal van poppenmaakster Van der Maden, die er jaarlijks een Calcatezer bijplaatst.

Niets is meer zoals het was in Calcata. Zelfs de Heilige Voorhuid van Jezus is verdwenen. Een ridder stal het kleinood en vlak voor zijn dood biechtte hij op dat hij het in een grot onder Calcata had verstopt. Paus Clemens VII liet ernaar zoeken. Het werd gevonden. Veel vrouwen hebben het vervolgens aanbeden in de hoop zwanger te worden. Bij zijn de verhuizing naar Nieuw-Calcata zou pastoor don Davio het „rode velletje” hebben meegenomen. Daar is het in 1984 opnieuw gestolen, beweert hij. Anderen menen dat het Vaticaan de legende uit de wereld wilde helpen door het in het geheim naar Rome te halen. In 1900 verbood de Heilige Stoel, op straffe van excommunicatie, over de Heilige Voorhuid van Jezus te praten of te schrijven.

Voor de vorige afleveringen van deze zomerserie over de economie van het dorp zie nrc.nl/economie