‘Ik ervaar het verleden als dichtbij’

De stad Haarlem zit vol met archeologische bodem-schatten. Gedichten van archeologe en dichteres Esther Jansma geven de bezoeker een rondleiding door de tijd.

Al heeft dichteres Esther Jansma de eeuwenoude vaasjes, het glas- en aardewerk, de ontroerend kleine kinderschoenen die ‘trippen’ heten al vele keren gezien, toch raakt ze elke keer weer even geboeid als geëmotioneerd. In het Archeologisch Museum in Haarlem, een zeventiende-eeuwse gewelvenkelder onder de Vleeshal aan de Grote Markt, begeleiden gedichten van Esther Jansma de oude vondsten. Dichter bij archeologie heet de expositie van voorwerpen en gedichten.

Behalve dichteres is Jansma (1958) hoogleraar dendrochronologie aan de Universiteit van Utrecht. Bovendien is ze werkzaam als onderzoeker bij de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten. Het vak dendrochronologie heeft zijzelf ontwikkeld. Aan de hand van jaarringen van bomen kan Jansma bij wijze van spreken op de minuut af vaststellen hoe oud een boom is. Zelf noemt ze haar wetenschappelijke achtergrond ‘boomtijdkunde’. Archeologie heeft, zoals Jansma erover spreekt, helemaal niets van vroeger, van duizenden jaren geleden of van iets dat voorbij is. In haar visie is de bodem springlevend. „Zojuist zijn er in een akker bij Roderwolde in Drenthe boomstronken gevonden van achtduizend jaar oud”, vertelt ze vol enthousiasme in het Haarlemse museum. „Het zijn de restanten van het oudste bos van Nederland!”

Archeologie en poëzie, wetenschap en dichtkunst verschillen voor Jansma nauwelijks van elkaar: „Als ik een gedicht schrijf, volg ik dezelfde methode als een archeoloog. Ik pas scherven in elkaar, woorden schuif ik aaneen, uit splinters kan ik een boom reconstrueren, zoals ik een gedicht uit losse beelden bouw. Al dichtend of onderzoekend ontstaat de samenhang.” In de gedichten van Jansma, zoals te lezen valt in haar grote verzamelbundel Altijd vandaag (2006), speelt archeologie een beslissende rol. Veel voorwerpen uit de oudheid zijn nog altijd, ondanks alle onderzoek, door raadsels omhuld. In een vitrine glanst het iriserende blauw van zogenoemde ‘traanflesjes’. Het zijn olieflesjes uit de Romeinse tijd waarover weinig bekend is. Dichteres Jansma geeft aan die flesjes een verhaal door ze toe te wijzen aan een jong meisje dat Poppaea heet. Het gedicht is ernaast afgebeeld: „Ooit was ik heel. Toen werd ik vastgehouden/ door meisje Poppaea, in het nu, in een zilveren/ spiegel bekeek ze haar haren.”

Deze Poppaea was tussen 62 en 65 na Christus de maîtresse van keizer Nero. Haar ‘traanflesje’ werd zo genoemd, omdat men dacht dat nabestaanden er hun tranen in opvingen om deze aan de overledene mee te geven. Cruciaal in dit gedicht, en dat geldt voor alle poëzie van Jansma, is het spel met de tijd. Bijna tweeduizend jaar geleden zag de vrouw haar gelaat in het azuurblauwe glas weerspiegeld, maar voor Jansma is dat „in het nu”.

Terwijl de dichteres op een ‘kindertripje’ wijst, een onderschoen die buitenshuis werd gedragen, zegt ze: „Dit voorwerp is een paar honderd jaar oud en toch kunnen we het aanraken, bekijken, betasten. Elke keer vind ik dat een wonder. Het emotioneert me. Dat de tijd voorbijgaat, dat ik er voor mijn dierbaren op een dag niet meer ben, dat beats the hell out of me. Mijn belangstelling voor archeologie heeft alles te maken met het besef van vergankelijkheid. Ik ervaar het verleden als dichtbij, als iets van nu. Alsof een vondst van toen het heden in zich draagt.”

Jansma’s spel met de tijd geeft aan de tentoonstelling een verrassende dimensie. Door de dichtregels is wat vroeger heet te zijn helemaal niet voorbij. Voor haar is alles van vroeger een „voortdurend nu”. In het mooie gedicht De verzamelaar, afgedrukt bij de reconstructie van een archeologische vindplaats, schrijft Jansma: „Het is geen verlangen naar iets hogers dat me drijft/ maar de diepte, het is klein en schaamteloos, het is kleertjes/ die de vuilnisman liet liggen.”

Zo vinden dichtkunst en archeologie elkaar: bij dat wat de vuilnisman negeert.

Archeologisch Museum, Grote Markt 18k, Haarlem. T/m 2 nov. Inl: 023-5420888. wo-zo 13-17u. Entree gratis.