Geweld laait op in Irak

De pogingen van de Iraakse regering en het Amerikaanse leger om stabiliteit te brengen in Irak hebben een gevoelige tik opgelopen met de serie bomaanslagen gisteren in de hoofdstad Bagdad en de noordelijke stad Kirkuk. In totaal vielen zeker vijftig doden, de bloedigste dag in Irak in maanden.

De Amerikaanse opperbevelhebber in Irak, generaal David Petraeus, zei er desondanks van uit te gaan dat de Iraakse strijdkrachten mogelijk eind 2009 de veiligheid in heel Irak kunnen bewaken. De Amerikanen en Irakezen zijn vandaag een nieuw offensief gestart in Diyala, de provincie rond Bagdad die geldt als laatste toevluchtsoord voor Al-Qaeda-in-Irak.

Het geweld in Bagdad bevond zich op het laagste niveau in vier jaar tijd toen gisteren kort na elkaar drie zelfmoordaanslagen plaatsvonden waarbij in totaal zeker 28 doden vielen. De aanslagen waren gericht tegen shi’itische pelgrims die de dood herdenken van de zevende shi’itische imam, Moussa al-Kadhim. Zondag waren al zeven pelgrims doodgeschoten op hun reis naar Bagdad.

Een afzonderlijke zelfmoordaanslag gisteren in Kirkuk eiste ten minste 22 levens. De aanslag vond plaats tijdens een demonstratie tegen een wet die de weg moet vrijmaken voor provinciale verkiezingen. Veel Koerden zijn tegen deze verkiezingen omdat zij machtsverlies vrezen in Kirkuk, dat zij als Koerdisch beschouwen. De Iraakse president Talabani, een Koerd, weigerde vorige week zijn handtekening te zetten onder de wet die de verkiezingen mogelijk moeten maken. Daardoor vinden de verkiezingen pas volgend jaar plaats en niet later dit jaar zoals gepland. (Reuters, AP)