Geen onderzoek naar hart Chopin

De Poolse minister van Cultuur heeft geweigerd een DNA-onderzoek toe te staan op het hart van de Poolse componist Frédéric Chopin om de mogelijke oorzaak van zijn dood te achterhalen. Er is altijd aangenomen dat Chopin overleed aan tuberculose. Maar wetenschappers van naam houden het nu voor mogelijk dat hij stierf aan taaislijmziekte, een genetisch bepaalde aandoening die de longen ernstig aantast.

Het stoffelijk overschot van Frédéric Chopin, in 1810 geboren bij Warschau en in 1849 op 39-jarige leeftijd overleden in Parijs, werd begraven op de Parijse begraafplaats Père Lachaise. Maar zijn hart werd uit zijn lichaam gehaald, in alcohol bewaard en in Polen bijgezet in een pilaar van de kerk van het Heilig Hart in Krakowskie Przedmiescie.

De weigering om het hart van Chopin te onderzoeken is volgens een woordvoerder van het Poolse ministerie van Cultuur voorafgegaan door uitvoerige consultaties van genetici, kunstenaars, kenners van het oeuvre en de levensloop van Chopin en van de kerk. Bovendien zijn er geen wettelijke mogelijkheden om een onderzoek te doen, omdat twee nog levende nabestaanden van Chopin daarmee niet akkoord gaan.

Volgens professor Wojciech Cichy, een taaislijmspecialist, bewijzen alle kwalen waaraan Chopin zijn leven lang heeft geleden, dat hij was aangetast door deze ziekte. „Al sinds zijn vroege jeugd was hij zwak, vatbaar voor longontstekingen. Hij was zeer mager, een ander symptoom. En hij stierf voordat hij in quarantaine was geplaatst, zoals de meeste lijders aan deze ziekte.” (AFP)