En het gaat hard, daar in dat oude parelvissersdorpje

Dubai werkt als een magneet op bankiers en advocaten uit het Westen.

De islamitische wereld krijgt er in hoog tempo een nieuw financieel centrum bij.

„Ben je met de lift gekomen?” Bezorgd kijkt Diederik van den Berg, manager bij ING in Dubai, me aan. „Wij nemen alleen nog maar de trap. Er is hier al twee keer een lift naar beneden gedonderd.”

Een jaar geleden is Van den Berg in de hoofdstad van het emiraat neergestreken om een kantoor voor de zakentak van ING op te zetten in het Dubai International Finance Centre (DIFC) – een nieuw, maar nog niet voltooid kantorencomplex bestemd voor de jongste stroom bankiers en advocaten die op Dubai af komt.

De eerste zes maanden was hij bezig om het kantoor van dertig mensen draaiende te krijgen. Nu probeert ING-Dubai lokale staatsinvesteringsfondsen als klant aan te trekken, leningen voor grote infrastructurele projecten in de regio te verstrekken, doet een team aandelenresearch en handelt het kantoor op de effectenbeurzen in het Golfgebied.

Van den Berg had geluk. De wachtlijst voor het DIFC is lang. Advocatenkantoor Loyens & Loeff wilde er ook een kantoor openen, maar moest genoegen nemen met een locatie buiten het financiële centrum, tien minuten rijden verderop. In een gebouw voor beginnende ondernemers, waar niet de liften, maar de internetverbindingen regelmatig wegvallen en de airco op halve kracht functioneert – in een stad waar het in de zomer 50 graden in de schaduw is.

Loyens & Loeff wil de vele familiebedrijven in de Golflanden helpen een moderne ondernemingsstructuur op te zetten. „En vooral onze fiscale expertise daarbij inzetten, dat kan niemand anders”, zegt advocaat Philip van Hilten. Loyens & Loeff duikt zo in een niche die de grote Britse en Amerikaanse firma’s in Dubai laten liggen.

Dubai wil niet minder dan de financiële hoofdstad van het Midden-Oosten worden. Het emiraat is, in tegenstelling tot zijn buurlanden, bijna door zijn olie heen. Westerse bankiers geloven in de kans van slagen. De instroom komt door de kredietcrisis goed op gang. Shanghai, Mumbai, Dubai or bye-bye krijgen zij thuis te horen nu hun bank diep in het personeelsbestand moet snijden. Praat met een bankier in Dubai en hij zal vertellen dat hij wordt bedolven onder stapels cv’s uit Londen en New York.

Onlangs verhuisde Alberto Verme, hoofd van de zakenbanktak van Citigroup, naar Dubai om van daaruit alle zakenbankiers van Citigroup in de wereld te leiden. „Als je een van je belangrijkste mensen hierheen verplaatst, geeft dat gewoon aan dat je veel activiteiten hier verwacht”, zegt zakenbankier Ragnan Meitern van Citigroup in Dubai.

Waarvoor al die bankiers komen, is met de zeer hoge olieprijzen niet moeilijk te raden. Adviesbureau McKinsey becijferde eind vorig jaar dat bij een olieprijs van 70 dollar per vat de olierijke Golfstaten 3.500 miljard dollar aan nieuw kapitaal tussen nu en 2020 kunnen investeren, het dubbele van wat ze al aan buitenlandse beleggingen hebben. Bij een prijs van 100 dollar per vat zou dat liggen op 5.000 miljard dollar. Voor 130 à 150 dollar per vat, waar de prijs nu tussen schommelt, zegt McKinsey het nog niet te hebben uitgerekend.

Dubai als financiële hoofdstad van de wereld naast Londen, New York en Hongkong is de ambitie van sjeik Mohamed bin Rashid al Maktoum, de emir van Dubai, vicepresident en minister-president van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE, waar Dubai deel van uitmaakt). Hij is de eigenaar van Dubai Holding, waarin de investeringmaatschappijen, vastgoedbedrijven, hotelketens en industriële bedrijven van zijn familie zijn ondergebracht die een substantieel deel van de economie bestrijken – al weet niemand precies hoeveel.

In 2015 moet 15 procent van het bruto binnenlands product uit financiële dienstverlening komen. „We zijn vier jaar geleden begonnen op 9 procent en zitten nu op 11 procent”, zeg Abdullah Al Anwar, directeur van het DIFC. „We zijn goed op weg, maar we moeten meer dienstverlening aanbieden.”

Een financiële hoofdstad is Dubai nog lang niet. In een recente studie in opdracht van creditcardmaatschappij MasterCard naar de positie van internationale financiële centra in de wereld staat Dubai op de 44ste plaats. De Golfregio heeft voor zijn expansie de bankiers, investeerders, advocaten en consultants uit het Westen hard nodig.

Maar zo snel als de immigranten uit India, Pakistan en de Filippijnen de wolkenkrabbers in de woestijn bouwen, zo snel zetten de westerse financiële experts aandelenbeurzen plus een toezichthouder voor Dubai op. De financiële toezichthouder – waar 17 nationaliteiten samenwerken – verwacht aan het eind van dit jaar aan 300 banken, accountants en advocaten een vergunning verleend te hebben om in het Dubai International Finance Centre te opereren. „Zij vertellen ons dat ze zonder de regelgeving die wij hier hebben opgebouwd, zich hier niet op hun gemak zouden voelen”, zegt Martin Kinsky, de Australische managing director van de toezichthouder. „Financiële instellingen uit de regio proberen hier een registratie te krijgen, omdat ze het zien als een erkenning.”

Het financiële centrum is een staat in de staat. Er geldt exclusief op westerse leest geschoeide wetgeving. Het centrum heeft zijn eigen rechtbank, de financiële instellingen zijn vrijgesteld van de belastingen die verder wel in Dubai gelden, er zijn geen beperkingen gesteld aan buitenlands eigendom. Daarmee heeft Dubai een voorsprong op andere steden in de Golfregio die ook graag financiële hoofdstad willen worden. En de huurprijzen liggen al even hoog als in de City in Londen.

De westerse financiële experts zijn allemaal in een soort campus samengebracht. In een doorgang onder alle kantoorgebouwen staan bij de koffiebars de westerse bankiers en advocaten samen met de Arabische managers in hun dishdashas (witte gewaden, red.) of de vrouwelijke managers in hun zwarte jurken en met hoofddoek te wachten op hun cappuccino. Ze halen hun lunch bij dezelfde Libanese sandwichshop of sushibar en kunnen dineren in the Capital Club waar de Nederlandse Michelinsterkok Jerry Bastiaans (voorheen La Rive in Amsterdam en Karel V in Utrecht) de keuken leidt. De Beers verkoopt er zijn diamanten, er zit een kleermaker voor Engelse maatpakken. Op de begane grond van nieuwe kantoorgebouwen hangen borden die de opening van winkels van beroemde designers als Viktor & Rolf, Prada, Issey Miyake en Vivienne Westwood aankondigen.

„Dubai heeft de dynamiek van Hongkong, maar het is nog wel betaalbaar om te wonen”, zegt Dick Oskam van ABN Amro, die vorig jaar voor zijn bank Hongkong voor Dubai verruilde. Het leefklimaat is in vergelijking met andere Arabische landen betrekkelijk liberaal en dat maakt Dubai voor het Westen geschikt als uitvalsbasis naar de conservatieve landen in de regio.

Het speelveld dat door de bankiers en advocaten vanuit Dubai wordt bestreken, is niet alleen het Midden-Oosten, maar ook Noord-Afrika en Zuid-Azië. McKinsey spreekt over deze regio als Menasa (Middle-East, North-Africa en South-Asia). De historische banden tussen deze gebieden gaan ver terug, de culturele en islamitische verbondenheid is hecht. De landen uit het Midden-Oosten investeren graag hun petrodollars in Noord-Afrikaanse landen zoals Algerije. Al decennia geleden hebben Indiërs bedrijven in Dubai opgezet die nu weer in hun land van oorsprong investeren. En er zijn in India bedrijven die nu begerig naar het Midden-Oosten kijken. Een levendig speelveld voor fusies en overnames tekent zich af.

Traditionele verhoudingen zijn hier nog van groot belang. In de Golfstaten zijn veel familiebedrijven aan herstructurering toe om op het internationale toneel een rol te kunnen spelen. Onder de hoede van een pater familias zijn conglomeraten van bedrijven ontstaan, met familieleden aan het hoofd van de verschillende onderdelen. De patriarch beslist, ook al is hij de pensioengerechtigde leeftijd al lang gepasseerd en ooit begonnen toen Dubai en Abu Dhabi nog dorpen van parelvissers waren. Deze mannen denken na over hun nalatenschap, zoeken wegen om de bedrijvenportefeuille te verdelen. Bedrijven verkopen is een optie, maar ook beursgangen zijn dat. „Maar je moet veel geduld hebben”, zeggen Philip van Hilten en Stijn Janssen van Loyens & Loeff. „Je kunt nog zoveel familieleden spreken die je plannen zien zitten, uiteindelijk moet je de patriarch overtuigen.”

Peter Baltussen is sinds anderhalf jaar topman van de Commercial Bank of Dubai. „Ik was net nog op bezoek bij een patriarch, die me uitnodigde voor de lunch”, vertelt hij om zich te verontschuldigen voor de verlate aankomst in zijn nieuwe glazen kantoor in het oude gedeelte van Dubai. „De hele tent stond vol met eten en dan na afloop theedrinken op de vloer met de schoenen uit. In alle bescheidenheid: ik heb dat iedere week wel, een bankier in het Westen mag blij zijn als hij eens in het jaar zo’n ontmoeting heeft.”

Het is ook de reden waarom lokale banken als de zijne niet bang zijn overvleugeld te worden door de westerse instroom. Bij de helft van de tien grootste banken in de Verenigde Arabische Emiraten is in de afgelopen jaren een westerling aangetrokken om de boel te moderniseren. „Er is hier al veel concurrentie.”, zegt Baltussen. Ook hij maakte carrière bij ABN Amro en werkte voor Saudi Hollandibank.

Westerse banken richten zich volgens Baltussen op de top van de bedrijven hier. Die begrijpen ze en daar kunnen ze de risico’s van beoordelen. Maar daar zijn er niet veel van. Tachtig procent van de economie draait op kleinere familiebedrijven. Als je geen relaties met die families hebt, kom je er ook niet snel meer tussen, zegt bankier Baltussen. „En bovendien zijn die met een omzet tot 100 miljoen dollar vaak niet interessant voor ze.”