De Niese stoeit met de Duitse barok

Robeco Zomerconcert Danielle de Niese (sopraan), Opera Fuoco o.l.v. David Stern. Gehoord: 28 juli, Concertgebouw, Amsterdam.

Ze is het speelbeest van de opera, de publiekslieveling die – zelf jong, spontaan, sexy en swingend – een nieuw publiek voor opera weet te enthousiasmeren. Dat de charme van sopraan Danielle de Niese (28) sprankelt en stuitert, was in Amsterdam al meermalen te zien; tijdens haar Europees debuut in Händels Giulio Cesare (De Nederlandse Opera, 2001) en vorig seizoen in Le nozze di Figaro en Così fan tutte. Komend seizoen zingt ze voor het eerst in het Royal Opera House in Covent Garden, gisteravond maakte ze als ‘zomercoryfee’ haar debuut in het Amsterdamse Concertgebouw.

Het typeert de spontaniteit van De Niese dat ze – geplaagd door een zomergriepje – de zaal toch tegemoet trad en vervolgens, met de handen in de zij en een twinkelblik, een diepe zucht slaakte. Het gekozen repertoire ontzag haar stem dan ook niet; Händel is de componist met wie De Niese doorbrak en aan wie ze haar eerste solo-cd wijdde. De twee aria’s uit diens opera Semele die ze gisteren zong, nam ze ook al op. Het zijn schoolvoorbeelden van barokke behaagaria’s; vol pralende vocale lijnen en guirlandes van omspelingen, trillers en sprongen. Geen wonder dus dat de sopraan van De Niese zich in de registerwisselingen nu net iets minder soepel om de noten plooide; het minieme raspje in de hoogte hoort gewoon bij haar.

Dirigent David Stern (een van de twee dirigerende zonen van violist Isaac Stern) stuwde het enthousiast spelende barokensemble Opera Fuoco met energieke sprongetjes op, zowel in de aria’s als in de omvangrijke Wassermusik ‘ Hamburger Ebb en Fluht van Telemann, dat het van contrastrijk spel moet hebben. Hij evenaarde niet het retorisch geweld of de bastonnades van details die René Jacobs of Marc Minkowski in dergelijk repertoire weten te openbaren, maar in innemendheid en frisheid zijn De Niese en Opera Fuoco prima partners.

De Engelstalige Händel-aria’s zijn voor de Australisch-Amerikaanse De Niese vertrouwd repertoire, het Duits van Telemanns cantate Ino (over het brave zusje van Semele) kostte haar hoorbaar meer moeite; een intensieve taalcursus brak ze ooit af voor een minioptreden in de film Hannibal.

Dat is jammer. De Niese is bijzonder door haar parelende geluid, acteerwerk en de manier waarop ze, ongehinderd door conventies, met MTV-pasjes swingt op Händels 250 jaar oude noten. Nu maar hopen dat haar uitstraling en succes ruimte laten voor ontwikkeling en tekstuele verfijning.