Bevroren conflict in Bosnië dreigt op te vlammen

Nieuwsanalyse

Dertien jaar na het Dayton-vredesakkoord is van etnische verzoening in Bosnië geen sprake. Het voortbestaan van het land staat ter discussie.

BOEDAPEST, 29 JULI. - In de eerste uren nadat hij was opgepakt zou de van oorlogsmisdaden verdachte Radovan Karadzic een kalme indruk hebben gemaakt, schrijft het Servische dagblad Blic. Hij was beleefd tegen zijn bewakers en deed voor het slapen gaan in zijn cel in Belgrado slechts één politieke uitspraak: „Mijn arrestatie betekent het begin van het einde van de Servische Republiek in Bosnië.”

Zelfs in zijn cel blijkt Karadzic een splijtzwam, die zijn schaduw vooruit probeert te werpen. In 1992 stichtte hij de Servische Republiek in Bosnië en gaf leiding aan etnische zuiveringen. In 1995, na bijna vier jaren van oorlogsgeweld waarvan honderdduizenden Bosnische moslims en Kroaten het slachtoffer werden, liet ‘het brein’ een verscheurd land achter.

Nu, inmiddels dertien jaar na de oorlog, staat het bestaansrecht van Bosnië weer volop ter discussie. Nog nooit was het voortbestaan van het land zo onzeker als nu, schrijft Paddy Ashdown, de voormalige Bosnië-bestuurder (2002-2006), in een opiniestuk dat door tal van internationale media werd gepubliceerd. „Bosnië wankelt,” stelt Ashdown, en de Europese Unie moet wakker worden geschud voordat een nieuw gewapend conflict zich aandient.

Met het Dayton-vredesakkoord in 1995 werd Bosnië opgedeeld in twee autonome politieke entiteiten, de moslim-Kroatische federatie en de Servische Republiek. Daarboven torent het gezag van een Bosnië-bestuurder namens de internationale gemeenschap, nu de EU-gezant Miroslav Lajcak. Het is dit door het Westen opgelegde bestuursmodel dat in toenemende mate onder druk staat.

Bosnië begon als een ‘experiment’, met kleine successen en grote mislukkingen. De grootste mislukking: na al die jaren is van verzoening geen sprake en is het bestuur etnisch gespleten en door corruptie aangevreten. De oorlog in Bosnië ontwikkelde zich tot een ‘bevroren conflict’. Van een gewapend conflict is sinds 1995 weliswaar geen sprake, mede dankzij de aanwezigheid van een EUFOR-vredesmacht. Maar op bestuurlijk niveau is de situatie onwerkbaar gebleven.

Met het conflict bevroren in het vriesvak, afgedekt door zalvende rapporten van internationale waarnemers, leek er weinig aan de hand. Maar de ijskast staat nu op de dooistand en de inhoud op bederven. De temperatuur in het land is er hoog genoeg voor.

Eerst was er de onafhankelijkheidsverklaring door Kosovo, op 17 februari, waar de Bosnische Serviërs hoop uit putten. ‘Wat de Albanezen in Kosovo kunnen, dat kunnen wij ook,’ werd gescandeerd tijdens demonstraties in de Servische Republiek, daags na Kosovo’s onafhankelijkheid. Al jaren flirten Bosnisch-Servische politici met een referendum voor onafhankelijkheid, tot grote woede van de Bosnische moslims die dat als aan schending van het Dayton-akkoord beschouwen.

Nu is er de arrestatie van Karadzic, de vader van een Republiek die volgens de moslims is gedrenkt in bloed. Zij willen de arrestatie aangrijpen om de Republiek ten grave te dragen. Met hulp, hopen de moslims, van de buitenwereld die tijdens het aanstaande Karadzic-proces voor het Joegoslavië-tribunaal zal meehuiveren als de details over de genocide op hun volk weer breed worden uitgemeten.

Ashdown beweert in zijn opiniestuk dat de premier van de Republiek, Milorad Dodik, zich concreet voorbereidt op afscheiding. Politieke analisten in de Republiek zelf zien het juist als blufpoker van Dodik. Hij zou de moslims in de Federatie vooral willen laten weten dat de Republiek niet over zich heen laat lopen.

De huidige patstelling in Bosnië betekent, zo stelt Ashdown, een enorme uitdaging voor het Westen dat niet langer mag toekijken. Komt het tot een escalatie waarbij de politici uit de twee entiteiten elkaar in de haren vliegen, dan krijgt Karadzic mogelijk gelijk, namelijk: het einde van ‘zijn’ Servische Republiek, zoals die nu bestaat binnen Bosnië.

Of andersom: de Serviërs zetten met hun wens tot afscheiding te hoog in en worden door het internationale bestuur gestraft met inperking van hun bevoegdheden, lees: een uitgeklede Republiek die politiek weinig meer voorstelt. Een ander scenario is dat moslimpolitici in de Federatie besluiten om iedere samenwerking met de Republiek te stoppen, waarmee ‘Dayton’ de facto voorbij is.

Niet Bosnië wankelt, maar ‘Dayton’, het model dat het Westen de moslims, Serviërs en Kroaten in Bosnië na de oorlog oplegde, en waar sindsdien bestuurders als Ashdown de regie voerden – vaak tegen beter weten in. Want onder zowel moslims als Serviërs is de onvrede over de internationale voogdij groot. Ashdown ontsloeg, in zijn tijd, ministers die hem niet zinden. Ook de huidige Bosnië-gezant Lajcak heeft die bevoegdheid.

Er worden door het Westen miljarden geïnvesteerd in een land dat slechts bestaat op een tekentafel uit 1995, en waar de elkaar bestrijdende etnische groepen de gulle gever beduvelen waar hij bij staat. In beide entiteiten is de corruptie groot.

Bosnië nu dan maar de rug toekeren? Alleen al de gedachte is een taboe. Het ideaal van een multi-etnisch Bosnië prevaleert internationaal, ook al weten de inwoners zich daarmee geen raad.

Bosnische intellectuelen stellen iets anders voor: geef de Bosniërs ruim baan om nu eindelijk hun eigen toekomst in te richten. In het huidige, complexe bestuursmodel, met een buitenlands gezag dat het laatste woord heeft, wanen de Bosniërs zich in een schijndemocratie waar het niet loont om zélf verantwoordelijkheid te nemen.

Het risico dat Bosnië in dat scenario alsnog desintegreert, op eigen initiatief, bestaat. Maar dan kan de EU met een blijvende militaire aanwezigheid wellicht een constructievere rol spelen dan nu als Big Brother in een gedroomd land.

Opinie: pagina 7