Wie wil winnen in Florida luistert naar de Cubanen

Florida is een belangrijke swing state bij de komende presidentsverkiezingen in Amerika. Latino’s vormen een invloedrijke groep maar ze zijn verdeeld.

Toen Fannie Olmo in een Cubaanse wijk in Miami de deuren langs ging voor Barack Obama, viel het best tegen. „Een aanzienlijk deel van de mensen zei: ‘Ik ben geen racist, maar...’.” Wat volgde was een lange reeks argumenten waarom ze nooit op hem, een zwarte én een Democraat, zouden kunnen stemmen.

Maar Olmo denkt niet dat Obama bij voorbaat kansloos is onder Cubaanse kiezers, van wie vooral de ouderen van oudsher Republikeins stemmen. „Iedereen klaagt over de economie, over het onderwijs, de oorlog. Iedereen wil verandering”, zegt de 23-jarige tv-verslaggever, die op haar elfde Havana voor Miami verruilde.

Hoewel de ruim 1 miljoen Cubanen in Florida de afgelopen decennia gezelschap kregen van honderdduizenden andere Latijns-Amerikaanse migranten, zijn ze nog steeds de grootste, de best georganiseerde en politiek meest invloedrijke groep latino’s in de staat. Een niet te negeren kiezersgroep voor elke presidentskandidaat die deze belangrijke swing state (waar beide kandidaten vrijwel gelijk op gaan) wil winnen.

Vanavond is Fanny Olmo naar het huis van het lokale congreslid Artur Costa gekomen. De bijeenkomst is op My.BarackObama.com aangekondigd. De negen mensen die komen, zijn allen leden van de plaatselijke Cuban American Club. Er is ook een medewerker van de Obama-campagne, eveneens van Cubaanse komaf.

In de huiskamer staan popcorn, druiven, nootjes en mineraalwater klaar. De aanwezigen buigen zich over het in het Engels opgestelde Democratische conceptverkiezingsprogramma. Net als bij eerdere verkiezingen mag hun club de paragraaf opstellen over het Cubabeleid van de partij. „Onze invloed is groot”, stelt Hector Caraballo, de bejaarde voorzitter van de groep.

Het program van 2004 noemde het bewind in Havana nog „het Castro-regime”. Na de machtsoverdracht van Fidel op Raúl Castro, in februari, moet dit anders. De kring twijfelt tussen „het Cubaanse regime” – eventueel met de toevoeging „onderdrukkend” – of „de communistische dictatuur”.

„Wat we hier opschrijven, zal bepalen hoeveel stemmen we halen in Zuid-Florida. We moeten wel binnen Obama’s politiek blijven. Het moet zachter, meer kneedbaar.”

Vervolg Miami: pagina 4

Generatiebreuk verdeelt latino’s in VS

MIAMI

Vervolg: pagina 4

„Als het uur van de waarheid daar is, kijkt hij toch niet naar dit program. De enigen die het nú gaan lezen, zijn de Republikeinen. En die zullen zeggen dat we zwak zijn, extreem-links. Voor hen is het pas goed als je het een moorddadige dictatuur noemt.”

Na een uur debat leest de campagnemedewerker van zijn laptop Obama’s talkingpoints over Cuba op. Snel wordt besloten om daar zo dicht mogelijk bij te blijven: het wordt het ‘Cubaanse regime’.

Toen vrijwilligster Olmo langs de deuren ging, werd één standpunt vooral positief ontvangen, vertelt ze. President Bush beperkte in 2004 het aantal reizen en geldzendingen naar Cuba. Obama wil die restricties terugdraaien. Ze haalde daarom Obama’s boodschap van ‘eenheid’ aan en zei ‘We moeten de Cubaanse familie verenigen, niet verdelen’. „Dat werkte.”

Maar een ander sleutelwoord in Obama’s retoriek, ‘verandering’, viel vaak verkeerd. „‘Cambio? Dat is wat Fidel ook beloofde’, zeiden de ouderen.” Maar deze eerste, meer revanchistisch ingestelde, generatie Cubanen dunt door ouderdom ook snel meer uit. Bovendien hebben de andere latino’s in Zuid-Florida veel minder interesse in Fidel en zijn eiland.

Het politieke landschap verandert er daardoor nu snel. De enige drie Miami-Cubanen in het Congres zijn nog steeds allen Republikeins, maar twee van hen, Mario en Lincoln Díaz-Balart zien hun zetel dit jaar voor het eerst bedreigd door Democratische (én Cubaanse) tegenkandidaten. De twee broers zijn bekend als neven van Fidel Castro’s eerste ex-vrouw, maar nu zakken ze weg in de peilingen.

Op deze zonnige zondag in juli begeven de Díaz-Balarts zich daarom onder de een-na-grootste groep latino’s in Miami, de Colombianen. Handenschuddend lopen ze rond op een muziekfestival ter ere van hun nationale feestdag. In toespraken roemen ze de steun van de Amerikaanse regering aan de populaire president Uribe. De naam Bush valt niet.

„Ik kom hier geen politiek bedrijven. Ik wil deze nette en hardwerkende gemeenschap gewoon graag ontmoeten”, vertelt Mario Díaz-Balart even later in de vipruimte. Desgevraagd wil hij wel zeggen waarom ook Colombianen op hem moeten stemmen. „De Democraten zijn tegen het vrijhandelsverdrag met Colombia. Ze zijn kritisch over de strijd tegen de bloedige marxistische guerrilla die Uribe aan het verslaan is. Het zijn dezelfde extreemlinkse politici die zonder voorwaarden willen onderhandelen met de Castro.”

Over dat laatste denkt Will Lopez veel minder resoluut. „Na een halve eeuw embargo zit die man er nog steeds”, zegt de voorman van de punkgroep Guajiro. „Ik zeg niet dat het zal werken, maar we kunnen best een keer proberen te gaan praten, zoals Obama voorstelt.” De Cubaans-Amerikaanse band nam dit jaar een nummer op voor Obama (Olé, Latinos por Obama, Sí se puede), versneed voor de clip toespraken van Obama en zette de video op het web.

De lokale krant Miami Herald berichtte er over op de voorpagina. Toen het stuk verscheen, had Lopez zijn ouders nog niet over de clip verteld. „Het artikel verscheen op mijn veertigste verjaardag”, vertelt hij in een bar om de hoek bij zijn muziekstudio in het stadsdeel Hialeah. „Met de krant onder de arm liep ik mijn huis binnen. Daar was een surpriseparty georganiseerd. Toen mijn moeder hoorde waarom ik in de krant stond, wilde ze het niet lezen. Mijn vader kijkt me sindsdien niet meer aan.” Discussies over de clip hebben al menig familiediner bedorven. Medebandlid Jorge Gonzalez: „Obama kan maar beter een goede president worden.”

Beiden zeggen het niet graag, maar er bestaan in de Cubaanse gemeenschap en – onder latinos in het algemeen – veel vooroordelen over zwarten. „Al is het al veel minder erg onder jongeren.” Dit bleek al tijdens de Democratische voorverkiezingen toen de blanke Clinton populair was bij oude latino’s en Obama onder de jongere.

Lopez denkt er nu over een T-shirt te laten drukken met de tekst ‘Voy pa’el negro’, straattaal voor: Ik ga voor de zwarte. „Veel vrienden kunnen niet geloven dat ik Obama steun: ‘¿Tu va’ pa’el negro?’. Ja, dus.”

Hij ziet het racisme ook terug in lokale Spaanstalige media. „Als je die tv-zenders ziet of de lokale kranten leest, lijkt het net FoxNews, zo rechts en anti-Obama.”

Lopez: „Ik heb ook een eigen zaak. Misschien stem ik tegen mijn eigen belang in. Maar we hebben gewoon radicale verandering nodig na acht jaar Bush.”

Beiden betwijfelen echter of er op verkiezingsdag een generatiebreuk zal plaatsvinden. Helaas, zegt Gonzalez, is Zuid-Florida een „statische” plek. „Het leven staat hier stil. Er komt er nooit iets vernieuwends uit Miami.”

Lopez: „De jeugd in Miami is apathisch. Jongeren willen leven als in een videoclip, zijn zogenaamd glamoureus door één dag op South Beach met geld te smijten. Als je vraagt wat ze gaan stemmen, antwoorden ze: ‘Oh, ik ben niet politiek’. In 2000 hebben we hier gezien dat elke stem telt. Maar veel jongeren willen alleen sms’en, tv-kijken, internetten.”

Toch zijn dat ook de middelen waarmee vooral Obama nu zijn campagne deels organiseert. Guajiro zette zelf een campagneclip op internet. „Dat is het veelbelovende aan Obama, dat alleen hij die apathische jeugd kan aanspreken. Het zou alleen al daarom goed zijn als we een president kregen die weet wat Google is en die een e-mail kan versturen [de Republikeinse kandidaat McCain (71) zei onlangs nog niet online te zijn, red]. Dat we een president hebben die weet wie Snoop Dogg is.”

Meer verhalen uit Florida op nrc.nl/race08