Wel hippe zwarte vogels, maar over slavernij amper een woord

Tentoonstelling Black is Beautiful, t/m 26/10 Nieuwe Kerk, Amsterdam. Ma-zo 11-18u. Inl: 020-6386909, www.nieuwekerk.nl

Stel, u bent blank en loopt door donker Afrika. Ineens ziet u een uithangbord ‘witte mensen’. Binnen blijkt een tentoonstelling te zijn met portretten van kruisvaarders en afbeeldingen van Poolse boeren, forensen in Manhattan, Hollandse kinderen op een ANWB-camping. En vooral ‘artists impressions’ van die vreemd witte mensen met hun doorschijnende huid en exotische kleding. Zou u dat een zinvolle tentoonstelling vinden? Of zou u zich beledigd voelen?

Afgelopen zaterdag opende in de Nieuwe Kerk Black is Beautiful, over zeven eeuwen „zwarte mensen in de Nederlandse kunst”. Deze zomertentoonstelling moet een positief beeld van zwarte mensen geven, werd vrijdag voor de opening in de persconferentie benadrukt. Negatieve zaken als karikaturen of slavernij zijn daarom weggelaten. Elke bezoeker krijgt eerst een introductiefilmpje te zien, opgenomen in de straten van Amsterdam en ingezoomd op mooie, donkere mensen. Een voice-over vertelt dat de expositie laat zien dat de multiculturele samenleving al heel lang bestaat.

En dan start de tentoonstelling, chronologisch, in de Middeleeuwen: zwarte koningen bij het Christuskind, negroïde sybilles, een donkere bekeerling. Subkopjes als ‘wijze vrouwen’ en ‘sterke mannen’ moeten de positieve kijk benadrukken, al kun je je afvragen wat een verzonnen zwarte koning met de multiculturele samenleving van doen heeft. Pas in de zeventiende eeuw kwamen Nederlandse schilders voor het eerst oog in oog te staan met kleurlingen – slaven, bediendes die Portugese Joden hadden meegenomen op hun vlucht naar Amsterdam. De tentoonstellingstekst vindt het afdoende hierover te melden dat de huidtinten hierdoor gevarieerder werden op de portretten van Rembrandt en diens tijdgenoten. Na nog wat beeltenissen van zwarten in Afrika en op de plantages belandt de tentoonstelling overenthousiast bij de jazz en hippe zwarte vogels van de vorige eeuw, vereeuwigd door Israëls en Sluijters. Geen woord dat positief racisme ook racisme is.

Een welkome hedendaagse aanvulling, met portretten door Iris Kensmil en Marlene Dumas, is stukken genuanceerder; in hun gelaagde werk spelen raciale identiteiten en stereotypen een rol, maar een die moeilijk definieerbaar is.

Hoe de expositie samenhang vindt tussen al deze kleuren, culturen, histories, mythes? Tussen de koningin van Sheba, de slavin Joanna en Naomi Campbell? Door het alleen over huidskleur te hebben. Het bijschrift bij een middeleeuws paneel wijst ons erop hoe mooi kroeshaar onder een tulband vandaan krult. Bij een later prentje staat dat het moeilijk was om negers in de jungle te tekenen. Allemaal zo donker. En bij een portret van een bleke adellijke dame staat een negerjongetje dat haar een parelsnoer omdoet – een kleurcontrast „voor extra jeu”.

Het is een zeer samenhangende tentoonstelling. Het eenzijdige bejubelen van de zwarte schoonheid loopt consequent door alle onderdelen heen. Verder dan ‘skin deep’ gaat het niet. Eén zinnetje in een bijschrift meldt dat de Surinaamse slavenhandel in de achttiende eeuw uitzonderlijk wreed was, maar verder zijn de teksten zo positief als gepland was. Ook de levensgeschiedenissen van zwarten in Nederland, na te lezen op de publiekscomputers in de Nieuwe Kerk, verhalen hoofdzakelijk over trotse slaven die helemaal niet zo nodig vrijgekocht hoefden te worden. Er was zelfs een ex-slaaf die ging promoveren!

Black is Beautiful pakt de zaken breed aan. Er is een mooie catalogus gemaakt waar veel onderzoek voor is gedaan. De expositie doet komend weekeind mee aan de gay pride met ‘black gays’ en in de museumwinkel zijn kraaltjes te koop.

Black is Beautiful past in de opvatting dat zwarte mensen mooi zijn, goede lichamen hebben, leuk kunnen dansen. Een positieve, maar kwalijk beperkte zienswijze waar al heel lang kritiek op is. Black is Beautiful scheert iedereen met een kleur over één kam, het geeft geen stem aan de geportretteerden, het bedekt historisch leed met de mantel der liefde, en doet zo aan geschiedsvervalsing. Het is daarom des te erger dat zowel Balkenende als enkele oud-premiers hebben toegezegd om op de tentoonstelling lezingen te komen geven over de Nederlandse identiteit. Allemaal premiers die nooit excuses hebben willen aanbieden voor het slavernijverleden.

Het tentoonstellen van de zwarte mens begon in Europa eind negentiende eeuw. Schaamte en verdriet waren het gevolg. Stamhoofden stonden als aapjes te kijk in dierentuinen en op de Koloniale Tentoonstelling van 1883, waar een deel van een Surinaams dorp was nagebouwd. Veel tekenaars kwamen de exoten portretteren. De Nieuwe Kerk exposeert een aquarelschets van Charles Rochussen. Het bijschrift meldt dat ook de schedels van de wilden werden opgemeten. Dat wij ons nu voor die geschiedenis moeten schamen, blijkt nergens uit. De Koloniale Tentoonstelling wordt toegelicht in de publiekscomputers, die vooral vertellen hoe mooi men de geëxposeerde Surinamers vond. Tussendoor meldt de voice-over even dat zo’n genante tentoonstelling als toen nu natuurlijk niet meer zou kunnen. O nee?