Ook Antillianen voelen de gevolgen van Europese wetgeving

Hoe krijg je een onderwerp op de agenda van de Tweede Kamer? Twee Arubaanse politici lukte het via een juridische procedure.

Het gebeurt niet vaak dat Nederlanders die tegen de Staat procederen een ereplaats krijgen in de loge van de Tweede Kamer die voor hoge gasten is bestemd. Al helemaal zelden komt het voor dat de voorzitter van de Tweede Kamer hun dan ook nog speciaal welkom heet als hun zaak er wordt behandeld.

Het overkwam vorige maand politicus Mike Eman en een aantal van zijn collega’s uit Aruba en de Nederlandse Antillen. Zij woonden het debat in de Tweede Kamer bij over toekenning van kiesrecht voor het Europees Parlement aan inwoners van deze overzeese gebieden. Dit door hen bedongen recht kreeg die dag de steun van een overgrote Kamermeerderheid.

Het betekent dat volgend jaar juni, anders dan voorheen, zo’n 210.000 kiesgerechtigden op Aruba en de Nederlandse Antillen hun stem kunnen uitbrengen op één van de Nederlandse kandidaten bij de verkiezingen voor het Europees Parlement.

De wetswijziging is het rechtstreekse gevolg van een actie die de Arubaanse politici Mike Eman en Benny Sevinger in 2004 ondernamen. Met de bedoeling een proefproces uit te lokken, lieten zij zich als in het buitenland verblijvende Nederlanders bij de gemeente Den Haag registreren als kiezer voor het Europees Parlement. De route via Den Haag is de gebruikelijke procedure voor Nederlanders in het buitenland die mee willen doen aan verkiezingen.

Op grond van de Kieswet weigerde de gemeente Den Haag registratie. Nederlanders in het buitenland kunnen alleen aan de Europese verkiezingen meedoen als zij ten minste tien jaar in Nederland hebben gewoond. Aan deze voorwaarde voldoen de meeste Antillianen en Arubanen niet. Met als gevolg dat zij bij Europese verkiezingen buiten de boot vallen. Stemrecht voor de Tweede Kamerverkiezingen hebben zij om andere redenen niet: de eilanden hebben hun eigen bestuur en parlement.

Na de voorziene weigering van de gemeente Den Haag gingen Eman en Sevinger in beroep bij de Raad van State.

Mike Eman (46) is als fractievoorzitter van de christen-democratische Arubaanse Volkspartij tevens oppositieleider van het eiland. Hij vindt het niet meer dan normaal dat hij als Arubaan moet kunnen meedoen aan verkiezingen voor het Europees Parlement, zo laat hij telefonisch van de andere kant van de wereld weten. „Door de verdere integratie van de Europese Unie zie je dat veel zogeheten koninkrijksaangelegenhedennaar Brussel verschuiven. Veel besluiten die in Europa worden genomen hebben een rechtstreekse werking voor ons op Aruba en de Antillen. Volgens mij is één van de fundamentele principes van democratie toch dat je, als een orgaan beslissingen voor je neemt, ook kiesrecht voor dat orgaan hebt.”

Zonder een moment te hoeven nadenken, somt Eman een paar voorbeelden op: alle wetten die te maken hebben met nationaliteit, bepalingen over vrije concurrentie, het milieu, maatregelen tegen terrorisme, bescherming van havens. „We moeten bijna wekelijks op Aruba een wet aanpassen als gevolg van Europese regelgeving.”

Zo bezien is het kiesrecht voor Arubanen en Antillianen vanzelfsprekend. Maar dat was het niet voor de Nederlandse regering die in 1984 de Kieswet moest aanpassen. Dat was noodzakelijk geworden nadat de Grondwet een jaar eerder was gewijzigd. Toen werd bepaald dat inwoners van de Antillen en Aruba geen stemrecht kregen omdat dit „niet goed te rijmen” viel met de staatkundige structuur van het Koninkrijk. In die structuur werd aan elk van de landen „een eigen positie toegekend”, aldus de ministers Rietkerk (Binnenlandse Zaken, VVD) en Van den Broek (Buitenlandse Zaken, CDA). Aan Nederlanders werd toch ook niet het kiesrecht voor de Antilliaanse Staten toegekend, zo stelden zij.

Hiermee negeerden ze dat inwoners van de Antillen en Aruba ook inwoners van de Europese Unie zijn, en dat zij zich kunnen beroepen op de rechten die daaraan verbonden zijn. Toen de Raad van State als gevolg van de beroepszaak van Eman en Sevinger het Hof van Justitie in Luxemburg om advies vroeg, was deze rechterlijke instantie glashelder: de Nederlandse Kieswet was in strijd met het binnen de Europese Unie geldende gelijkheidsbeginsel.

De Raad van State gaf beide Arubanen gelijk, waardoor de Kieswet aangepast moest worden. Kortom: een totale overwinning voor de procederende politici.

Naar het antwoord op de vraag waarom het Nederlandse parlement deze evidente ongelijkheid destijds zo makkelijk liet passeren, kan Eman slechts gissen. „Ik denk dat het ermee te maken heeft dat het denken toen nog volledig was gericht op een snelle onafhankelijkheid van de Antillen en Aruba. Dat is nu heel anders. De argumentatie van toen is verleden tijd.”

Interessant is wat er verder gebeurt nu de inwoners van Aruba en de vijf Antilliaanse eilanden het Europees kiesrecht hebben gekregen. Theoretisch zouden zij een ‘overzeese’ parlementszetel kunnen bemachtigen. Bij de vorige verkiezingen voor het Europees Parlement, die doorgaans een zeer lage opkomst kennen, waren 176.506 stemmen goed voor één zetel. Met circa 210.000 stemgerechtigden op de Antillen is een ‘eigen’ zetel dus haalbaar. Voorwaarde is dan wel dat 85 procent van de kiezers opkomt en dat de stemmers dan ook nog allemaal voor dezelfde partij kiezen. Maar zo’n opkomst is niet realistisch. Zo populair is de EU nu ook weer niet bij de Antillianen en Arubanen.

Mike Eman kan zich wel voorstellen dat in elk geval één van de grote Nederlandse partijen een verkiesbare plaats reserveert voor een op de Antillen of Aruba woonachtige kandidaat. „Dat doen Spanje en Portugal ook. Die landen hebben vertegenwoordigers van de Canarische Eilanden en Madeira in het Europees Parlement zitten.”

Ook hij weet wel dat de getalsmatige invloed nagenoeg nul is bij een parlement dat straks 751 leden telt. Daar gaat hem dan ook niet om. „Een beetje invloed uitoefenen” door je aan te sluiten bij „politieke geestverwanten” is al voldoende. En het is natuurlijk ook goed voor Arubanen en Antillianen om dicht bij de bron van de besluitvorming te zitten, meent Eman. „Als je er bij bent, weet je tenminste waar het over gaat.”

Of hij zelf beschikbaar is? Aan de andere kant van de lijn klinkt luid gelach. „Ik heb hier op Aruba volgend jaar nationale verkiezingen. Die moet ik winnen om het land te gaan regeren.”

Meer over de politieke relatie tussen Nederland en de Antillen op nrc.nl/antillen