Onafhankelijk tot elke prijs

Hij bestreed het Westen én fundamentalistische moslims. Bovendien ontdekte de Egyptische regisseur Youssef Chahine Omar Shariff als acteur.

Afgelopen weekeinde is de Egyptische filmmaker Youssef Chahine op 82-jarige leeftijd overleden. Hij lag al geruime tijd in coma. De Arabische filmwereld verliest daarmee één van zijn meest toonaangevende cineasten, die in de rest van de wereld het gezicht van de Egyptische cinema was. In 1997 ontving Chahine in Cannes een ere-Palm voor zijn oeuvre. Zijn laatste film, Chaos, die hij samen met zijn oud-leerling Khaled Youssef maakte, ging vorig jaar in Venetië in première.

Zijn werk werd met name in Frankrijk, dat veel van zijn films meefinancierde, zeer gewaardeerd. Met de Franse acteur Michel Piccoli in de hoofdrol maakte hij bijvoorbeeld Adieu Bonaparte (1985), dat zich afspeelt tijdens de Franse bezetting van Egypte.

Chahine had vaak een nietsontziende, maar altijd humanistische kijk op misstanden in de Egyptische samenleving. Hij was in zijn werk zowel chroniqueur, waarnemer als activist. Vooral fundamentalisten uitten scherpe kritiek op de manier waarop hij politieke en seksuele thema’s vrijmoedig benaderde. Hem werd ook verweten te ‘westers’ te zijn. Chahine antwoordde daar dan weer op door het moslimfundamentalisme zelf in zijn films genadeloos op de hak te nemen. Maar ook bijvoorbeeld de Amerikaanse Midden-Oostenpolitiek moest het bij hem ontgelden. Dat bleek ook nog uit Chaos, waarin de Egyptische regering werd bekritiseerd om het verspreiden van een van het Westen overgenomen angstcultuur.

Chahine maakte zijn eerste film in 1950, toen de Egyptische filmindustrie dankzij de steun van president Nasser tot bloei kon komen. Halverwege de jaren vijftig zou hij drie films regisseren met de toen nog onbekende acteur Omar Sharif in de hoofdrol, waarvan Siraa fil-wadi (‘Ciel d’enfer’, 1954) als een van de beste Egyptische films aller tijden wordt beschouwd. Youssef Chahine was onafhankelijk tegen elke prijs. Ook als het betekende dat hij met beperkte budgetten genoegen moest nemen. Het werken werd vooral lastiger na het uitkomen van al-Asfour (‘The Sparrow’, 1972), waarin hij terugkeek op de voor Egypte traumatisch verlopen Zesdaagse Oorlog tegen Israël. Met films als al-Mohager (‘The Emigrant’), al-Masir (‘Destiny’) en El akhar (‘The Other’) vroeg Chahine halverwege de jaren negentig aandacht voor de verschillen tussen religie, fundamentalisme en terrorisme. Hij laat een oeuvre van ruim veertig films na.

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Chahine en Nasser

In het bericht Onafhankelijk tot elke prijs (28 juli, pagina 8) over de overleden Egyptische regisseur Youssef Chahine staat dat hij zijn eerste film in 1950 maakte, „toen de Egyptische filmindustrie dankzij de steun van president Nasser tot bloei kon komen”. Nasser greep de macht in 1952 en de steun kwam dus later in de jaren vijftig.