Neem geen risico’s met de opslag van kernafval

De materie is zo complex en er spelen zoveel verschillende factoren mee, meent Dick van der Made, dat we nooit kunnen weten of we geen elementen over het hoofd hebben gezien.

Arnout Jaspers betoogt dat nucleair afval veilig op te slaan zou zijn in geologisch stabiele aardlagen (Opiniepagina, 26 juli). Daarbij vergeet hij echter onder meer enkele menselijke factoren.

We kunnen onmogelijk weten wat voor mensen onze nakomelingen zullen zijn, wat hun doelen zullen zijn, hoe de politieke verhoudingen zullen zijn en vooral over wat voor technieken ze zullen beschikken. Net zoals de middeleeuwers geen benul konden hebben van waar wij nu toe in staat zijn, kunnen wij dat niet weten over de mensheid over honderden, laat staan duizenden jaren.

Wat die geologische stabiliteit betreft: gedurende die miljoenen jaren hebben mensen er geen gaten in geboord of er nucleair afval in opgeslagen, dus kunnen we niet weten wat het effect ervan zal zijn.

Een wel heel flauw argument is te zeggen dat die lagen zelfs stabiel bleven tijdens de meteorietinslag die de dinosauriërs deed uitsterven. Op de plek van die inslag zijn de aardlagen verstoord tot op een kilometer diepte, dus dat is domweg niet waar.

Nog een flauw argument is dat de hoeveelheid afval per land slechts een paar zwembaden vult. Preciezer: de wereldwijde afval-productie is momenteel (!) ongeveer tienduizend ton per jaar. Die hoeveelheid gaat natuurlijk gelijk op met het gebruik. Als kernenergie een rol van betekenis wil gaan spelen, zullen we zeker tien keer zoveel centrales moeten hebben. Dus krijgen we ook tien keer zoveel afval per jaar. En dat mogelijk honderden jaren lang als we daar massaal op inzetten. Als we het maar eventjes als overbrugging gebruiken, zullen we in de tussentijd ook andere alternatieven moeten ontwikkelen. En als we dat toch doen is de vraag of kernenergie nog wel een optie is. De kosten daarvan zitten grotendeels in de bouw van centrales. Tien centrales in Nederland zouden tientallen miljarden euro kosten. En die hebben we dan pas over tien jaar. Steek dezelfde hoeveelheid geld in de ontwikkeling van zonnecellen en over tien jaar zal dat een minstens even goedkope techniek zijn, die we vervolgens aan de rest van de wereld kunnen verkopen. Tijden van nood zijn buitenkansjes voor vernieuwers. Je moet het alleen aandurven.

Een kanttekening. Er wordt gesproken over duizenden tot honderdduizenden en zelfs miljoenen jaren tot radioactief afval niet meer boven de (alomtegenwoordige) achtergrondstraling uitkomt (dit varieert enorm met het soort afval, wat deels afhankelijk is van de gebruikte kernenergietechnieken). Maar de afname van radioactiviteit is natuurlijk geleidelijk, sterker nog, die afname is exponentieel. Dit heeft te maken met de halfwaardetijd, de tijd waarin een stof de helft van zijn radioactiviteit kwijt raakt. En, als vuistregel, hoe korter die tijd is, hoe radioactiever het materiaal is. Na enkele honderden jaren is de radioactiviteit van een deel van het kernafval nog maar een minuscule fractie van wat die was direct na verwijdering uit de centrale.

Maar wat is een minuscule fractie van gigantisch veel? De toxiciteit van kernenergieafval is namelijk fenomenaal. Je hoeft dit niet in te slikken of in te ademen of zelfs maar aan te raken om er aan te sterven. Als je het (relatief) kleine beetje kernafval dat Nederland tot nu toe geproduceerd heeft onbeschermd op een hoop zou leggen zou je het nog niet eens kunnen aanraken. Je zou al dood neervallen voor je er bij in de buurt kwam.

Korte toelichting: De belangrijkste afvalstoffen van een kerncentrale zijn 90Sr, 137Cs, 99Tc en 129I. De eerste twee zijn tien keer zo radioactief als de laatste twee en hebben een halfwaardetijd van 30 jaar. Dus na 1000 jaar is de radioactiviteit ervan nog maar een miljardste. Die andere twee hebben echter een halfwaardetijd van 200.000, respectievelijk 15 miljoen jaar. Na 1000 jaar zijn die dus nog bijna even radio-actief en voorkomen zo dat het afval snel zijn radioactiviteit kwijt raakt.

Deze materie is ongelooflijk ingewikkeld. Een goed oordeel is alleen te vellen met diepgaande natuurkundige en technische kennis. Omdat weinigen daarover beschikken worden vaak onzinargumenten gebruikt (dit geldt trouwens evenzeer voor de klimaatproblematiek). Jaspers loopt daar terecht tegen te hoop. Helaas maakt hij zichzelf er echter ook schuldig aan. En ik weet zeker dat ikzelf ook een aantal zaken over het hoofd heb gezien. En daarin schuilt een groot probleem. Als zelfs een fysicus als Jaspers de bovengenoemde factoren (zij het op andere gebieden van wetenschap) over het hoofd ziet, hoe kunnen we dan ooit zeker weten dat de beslissers (politici en uiteindelijk de stemmers) aan alles gedacht hebben?

We moeten leren onze vingers niet te vaak te branden. Samen met onze technische kennis kunnen de brandwonden steeds erger worden. Daarom is een mix van oplossingen voor het klimaatprobleem wellicht het beste. En kernenergie (fusie?) kan daar eventueel een rol in spelen. Maar het als enige oplossing zien zou een even grote blunder zijn als het is om volledig op fossiele brandstoffen in te zetten.

Dick van der Made is filosoof.