Libië jaagt Afrikaanse ‘broeders’ de zee op

Naar schatting 2 miljoen Afrikanen leven illegaal in Libië. Lang niet iedereen wil naar Europa, maar door de illegalenjacht van Tripoli – mede onder druk van de EU – gaan velen alsnog.

In het centrum van Tripoli, voor de Souq Talat, een grote rotonde vlakbij de luxe winkelstraat Shar’a al-Andalous en de woonwijk Ghargharish, groepen iedere dag honderden migranten uit Afrika ten zuiden van de Sahara samen. Ze zoeken in de Libische hoofdstad werk als dagloner en brengen zelf allerlei werktuigen mee: hamers en troffels, emmers en bezems. Alles staat netjes geëtaleerd op de stoeprand, in het zicht van de passerende automobilisten.

De meeste Libiërs doen maar wat graag een beroep op dit legertje illegale arbeiders; ze trekken zelf de neus op voor werk dat vuil, hard en slechtbetaald is. Maar voor de Afrikanen zelf is het hier iedere dag weer lange uren in de zon staan wachten en hopen dat ze aan de slag kunnen. Na enige tijd ligt een aantal van hen gelaten in de schaduw onder een viaduct.

„Als de Libische politie voorbijrijdt, zetten we het op een lopen”, zegt Ahmed, die uit Niger is gekomen, liftend en lopend. Een voertuig dat stopt kan werk betekenen maar ook gevaar nu de Libische overheid opnieuw op grote schaal jacht maakt op illegale immigranten. „Maar meestal is het al te laat”, aldus Ahmed, „wie opgepakt wordt krijgt een pak slaag, en je hoort gruwelverhalen over wat ze met je doen in strafkampen in de woestijn, tot ze je over de grens dumpen.”

Ahmed legt uit dat veel illegalen hebben besloten te vertrekken, ofwel terug naar huis, of over de gevaarlijke zee naar Europa. Zelf is hij vastbesloten hier te blijven zolang hij maar kan.

„Libië is een doorvoerland” , zegt Laurence Hart, hoofd van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in Libië. „Maar toch gaat het in grote delen van Noord-Afrika niet alleen, of niet in de eerste plaats, om transitmigratie naar Europa. Afrikanen uit landen ten zuiden van de Sahara komen naar Libië en Marokko met als bedoeling hier jarenlang te blijven en dan naar huis terug te keren. Anderen hadden aanvankelijk andere plannen, migratie naar Europa bijvoorbeeld, maar ze strandden hier, om tal van redenen.”

Als je de gegevens van de Afrikaanse ambassades en de cijfers van de Libische autoriteiten interpreteert en vergelijkt, kom je al gauw uit bij totaal van anderhalf à twee miljoen Afrikaanse immigranten in Libië, bijna allemaal zonder papieren, rekent Hart voor. „Over het algemeen blijven de totale cijfers ongeveer gelijk, al wil de samenstelling van de groep naar land van herkomst nog wel eens verschillen van jaar tot jaar, onder andere als gevolg van conflicten in Somalië, Soedan en andere delen van Oost-Afrika.”

De IOM verspreidt in Libië een eenvoudige folder onder de migranten: „Ehi, Jij! Geen werk? Wil je naar Europa? Zonder papieren? Waarom niet? Je hoeft alleen maar de Middellandse Zee over in een gevaarlijke sloep, je leven te riskeren en al je spaarcenten aan mensen te geven die er niet voor terugschrikken om zich van jou te ontdoen als het moet. Als je het overleeft moet je door de grenscontroles, je wordt opgepakt, uitgewezen of opgesloten [...] Als je niet naar Europa wilt, kun je altijd terugkeren naar je familie, naar huis. De IOM kan je daarbij helpen.”

Hart twijfelt aan het langetermijneffect van dergelijke, afschrikwekkend bedoelde maatregelen. Ook de recente Europese richtlijn voor een ‘harmonisering’ van het migratiebeleid van de Europese Unie – wie opgepakt wordt zonder papieren kan tot 18 maanden in detentiecentra opgesloten worden en is, eenmaal uitgezet, voor de komende vijf jaar niet welkom in de EU – zal geen eind aan de illegale migratie maken. Net zo min als de introductie van de ‘blauwe kaart’, bedoeld om beter geschoolde migranten uit Azië en Afrika toe te laten. Er zijn volgens de Europese Commissie op dit moment 8 miljoen illegale migranten in de EU. Het is de bedoeling om tegen 2010 tot één regime te komen, ook voor asielzoekers, en hard op te treden tegen mensensmokkelaars en immigranten die niet over de vereiste documenten beschikken.

De Libische overheid heeft in het verleden diverse malen haar koers ten aanzien van de Afrikaanse migranten verlegd. Er was een tijd dat de Afrikaanse ‘broeders’ in hun eigen land door het regime in Tripoli werden aangemoedigd naar Libië, de grote voorvechter van Afrikaanse eenheid, te komen – visa waren toen niet vereist. Maar in 2000 kwam het tot bloedige botsingen tussen Libiërs en migranten. De Libische regering ging vervolgens over tot de massale deportatie van alle migranten uit Niger, Nigeria, Tsjaad, Soedan en Ghana.

De aanhoudende stroom berichten over het verdrinken van ‘Harraga’ (Arabisch voor ‘verbranders’, zij die hun documenten verbranden voor ze oversteken) op weg naar Europa geeft aan dat de repressieve maatregelen door de Libische regering de druk op de migranten drastisch hebben verzwaard. Onder druk van de EU, in het bijzonder van de zijde van Malta en Italië, besliste Tripoli in februari alle onwettig in het land verblijvende Afrikaanse migranten in één klap uit te zetten, ook al diegenen die al jaren in Libië leven. Libië heeft een grote behoefte aan extra werkkrachten, vooral voor de horeca en de constructiesector. Het land is al geruime tijd een immigratieland. „Maar nu wil de overheid de migratie reguleren. Alleen wie met een contract en de nodige documenten het land binnenkomt is hier nog welkom. Alle anderen gaan eruit”, aldus Hart.

„Het is moeilijk om precieze en recente cijfers te vinden omtrent wie vertrekt, hoe en waarheen. 2006 was goed voor ongeveer 16.000 ‘landingen’ van illegalen op het eiland Lampedusa, aldus de Italiaanse overheid”, zo citeert Hart. „Velen onder hen waren Soedanezen die vanuit Libië vertrokken. Maar we zien aan de andere kant ook dat er ook weer veel meer Soedanezen terug willen keren. Wij ontvingen hier bij IOM een verzoek om bij hun repatriëring te helpen, wat we we tot nog toe voor 4.000 onder hen deden. Veel migranten die hier gestrand zijn willen best wel terug, maar ze kunnen dat niet zomaar, met lege handen. Dat zou een immens gezichtsverlies betekenen tegenover de familie, en het is vaak zelfs gevaarlijk. De IOM zorgt gemiddeld voor 200 vliegtuigtickets per maand, zo verzekeren we alvast een eervolle terugkeer, compleet met een ondersteuningspakket, microkredieten en beroepsopleiding en de nodige begeleiding in het land van herkomst”, aldus Hart.

Met die repressie en de toenemende controle langs en op de Middellandse Zee veranderen de migratieroutes in en vanuit Afrika. Nu is Malta aan de beurt. „Straks krijgt Kreta, dat zeer dicht bij de Egyptische kust ligt, een toenemend aantal vluchtelingen te verwerken”, aldus Hart. „Daarbij komt nog het perverse resultaat van repressie en deportatie door soevereine staten dat alleen leidt tot een ‘draaideureffect’: migranten die opgepakt en met geweld gerepatrieerd worden, beginnen er in de regel gewoon opnieuw aan. Zo wordt het repressieve optreden steeds meer deel van het probleem.”