Ik luister nog wel naar hem

Alex Storms (25) heeft altijd geleefd met het idee dat hij wijnkoper zou worden.

Maar of hij de adviezen van zijn vader zal blijven overnemen, dat weet hij niet.

Alex Storms (25) gaat in zijn keuken annex kantoor zitten, zijn vader past zolang op de winkel. De deur ertussen blijft openstaan, ze kunnen elkaar horen praten. Alex Storms woont hier sinds kort weer alleen, zijn vriendin is weggegaan. Voorlopig, tenminste. Wat hem betreft is er nog wel een weg terug. Ze was een Poolse. Heeft zijn vader dat verteld? Hm. Dan zal hij ook wel hebben verteld dat hij het niet echt met haar zag zitten.

Ja, waarom niet. Ze had nogal een sterke persoonlijkheid, eigenwijs en dominant. Maar dat was het probleem niet. Wat moet hij zeggen? Ze had twee universitaire studies gedaan, hij kende haar van een talencursus in Spanje. Eigenlijk leek ze nogal op zijn moeder. Alleen, die ging in de zaak en zijn vriendin wilde dat niet. Niet echt. Ze had in Nederland een goede baan, ze bemiddelde tussen Nederlandse werkgevers en Poolse werknemers. Maar ze wilde verder. Haar vader was een grote ondernemer, voor Poolse begrippen dan. Ze wilde op den duur zijn bedrijf overnemen.

Hij zou zich kunnen voorstellen dat zijn zusje in de zaak kwam – zij heeft de Hogere Hotelschool gedaan. Maar ze heeft het nooit gewild en zijn vader is er ook geen voorstander van. Die weet hoe lastig het is om met familie in één bedrijf te zitten. Zijn vader zegt: als je met meer bent, moet je filialen gaan openen, met personeel gaan werken en zie maar eens mensen te krijgen die je kunt vertrouwen.

Zelf denkt hij dat zijn zusje en hij elkaar goed zouden aanvullen. Zij spreekt niet alleen Engels en Spaans, zoals hij, maar ook nog heel goed Frans en Duits. Zij is goed in de omgang met mensen. Hij zou er op zijn beurt geen probleem mee hebben om de boekhouding te doen. Het zou mooi geweest zijn.

Een nieuwe vriendin zou natuurlijk ook mooi zijn. Het hoeft geen vrouw te zijn die ook in de zaak wil. Maar ze moet wel achter hem staan. Dat ze geen woorden krijgen als hij pas om acht uur thuiskomt. Of op zaterdagavond naar een wijnboer in Duitsland rijdt en maandag vroeg weer terugkomt, op tijd voor de winkel.

En laat hij eerlijk zijn, een vrouw die hem bij wijze van spreken drie keer in de week frites en frikadellen voorzet, dat gaat ook niet. Dat vindt hij zo knap van zijn moeder. Dat ze zo ontzettend goed kan koken. Dat ze precies weet bij welk gerecht welke wijn moet. Als klanten met een menukaart bij hem komen en vragen wat ze moeten drinken, belt hij haar.

Hij heeft altijd geleefd met het idee dat hij later wijnkoper zou worden. Al zou je dat niet zeggen als je ziet hoe hij op de middelbare school was. Achteraf heeft hij er spijt van. Hij heeft veel tijd verloren. Maar hij had het nodig om zich uit te leven. Later, dacht hij, werk ik zeventig, tachtig uur in de week. Hij wilde van zijn vrijheid genieten zolang het kon.

Wat heeft meegespeeld, denkt hij, is de welvaart waarin zijn generatie is opgegroeid. Hij las laatst dat er in Engeland bijna geen Engelsen meer zijn die geneeskunde gaan studeren. Ze worden liever manager. Hoeven ze minder te leren en kunnen meer verdienen. Zoiets speelde onder zijn vrienden ook, denkt hij achteraf. Je werd uitgelachen als je je best deed of als je ergens goed in was. En hij liet zich daarin meetrekken.

In Chili is hij zichzelf tegengekomen. Een half jaar zonder vrienden, op zichzelf teruggeworpen, in het wijnbedrijf van een van zijn vaders zakenrelaties. Overbodig te zeggen dat hij daar veel van heeft geleerd. Moet je hem nu zien: hij heeft de zaak en zijn studie en daarnaast volgt hij een opleiding tot vinoloog. ’s Avonds zit hij altijd met zijn neus in de boeken.

Mensen zeggen wel tegen hem dat hij het maar gemakkelijk heeft: de zaak van zijn vader valt hem zo in de schoot. Het is maar hoe je het bekijkt. Zijn vader heeft een kleine zaak groot gemaakt en alleen al op hetzelfde niveau blijven, zal hem moeite genoeg kosten. In principe zal hij blijven werken zoals zijn vader het altijd gedaan heeft, met de nadruk op kwaliteit. Meer dan tachtig procent van de wijnen wordt in de supermarkt verkocht en die wijnen gaan steeds meer op elkaar lijken. Hij zal zich blijven onderscheiden.

Maar dat betekent niet dat er nooit wat zal veranderen. Kijk naar Polen, dat hij redelijk goed kent. De markt is daar nog open, de wijnproductie is in opkomst. Als je daar iets wilt doen, moet je het nu doen. Zijn vader zal het geen goed idee vinden, maar híj kent het daar niet. En al zal Alex Storms altijd een luisterend oor voor zijn vader hebben, het betekent niet dat hij zijn adviezen blijft overnemen.

Straks, als hij in de positie van zijn vader zit, dan zal hij de zaak gaan uitbreiden. Natuurlijk zal hij filialen gaan openen, personeel aannemen. Hij zal meer wijn gaan verkopen via internet, nog meer proeverijen organiseren. Flexibele openingstijden, voor de klanten die overdag werken. Hij wil nog groter worden, nog succesvoller.

Zijn vader komt de keuken annex kantoor binnenlopen en blijft even staan luisteren. Dan loopt hij terug naar de winkel en zegt dat ze gelukkig nooit ruzie hebben. „Wij begrijpen elkaar hè, Lex. Wij weten wat we aan elkaar hebben.”