Heilige geest

Met ongeloof keek ik naar de fiets van Cadel Evans. De Australische renner reed tijdens de beslissende tijdrit op een exemplaar van bijna één miljoen euro. Je zag het er niet aan af. Het bleef een fiets; een frame, een stuur met remmen, een derailleur, twee wielen en een bidon in de houder.

Evans zat waardeloos op zijn zadel. Al na tien kilometer gleed hij met zijn achterste naar het puntje om vervolgens minutenlang zo door te blijven rijden. Het was vragen om de zo gevreesde derde bal. Hopeloos. Hij ging de achterstand op Carlos Sastre niet meer inlopen, dat kon een kind nog zien. Met een vertrokken gezicht reed hij over de finishlijn.

Een miljoen euro investeren in een aerodynamische, vederlichte fiets en dan toch kansloos rondrijden. Niets is zo lachwekkend als ondeugdelijke luxe. Het zag eruit als een zakenman die in het financiële district zelf zijn nieuwe Jaguar moest aanduwen.

Evans moet thuis maar eens heel zuinigjes, voor twee euro, een kop koffie bestellen in een sober café en dan rustig nadenken over zijn manier van fietsen. Hij heeft in het krachthonk beestachtig gewerkt aan de kracht in zijn spieren en de omvang van zijn borstkas. Fijn. Nu nog leren dat je daarmee kunt aanvallen. Als je dan verliest, is het geen schande.

Sastre kreeg de beloning voor zijn offensieve rijden op Alpe d’Huez. Geen idee wat zijn fietsje kostte, maar hij zat prinsheerlijk te paard. Souplesse was het toverwoord. De bilnaad nagenoeg de hele tijdrit tegen de achterkant van het zadel, zoals het hoort.

Van het zitvlak niets dan goeds.

Toen Sastre na de tijdrit van zaterdag over de finish kwam, sloeg hij tergend langzaam een kruis op de borst. In de naam van de vader, de zoon en de heilige geest, amen. Dat je in naam van je vader fietst, kan ik begrijpen. De jonge Sastre reed rond met de genen van de oude Sastre.

In naam van de zoon. Je kroost in gedachten, ik had van de Spanjaard niet anders verwacht. Een paar jaar geleden haalde hij na een geslaagde solo in de Tour een speen uit zijn shirt en stopte die voor de finish in zijn mond. In de naam van zijn pasgeboren kleintje.

Rest de heilige geest.

Wie is deze anonymus die boven het peloton zweeft? De dode Gino Bartali wellicht, die voor eeuwig zijn zegen geeft aan de renners die de bergen intrekken. Of de naamloze artsen, met hun zakken bloed en epo-pikuurtjes.

Of sloeg Sastre een kruisje voor de douanier die donderdag met getrokken pistool de vader van de wielerbroertjes Schleck wegens vermeend dopingbezit uit zijn auto sleepte. En alleen een aspirientje vond.

Heilige geest, ben jij het wezen dat goed en kwaad versmelt op het parcours? Het niet te doden monster in de wielersport dat winnaar Sastre, boef Ricco – wat heb ik zijn driften gemist, de afgelopen week – Tourdirectie, mecaniciens, Mart Smeets en miljoenen gekken langs de kant in de ban van de fiets hield?

Laat iets van je horen, geest. Waar hang je uit? Geef in godsnaam je whereabouts op. Dan komen we je opzoeken met een fles champagne. Om je te danken voor drie weken vol valse romantiek, bedrog, uitputting, strijd en overgave. Het leek het gewone leven wel, zoals we het vandaag – zonder peloton – weer in alle gedaantes meemaken.