Een Somalische vrouw die niet naar Athene wil

Asiel aanvragen kan niet in Nederland, als je via een ander EU-land bent aangekomen.

Maar wat als je in dat andere land bent opgesloten en mishandeld?

De zaak. Een Somalische vrouw wil in Nederland asiel aanvragen, en niet in Griekenland, hoewel ze daar eerst is binnengekomen. Nederland wijst haar om die reden hier af. Volgens de Dublin-verordening is het EU-land waar de vreemdeling als eerste binnenkomt verantwoordelijk voor asielaanvragen. Maar de Somalische vrouw is daar destijds opgesloten en ernstig mishandeld. Zij zegt dat de Griekse asielprocedure zo slecht is dat verwijzing naar Athene door Nederland neerkomt op uitwijzing naar Somalië. Ze wijst zo op refoulement: volkenrechtelijk verboden terugzending naar een land waar de vluchteling vervolgd wordt.

Waarom is dit interessant?

Omdat de Somalische van de rechtbank Zwolle gelijk krijgt. De Raad van State, als hoogste rechter, staat straks voor de keuze. Of staatssecretaris Albayrak (Justitie, PvdA) volgen die door wil gaan met uitzetten naar Griekenland. Of de sterk groeiende internationale kritiek op Athene honoreren en daarmee tegelijk het precaire evenwicht in de Europese asielsamenwerking in gevaar brengen. Lidstaten willen immers voorkomen dat asielzoekers in Europa gaan ‘winkelen’.

Wat speelt er nog meer mee?

Op de achtergrond speelt de onmin tussen bestuursrechters in de vreemdelingensector. De rechtbanken voelen zich niet serieus genomen door de Raad van State, die van volgzaamheid wordt verdacht. De (lagere) rechters gooien er in deze zaak een paar A4’tjes met motivering en uitleg tegenaan om duidelijk te maken waarom ‘Athene’ zich misdraagt. En nu hopen ze dat de Raad van State hen niet zal afschepen met de gebruikelijke anderhalve alinea. Meestal luidt die kortweg dat ze van een ‘onjuiste rechtsopvatting’ blijk gaven.

Om welke ‘misstanden’ gaat het?

De rechtbank stelt op basis van buitenlandse rapporten en artikelen vast dat er geen eerlijke of geloofwaardige asielprocedure is voor de Somalische, in het geval ze wordt teruggestuurd. De wachttijden zijn enorm, intussen vervallen de wettelijke termijnen. Feitelijk wordt iedereen ongemotiveerd geweigerd. De accommodaties zijn overvol. Van opvang, verzorging of toegang tot arbeid is geen sprake. De kritiek houdt niet op. Terugverwijzen van de Somalische komt neer op schending van haar mensenrechten. Behalve de ‘Dublin-gevallen’ staan ook gewone asielzoekers in Griekenland er juridisch slecht voor, constateren de rechters.

Wat zijn juridisch de consequenties?

De rechtbank vindt dat Nederland er niet op mag vertrouwen dat Griekenland zijn volkenrechtelijke verplichtingen jegens de vrouw zal nakomen. Het ‘interstatelijk vertrouwensbeginsel’ staat hier op de tocht. De verklaringen van de Somalische zijn bovendien geloofwaardig en passen in het beeld dat uit de schriftelijke bronnen naar voren komt.

En: de opvatting van de Staat dat de vreemdeling zelf moet bewijzen dat een andere lidstaat z’n verplichtingen niet nakomt is „te eng”. Als een vreemdeling goed weet te onderbouwen wat er in zo’n ander land aan de hand is en daar bovendien allerlei ‘algemene stukken’ bij weet te vinden dan „ontstaat er een omslagpunt in de bewijslast”. De rechter vindt dat in dat geval de Immigratie- en Naturalisatiedienst gemotiveerd die informatie moet weerleggen. Dat is niet gebeurd. Ook heeft de Staat niet betwist wat de vrouw in Griekenland is overkomen. Er zijn derhalve „voldoende substantiële gronden om aan te nemen dat zij bij overdracht aan Griekenland een risico loopt op ‘refoulement’. Besluit vernietigd.

Dit is een tweewekelijkse rubriek over rechtspraak.