Dopejacht maakt bergen weer hels

Het imago van de Tour de France was dit jaar het belangrijkste thema.

Door de strenge controles op doping reden de renners wel langzamer dan vroeger.

De klok liegt niet, hooguit een beetje. In 1991 fietste Erik Breukink na een etappe over Galibier en Croix de Fer de slotklim van 13,8 kilometer naar Alpe d’Huez in 40 minuten en 22 seconden. In de Tour de France van 2008 zou de huidige Rabo-ploegleider er tweede mee zijn geworden, achter rit- en later ook Tourwinnaar Carlos Sastre (39.29). „Dat kun je niet vergelijken”, glimlachte Breukink bescheiden. Maar ook hij moest concluderen dat de beslissende beklimming door alle renners behalve Sastre fors langzamer werd afgelegd dan de jaren hiervoor. Toen sprintten hele legers, aangevoerd door generaals als Marco Pantani (36.50) en Lance Armstrong, de Alp op binnen de 40 minuten. Eenzelfde vergelijking valt te maken voor de belangrijkste Pyreneeënrit naar Hautacam. Ook daar reden de favorieten minder snel omhoog dan voorheen.

Weersinvloeden en koersverloop kunnen het beeld enigszins vertekenen, maar de langzamere tijden in de belangrijkste aankomsten bergop zijn het beste bewijs dat de medicatie in het peloton fors is teruggedrongen. Verboden middelen als epo en bloedtransfusie kunnen de prestaties met procenten tegelijk verbeteren, wat vanaf de jaren negentig in de hele topsport volop is gebeurd.

In een reactie op dopingschandalen koos het wielrennen meer dan welke andere sport voor een rigoureuze lijn van zero tolerance. Desnoods wordt de vrijheid van het individu volledig opgeofferd. Met vier positieve dopingtesten (Manuel Beltran, Moises Duenas, Riccardo Ricco en gisteren Dmitri Fofonov) op een groep van 180 sporters lijkt de aanpak in elk geval effectief.

In vroeger tijden kregen betrapte renners een tijdstraf van tien minuten en konden ze de Tour nog gewoon in de top van het klassement voltooien (bijvoorbeeld Joop Zoetemelk in 1977 of Gert-Jan Theunisse in 1988). Anno 2008 is elke zondaar wereldnieuws. Tourorganisator ASO maakte van de vier dopinggevallen een groot nummer om uit te dragen dat hun aanpak (met Franse controleurs) veel effectiever is dan die van de internationale wielerunie UCI, waarmee de Fransen al enige tijd in staat van oorlog verkeren. Collega’s in het peloton doen er binnen het verharde klimaat in het profwielrennen graag een schepje bovenop. Raborenner Bram Tankink wilde Ricco „op zijn bek slaan”. Columbia-ploegleider Rolf Aldag (ex-Telekom) sprak van „voor dertig jaar in de gevangenis smijten” of „van de brug gooien”.

Aan de Franse politie zal het niet liggen. Stoute sporters werden gearresteerd alsof ze een ernstige bedreiging voor de openbare orde vormden. In een verenigd Europa moet dat blijkbaar kunnen. De apotheose volgde toen in de laatste Tourweek een Franse agent met getrokken pistool Johnny Schleck, de vader van CSC-renners Frank en Andy, uit zijn auto commandeerde en fouilleerde.

Sportieve prestaties moeten wel heel goed zijn om uit de schaduw te treden van zoveel (anti-)dopinggeweld. De Brit Mark Cavendish (23) behaalde vier prachtige sprintzeges en heeft daarbij de uitstraling van een kampioen. Zijn ploeg Columbia viel op in de eerste Tourhelft (geel voor Kim Kirchen). Net zoals het Amerikaanse Garmin zich positief onderscheidde met aanvallend koersen, goede presentatie en een vijfde plaats van Christian Vandevelde (getraind door de Nederlander Adrie van Diemen) in het eindklassement. Ook het Duitse Gerolsteiner, dat nog altijd niet definitief rond is met een nieuwe sponsor, had twee uitblinkers: Stefan Schumacher won beide tijdritten en droeg geel, de Oostenrijker Bernard Kohl (ex-Rabobank) pakte zeer verrassend de bolletjestrui en eindigde als derde in Parijs. En de Fransen vierden drie ritzeges alsof de Tour na Bernard Hinault in 1985 eindelijk weer was gewonnen.

De beste staaltjes topsport leverde de CSC-ploeg. Manager Bjarne Riis was vorig jaar niet welkom in de Tour en werd na een epo-bekentenis zelfs uit het rondeboek geschrapt als winnaar van 1996. Dit jaar was de charismatische Deen terug. In de boeken als winnaar van 1996 en in de ploegleidersauto achter de winnaar van 2008, zijn Spaanse kopman Carlos Sastre. Zijn ploeg domineerde de wedstrijd op alle cruciale momenten. Toppers als Fabian Cancellara, Frank en Andy Schleck reden in dienst van het collectief. De Noor Kurt-Asle Arvesen (33) won een rit en trok het peloton uit elkaar in de Alpen. Locomotief Jens Voigt legde de kopgroep in de bergen een meedogenloos tempo op. Jammer alleen dat de 76 kilo zware Duitser, ondanks alle verhalen over transparantie in het nieuwe wielrennen, niet wilde vertellen welk vermogen hij produceerde op de Tourmalet. Het moet gigantisch zijn geweest.

De Nederlandse Raboploeg – aangesloten bij de strengste ploegen van het peloton die zich hebben verenigd in ‘de beweging voor een geloofwaardige wielersport’ – hield in het Deense geweld behoorlijk stand. Kopman Denis Mentsjov (vierde) bewees dat de schema’s van trainer Louis Delahaye kloppen en haalde drie weken lang een constant hoog niveau. Twee foutjes (op het vlakke en in een afdaling) kostten hem het podium. Voor de prijzen was de ploeg weer eens afhankelijk van de Spanjaard Oscar Freire, die de groene trui won en een rit. Van de Nederlandse renners viel debutant Laurens ten Dam (22ste in het eindklassement) op in de bergen.

Toch heeft de geforceerd doorgevoerde cultuuromslag, met bankier Harold Knebel als nieuwe directeur, het Nederlandse wielrennen nog geen goed gedaan. Michael Boogerd, jarenlang het boegbeeld in de Tour, wordt sinds hij is gestopt bij de ploeg geweerd. Thomas Dekker (23), die vorig jaar met Boogerd schitterde in de bergen, mocht niet mee naar de Tour. Kijken of het Nederlandse wielerpubliek na deze Tour net zo enthousiast naar de criteriums komt als vorig jaar.

Maar succes gold dit jaar ook voor Rabobank niet als hoogste doel. „Het allerbelangrijkste was dat alles zonder incidenten zou verlopen”, gaf ploegleider Erik Breukink aan het slot van de Ronde toe. Zoals Tourdirecteur Christian Prudhomme al voor de start in Brest zei dat het imago van zijn wedstrijd het belangrijkste thema was. In een tijd dat relatiemarketing welig tiert en vips worden onthaald met alle verworvenheden van 2008, wilde hij de renners weer ouderwets zien lijden. Prudhomme zal handenwringend hebben gekeken naar de langzamere klimtijden op Hautacam en Alpe d’Huez.