Beteugeling van geheime dienst Pakistan mislukt

De Pakistaanse premier probeerde dit weekeinde het gezag van de regering over de inlichtingendienst ISI te versterken, maar het leger, het sterkste instituut in Pakistan, liet dat niet toe.

De Pakistaanse premier Yousuf Gilani dacht zaterdag een slimme zet gedaan te hebben die zeker in de smaak zou vallen bij de Amerikaanse regering, die steeds sterker aandringt op een harde aanpak van het terrorisme in Pakistan. Enkele uren voordat hij op het vliegtuig stapte voor zijn eerste bezoek aan Washington liet hij een verklaring uitgaan dat de inlichtingendienst ISI onder het gezag van het ministerie van Binnenlandse Zaken is geplaatst. Daardoor zou de regering meer greep krijgen op de dienst, die bekendstaat als een ‘staat binnen de staat’. Maar het leger stak daar een stokje voor.

De ISI steunde in de jaren negentig, tijdens de civiele regeringen van Benazir Bhutto en Nawaz Sharif, de Talibaan in Afghanistan. Dat deed zij onder andere met de opleiding van extremisten in madrassa’s (koranscholen) in Kashmir en de tribale semi-autonome gebieden aan de Afghaanse grens. Verder wordt zij ervan beschuldigd militante groepen aan te sturen die aanslagen plegen in het Indiase deel van Kashmir. Ook na de val van het Talibaan-regime in 2001 werd de ISI geregeld beschuldigd van dubbelspel: enerzijds is het haar taak om moslimextremisten aan te pakken, anderzijds zou de dienst betrokken zijn bij allerlei aanslagen.

Hoe kan het bijvoorbeeld, zeggen critici, dat de inlichtingendienst de meest gezochte terrorist van Pakistan niet kan vinden, terwijl hij in mei een persconferentie gaf voor tientallen journalisten in de tribale regio Zuid-Waziristan? Baitullah Mehsud, leider van de alliantie Beweging van Pakistaanse Talibaan, wordt onder andere verantwoordelijk gehouden voor de moord op Bhutto en een reeks zelfmoord)aanslagen waarbij vele honderden doden vielen. Vorige maand nog beschuldigden de Afghaanse en Indiase regeringen de dienst van de zelfmoordaanslag op de Indiase ambassade in Kabul, die 58 levens eiste.

Bhutto’s weduwnaar Asif Ali Zardari, nu leider van de regerende Pakistaanse Volkspartij, noemde Gilani’s besluit zaterdag vanuit zijn huis in Dubai „historisch”, zo vermeldde dagblad The News: „In de toekomst kunnen vijanden van Pakistan de ISI niet meer belasteren. Niemand kan nog zeggen dat deze dienst niet onder de controle van een gekozen regering staat.”

De Volkspartij won de verkiezingen in februari onder andere door haar belofte om extremisten niet langer militair te bestrijden, maar te onderhandelen met de stammen die hen onderdak verlenen in de tribale gebieden. Dat leidde aanvankelijk tot een luwte in het geweld, maar in de afgelopen weken zijn veel gesprekken stukgelopen, waaronder die met Mehsud. Het aantal aanslagen in Pakistan en Afghanistan is sindsdien weer toegenomen. Gilani is onder toenemende druk van Afghanistan en de VS gekomen om op te treden. Naar verwachting zullen president Bush, vicepresident Cheney en minister van Buitenlandse Zaken Rice die boodschap vandaag met nadruk herhalen tegenover Gilani. Het nieuws over de ISI had moeten helpen hun kritiek te verlichten.

Tijdens een tussenlanding in Londen zaterdag kreeg Gilani twee dringende telefoontjes, meldt The News. Een van het kantoor van president Musharraf en een uit het hoofdkwartier van legerleider Kayani. In beide werd bezwaar gemaakt tegen zijn besluit. Kayani heeft sinds hij eind vorig jaar de legerleiding overnam van Musharraf geprobeerd om het leger los te maken van de politiek. De ISI had kunnen leven met een positie binnen het ministerie van Defensie, maar niet bij Binnenlandse Zaken, was volgens Pakistaanse media de strekking van de gesprekken. Binnen 24 uur werd het besluit teruggedraaid. Gilani deed een nieuwe verklaring uitgaan waarin hij zei dat het bericht „verkeerd was begrepen” en dat er slechts is besloten tot meer samenwerking tussen de ISI en Binnenlandse Zaken.

De VS en de NAVO in Afghanistan verliezen steeds meer geduld met de Pakistaanse aanpak van het terrorisme. Vanmorgen vielen zes doden in een madrassa in Zuid-Waziristan, vermoedelijk door een Amerikaanse raket.