Allemaal hard gewerkt, lang niet allemaal tevreden

Laurens ten Dam was tevreden met zijn eindklassering. „22ste als helper van Mentsjov, ik vind het zelf hartstikke goed”, zei hij nog voordat de op doping betrapte Kazachstaanse renner Dmitri Fofonov als nummer 19 uit de uitslag was geschrapt. Daardoor schoven alle renners vanaf de 20ste plaats één plaats op. „Jammer van die ene slechte dag op weg naar Alpe d’Huez, anders was ik in de top-20 geëindigd en dat zou helemaal super zijn geweest. Maar ik kwam niet voor een klassement, al wilde ik me ook niet laten wegrijden natuurlijk. Ik heb drie weken alles gegeven.” Toch was ook Ten Dam niet zo vaak in beeld. „We zijn de Tour gestart met het idee om hem met Denis proberen te winnen. Als je met die intentie start, ben je zelf minder opvallend natuurlijk. De ploeg-Raas viel vroeger op omdat het allemaal vrijbuiters waren. Dat is anders.

Ten Dam kwam zaterdag uitgeput over de eindstreep. „Ik had nog nooit een tijdrit van meer dan 30 kilometer gereden. Ik heb spierpijn en een stijve kont van dat diep zitten op die fiets. Het was wel een beetje op, voelde ik, ik heb toch drie weken lang alle finales meegereden. Als je daar de Rondes van Zwitserland en Luxemburg bij optelt, heb ik twee maanden alleen maar finales gefietst, op de top van mijn kunnen. Dan is het niet zo vreemd dar het op is.” Toch neemt Ten Dam geen rust. De komende drie dagen rijdt hij Tourcriteriums in Nederland en donderdag vliegt hij via Seoul naar Peking om daar deel te nemen aan de Spelen.

Tekst Maarten Scholten en Dirk Vandenberghe

Koos Moerenhout, 33ste

Koos Moerenhout eindigde als tweede Nederlander in deze Tour. „Tweede Nederlander doet me niet zo veel, maar met die 34ste [voor uitsluiting van Fofonov, red.] plaats ben ik wel tevreden. Dan heb je het na drie weken toch niet zo heel slecht gedaan. Ik ben op zich wel tevreden over mijn Tour, al kan het natuurlijk altijd beter. Ik heb helaas geen etappe gewonnen, maar dat was ook niet het doel. Oscar brengt het groen naar Parijs en dat is toch heel knap. Daar heb ik veel bewondering en respect voor, hij heeft heel veel op eigen houtje moeten doen. Ook Denis heeft heel wat laten zien en daar ben ik blij mee. Als hij de Tour had gewonnen was het perfect geweest, nu is het gewoon heel goed.” Moerenhout, vlak voor de Tour door ploeggenoot Lars Boom onttroond als nationaal wegkampioen, leverde van alle Nederlandse renners de beste prestatie met zijn vierde plaats in de elfde etappe, van Lannemezan naar Foix, in de uitlopers van de Pyreneeën.

Bram Tankink, 59ste

Bram Tankink is teleurgesteld over zijn Tour. Nou ja, geschrokken van zijn eigen woorden en van de meeluisterende ploegleider Erik Dekker herstelt hij zich snel: een klein beetje teleurgesteld. Eén keer zat hij mee in een ontsnapping, maar die werd door het peloton geen lang leven gegund.

„Ze lieten alleen de Fransen rijden”, aldus Tankink. Bovendien kreeg hij op het einde te kampen met de ‘ziekte van Posthuma’. „Bronchitis noemen ze dat geloof ik”, zegt hij zwaar hoestend na zijn tijdrit. „De eerste week sliep ik met hem op de kamer, dus ik zal het wel van Joost hebben gekregen.”

Tijdens de afsluitende tijdrit in zijn vierde Ronde van Frankrijk beleefde Tankink zaterdag nog een persoonlijk moment van glorie, toen hij ploeggenoot Pieter Weening voorbijreed. „Iemand inhalen is altijd leuk bij een tijdrit, ook als het een ploegmaat is. Pieter riep nog ‘doe eens normaal’ maar ik fietste stoer verder.”

Pieter Weening, 62ste

„Een gruwelijk stuk”, beschrijft Pieter Weening de 53 kilometer lange tijdrit naar Saint-Amand-Montrond. Toch oogt de Fries al snel na de finish vrij monter. „Ik voel me nog goed. Dat mag ook wel, want ik heb in het voorjaar bijna niets gereden.”

De winnaar van een etappe in de Tour van 2005, met aankomst in Gerardmer, kampte lang met een knieblessure en reed zich pas op het laatste moment in de Tourselectie. „Dat was al een overwinning op zich. Ik was slecht in de eerste week door een virus, maar daar ben ik wonderbaarlijk van hersteld. In de Pyreneeën en de Alpen heb ik mijn mannetje gestaan voor Denis Mentsjov. Normaal moet ik dat ook kunnen, in de Dauphiné Libéré was ik al goed. Ik ben zeer tevreden over mijn Tour, kijk er met een goed gevoel op terug. En nu een goed najaar rijden, in de rondes van Duitsland en Polen.”

Pieter Weening reed dit jaar zijn vierde Tour de France.

Joost Posthuma, 68ste

De winnaar van de Ronde van Luxemburg en de Driedaagse van De Panne, kwam tijdens zijn derde Tour bijna niet in beeld. Hij reed vooral de laatste twee weken rond met een ‘rotgevoel’ nadat hij de eerste week keelpijn en een verkoudheid had. Vervolgens moest hij aan de antibiotica, maar bleef verder fietsen. „Thuis neem je een paar dagen rust, maar dat kan hier niet. Je krijgt bijna geen lucht, dus dan rijd je echt rond met een baggergevoel. De ene dag is het 37 graden en de volgende dag rijd je naar Italië bij 4 graden en in de regen. Dat helpt ook niet om te herstellen.” Toch is Posthuma helemaal niet teleurgesteld over zijn Tour. „Mijn rol was om zo lang mogelijk bij Mentsjov te blijven, zeker in het begin van de rit. Dan rijd je minder in the picture, rijd je niet vooraan tijdens de tv-uitzending, maar daar heb ik geen enkel probleem mee. Denis deed mee voor het podium en met Oscar winnen we de groene trui. Daarmee is onze Tour zeker geslaagd.”

Stef Clement, 89ste

„Ik heb de hartslag van een bejaarde”, hoest Stef Clement als hij over de streep komt na de slottijdrit. „Pijn in de benen heb ik niet eens meer, ik ben gewoon leeg. Dan kun je jezelf niet eens meer pijn doen. Mijn hartslag is vandaag niet boven de 165 geweest.”

Clement, die vorig jaar derde werd bij het wereldkampioenschap WK tijdrijden, kwam naar de Tour om zich in vorm te rijden voor de Olympische Spelen van Peking. „Sinds de eerste rustdag ben ik niet in orde. Je slaapt slecht, herstelt slecht. Dan word je niet beter, wat wel het doel was. Ik wilde hier verbeteren, zoals ik vorig jaar in de Vuelta verbeterde voor het WK. Nu moet ik erin berusten dat het niet beter gaat. Ik ga een paar dagen bedrust houden, de antibiotica uit mijn lichaam laten. Dan heb ik nog twee weken. Er zijn wel meer sporters beter uit een dergelijke positie gekomen. Ik richt nu alle ambities op Peking.”

Stef Clement reed dit jaar zijn tweede Tour de France.

Steven de Jongh, 124ste

Steven de Jongh reed een behoorlijke Tour, zijn vijfde, maar Quickstep had het niet makkelijk in deze editie. „Met Tom Boonen die niet mocht starten en Stijn Devolder die het liet afweten was het wel een frustrerende Tour voor ons. Het aantrekken van de sprint voor Gert Steegmans ging altijd wel goed, en de zege op de Champs Elysées hier is fantastisch en indrukwekkend. We waren al eens tweede, derde en twee keer vijfde geworden. Dat is een beetje als een koppel dat probeert om zwanger te worden, maar het wil maar niet lukken. Maar dit maakt het helemaal goed, al was ik ook al heel blij met mijn vijfde plaats in Digne-les-Bains na een zware aankomst.” Volgens manager Patrick Lefevere was De Jongh de enige van het team die vanaf het begin mentaal in staat bleek om een Tour zonder Boonen te rijden. „Waarschijnlijk bedoelt hij dat ik wat ouder ben.”

Sebastian Langeveld, 130ste

Sebastian Langeveld werd 12de in de Ronde van Vlaanderen en reed een goede Parijs-Roubaix. In de Tour was de debutant niet in topvorm.

„Ik heb niet het niveau gehaald dat ik had in het voorjaar. Ik heb hard voor de ploeg gewerkt, maar was niet helemaal topfit aan de Tour begonnen. In Zwitserland had ik wat last van mijn knie gekregen en nog zo wat dingen. Allemaal kleinigheden, maar hier krijg je geen moment de tijd om te herstellen. Ik had wel iets meer van mezelf verwacht, maar door die kleine dingen kan je niet veel meer dan je werk doen voor de ploeg. Het was heel erg zwaar maar wel een mooie ervaring, met heel veel publiek langs de weg. Vooral de klim naar Alpe d’Huez was onwijs mooi. Ik ben wel blij dat het erop zit, dit was best nog een taaie tijdrit, leek langer dan 53 kilometer.”

Martijn Maaskant, 133ste

„Ik stap nooit meer op een fiets”, klinkt het na de slottijdrit in Saint-Amand-Montrond uit de camper van Garmin aan de finish. „Ik ben helemaal kapot na drie weken koers”, zegt Martijn Maaskant als hij tien minuten later opgefrist naar buiten stapt. De vermoeidheid na zijn eerste Tour is met niets te vergelijken. „Mijn langste wedstrijd tot nu toe was Olympia’s Tour, tien dagen in waaiertjes rijden. Dit is even iets anders.” De klassiekerspecialist, vierde in Parijs-Roubaix, knechtte in de Tour voor kopman Christian Vandevelde. „Daar heb ik geen problemen mee, je moet onderaan beginnen bij de beroepsrenners. Als ze je ’s avonds aan tafel bedanken, geeft dat ook voldoening. De jongens hebben me er doorheen geholpen, ik had het voor de eerste rustdag al moeilijk. Ik zal blij zijn als ik thuis ben. Of ik volgend jaar weer de Tour rijd, weet ik nog niet.”

Niki Terpstra, 135ste

Niki Terpstra schitterde in het voorjaar met goede prestaties in de klassiekers en mocht met Milram mee naar de Tour. Zo uitgebeid als in de lente kwam hij uiteraard niet in beeld, maar toch is hij zeer tevreden over zijn debuut in de Tour. „ Ik ben toch aardig in beeld geweest, terwijl het niveau heel erg hoog is.” De afgelopen dagen, na de zware etappes in de Alpen, had Terpstra het wel even zwaar. „Denk je dat ze wat minder hard gaan rijden, maar dat gebeurt niet. En dan denk je ‘godver, duurt dat hier nog lang’, maar het is toch wel heer erg mooi om mee te maken. Met al die drukte en al dat publiek.”

Terpstra voelt zich ook uitstekend op zijn plaats in het Duitse team. „Ik heb vandaag voor twee jaar bij getekend. Ik ben kopman voor de voorjaarsklassiekers, dat blijven voor mij toch de belangrijkste koersen.”