Alberto Contador

Als hij mee had mogen doen, had Alberto Contador gisteren in Parijs misschien voor de tweede keer de Tour gewonnen. De Spaanse renner verloor vorig jaar van Michael Rasmussen, maar stond alsnog juichend op de Champs Elysées nadat de Deense geletruidrager drie dagen voor het einde van de Tour door zijn ploeg uit de wedstrijd werd gehaald. Dit jaar won Contador op eigen kracht en in fraaie stijl de Ronde van Italië, waaraan zijn ploeg Astana op de valreep mocht meedoen. Contador was een een paar dagen voor de start van de Giro door ploegleider Johan Bruyneel van een Spaans strand was geplukt en naar startplaats Palermo gedirigeerd.

Alberto Contador was van jongs af aan een trainingsbeest. „Het liefst met wind tegen”, zegt hij zelf. In zijn tweede jaar als prof kwam hij zwaar ten val in de Ronde van Asturië en werd hij twee keer getroffen door een bloedprop in de hersenen. Het belette hem niet terug te keren op topniveau. Ook nadat hij met Liberty Seguros de Tour van 2006 miste wegens betrokkenheid van de Spaanse ploeg bij het dopingschandaal Operacion Puerto kwam hij sterker terug. Hij vertrok naar Discovery Channel en won in 2007 Parijs-Nice. „De meest getalenteerde wielrenner ter wereld”, noemde ploegleider Bruyneel hem na zijn eindzeges in Tour en Giro.

De Tourorganisatie liet Astana wegens dope-incidenten in 2007 nu niet toe. Naast Contador betekende dat ook een streep door de naam van Andreas Klöden en Levi Leipheimer, net als hun kopman atleten in de kracht van hun leven. Zij hadden Tourwinnaar Sastre al eens verslagen in een grote ronde.

Maarten Scholten