Zeewier en stierenpenis

Diederik de Boorder was in 2004 en 2005 technisch directeur van het roei-internaat van de provincie Henan. „Een Chinees wordt desnoods naar zijn bed gedragen na de training.”

‘Voordat ik aantrad in Henan was mij al duidelijk hoe Chinezen over sport denken. Nederlanders vielen huilend op de knieën en doken in het water toen de vrouwenacht bij de Spelen van 2004 in Athene brons won. Verbaasd keken de Chinezen elkaar aan. ‘Jullie hebben toch verloren?’ Nuance kennen ze niet, tussen zwart en wit geen grijsschakeringen. Ik had het soms over ‘bijna goed’. Dat begrepen ze niet. Het is hao – goed – of bu hao – niet goed.

,,Het high performance center in Henan telde 150 roeiers van tussen de 14 en 25 jaar. De meesten waren arme boerenkinderen die voor het roeien waren geselecteerd in de provincie. Daar houden ze hardloopwedstrijden in de rijstvelden en kunnen scouts uit alle sporten kinderen fysiek testen. Ter plekke wordt onderhandeld en krijgen ouders geld mee. Sommigen zien daar de laatste keer hun familie, op het internaat hebben ze vijf vrije dagen per jaar. Ze zaten huilend aan het eten.

,,Het instituut in Henan was prachtig, maar na enkele weken moesten we weg. De tolk vertelde dat behalve ijs en sneeuw ook spionnen op komst waren. Ik kon niet geloven dat de rivaliteit zo hevig was. Roeien is sport nummer twintig in China, maar de druk is krankzinnig. Goud betekent promotie en bonussen voor de sporter, zijn familie, de coach, de begeleiding en de hoogste officials. Iedereen wordt op het behalen van die medaille afgerekend. De Chinese valkuil is stress, zeker bij de Spelen in eigen land.

,,We reisden ’s nachts in een karavaan naar Xinjiang, de provincie naast Tibet, naar een geheim trainingskamp in the middle of nowhere. Zonder macho-verhalen, maar dat was extreem spartaans. We trainden op een roeibaan met muren eromheen van drieënhalve meter hoog. De temperatuur lag altijd rond het vriespunt, in de vervallen bunker waar we leefden was geen verwarming. De douches waren gewoon buiten. In de drie maanden dat we daar bivakkeerden had ik fulltime mijn jas aan. Voor de roeiers heb ik elektrische dekentjes kunnen regelen.

,,Elke ochtend om kwart voor vier ging het fluitje, waarna iedereen tien minuten had om bij het botenhuis te komen. De roeiers begonnen met zestien kilometer hardlopen, vier rondjes in het pikdonker om de roeibaan. Meteen daarna moesten ze voor anderhalf uur naar het krachthonk. Om acht uur was er ontbijt, behalve door koks ook bereid door traditionele doktoren. Veel yinyang en geen vlees dat had ‘stilgezeten’. Wij aten rug en bil, zij ingewanden als milt en galblaas. Na het ontbijt volgde dertig kilometer roeien, na de lunch nog eens twintig kilometer.

,,Coaches langs de baan beslisten ’s avonds wie het goed had gedaan. Wie niet zijn best had gedaan, kreeg bijles op de roeimachine. De rest moest naar het ziekenhuis voor tests en traditionele medicatie: acupunctuur, acupressuur. Ook moest iedereen elke dag een speciale soep drinken. Niemand wist wat daar inging, maar de dopingcontroleurs zijn vaak genoeg langs geweest, dus dat liet ik maar zo. Ik heb zeewier, stierenpenis en hertengewei gegeten en voelde me er erg oké bij.

,,Fysiek waren de Chinese roeiers erg goed, technisch was het labbekak. De trainingen waren gericht op uithoudingsvermogen en collectief. Coaches lachten om Nederlandse roeischema’s. ‘Is dit een grap? Hoe kun je winnen met zo weinig training?’ Ik zei: ‘Dit zijn de schema’s waarmee we jullie van het water roeien’. Langzaam heb ik toen wat van mezelf in het programma gestopt. Ik heb niet de illusie dat ik wat heb veranderd. Mijn bemoeizucht werd niet gewaardeerd en er gebeurde veel achter mijn rug om. Ik had clashes met coaches over stiekeme trainingen, een overhoring met een video van een oude partijleider op een vrije dag en de Engelse les die mijn vrouw en ik aan roeiers gaven.

‘Bij de China Games in Nanjing werd Henan de tweede roeiprovincie van het land. We behaalden vijf medailles, maar geen gouden. Ter plekke werden coaches ontslagen. Die moesten maar zien hoe ze thuiskwamen. Mijn contract liep af, anders was ik er ook uitgeflikkerd. Hard, maar ergens past het bij sport. Wie heeft het nu bij het rechte eind? In Nederland hoor ik wel eens: we hebben het niet gehaald, maar we hebben er alles aan gedaan. Terwijl roeiers hier willen studeren, werken, een gezin hebben én olympisch kampioen worden. Voor een Chinese roeier is een medaille de enige uitweg uit de misère. Die accepteert de beestachtige training en draconische leiding, maar kan zich volledig concentreren op zijn sport en wordt desnoods naar zijn bed gedragen na de training. Een Chinees kiest voor goud, een Nederlander beseft dat het ook kan mislukken. En wie angst heeft te falen, kan nooit zijn ogen en neus dichtdoen en springen.”