Wij zullen proberen u uit te zetten

Illegalen moeten het land uit, maar de praktijk is weerbarstig. „Als het u te veel wordt, dan stop ik eventjes.” Op bezoek bij de Dienst Terugkeer en Vertrek.

De 49-jarige Syriër houdt zijn hoofd schuin, alsof hij het niet goed gehoord heeft. Alex Boer zegt het nog een keer. „U komt niet in aanmerking voor de speciale regeling.”

„Ik weet dat”, zegt de Syriër. „Ik krijg pardon.” Hij probeert een glimlach. Nee, zegt Alex Boer. „U krijgt dus geen pardon.” De Syriër moet het land uit, na veertien jaar. „De Nederlandse overheid verwacht dat u Nederland binnen twaalf weken verlaat.” De kin van de Syriër trilt, zijn ogen worden rood.

Boer is ‘regievoerder’ bij de Dienst Terugkeer en Vertrek van het ministerie van Justitie. Uitgeprocedeerde asielzoekers en andere vreemdelingen die niet meer in Nederland mogen zijn, horen van hem dat ze weg moeten, en hoe ze hun vertrek het beste kunnen regelen. Boer voert vier tot vijf „vertrekgesprekken” met de uitzetkandidaat. Hij begint het eerste gesprek altijd met de „aanzegging”.

„Ik moet het even formeel houden. U bent ongewenst verklaard. De rechter heeft uw beroep daartegen ongegrond verklaard. U mocht niet bij die rechtszaak zijn, want u mag eigenlijk helemaal niet in Nederland zijn. U heeft daarom ook in vreemdelingenbewaring gezeten.”

De man slaat zijn armen om zijn romp en begint te huilen.

Boer: „Als het u te veel wordt, dan stop ik eventjes. We hebben alle tijd. Wilt u een glaasje water?” De man knikt. De gemeenteambtenaar, die bij het gesprek zit, haalt een plastic bekertje. Boer bladert door een tien centimeter dikke stapel papier, de samenvatting van het asieldossier. Het enige geluid is het geruis van de luchtverversing in het afsprakenkamertje van het gemeentehuis van Leeuwarden. Het ruikt naar luchtverfrisser, om de geur van zwervers die hier soms zitten te verdringen.

Illegalen het land uitkrijgen – schattingen lopen uiteen van 74.000 tot 184.000 mensen – is moeilijk. De Dienst Terugkeer en Vertrek is anderhalf jaar geleden opgericht, zodat meer van hen „zorgvuldig, waardig en tijdig” het land verlaten. Hoe streng het immigratie- en asielbeleid ook is, als een afwijzing betekent dat je verder illegaal in Nederland blijft, heeft die strengheid weinig zin. Maar de ambtenaar die iemand zonder verblijfsvergunning het land probeert uit te krijgen, stuit al snel op een taaie realiteit van (inter)nationale rechtsbescherming, onwillige landen van herkomst, tegenstribbelende en onvindbare vreemdelingen, langs elkaar heen werkende overheidsdiensten en bemoeizuchtige politici.

Alex Boer is één van de 450 medewerkers van de dienst. Hij moet uitgeprocedeerde asielzoekers ervan overtuigen dat het beter voor hen is het land te verlaten. Dus legt Boer hun uit dat ze in Nederland onherroepelijk in de problemen zullen komen, illegaal zullen worden, dat er hier geen toekomst voor hen is. Dat ze die in hun eigen land wél hebben en dat er potjes zijn om hen daar op gang te helpen. Van Vluchtelingenwerk, van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), dat deels van de overheid komt. Zo wordt voor een Colombiaan die het land uit moet, een auto gekocht, zodat hij in Colombia een taxibedrijfje kan beginnen.

Waarom zo veel hulp en aandacht geven aan iemand die volgens de wet verplicht is Nederland op eigen kracht te verlaten? Omdat „medewerking van de vreemdeling aan terugkeer cruciaal” is, schrijft staatssecretaris Nebahat Albayrak (Vreemdelingenzaken, PvdA) aan de Tweede Kamer. Die medewerking is allesbehalve vanzelfsprekend. Ook al zijn het „gelukszoekers” – zoals VVD-leider Mark Rutte hen graag noemt – ze zijn niet naar Nederland gekomen om het land weer te verlaten. Daar moeten ze van overtuigd worden.

„Het is moeilijk dat vertrek tussen de oren te krijgen, ze klampen zich vast aan iedere strohalm”, zegt Boer. Toch is het overtuigen van de vreemdeling vaak de enige optie voor de regievoerder. Het vertrek afdwingen kan eigenlijk alleen als de vreemdeling is opgesloten. Maar de meeste illegalen kunnen niet in afwachting van hun uitzetting worden vastgezet, zeker niet als ze (doen alsof ze) meewerken. Wie niet vastzit en voorziet dat hij gedwongen zal worden het land te verlaten, kan op een dag zomaar ‘MOB’ zijn. Met onbekende bestemming vertrokken. In de statistieken staat dan dat ze „niet aantoonbaar zelfstandig zijn vertrokken”. Een deel verlaat het land dan ook, maar een onbekend deel blijft juist in Nederland, wordt soms dakloos, belandt in de criminaliteit, als slachtoffer of dader.

‘Luisteren man! You guys are not going to send me back to Africa!” In een hoorruimte van het detentiecentrum van Alphen aan den Rijn buigt de grote man zich voorover naar de regievoerders Michael Zijlstra en Ruud Droog aan de overkant van de tafel. Zijn spieren spannen zich. „Rustig aan”, zegt Zijlstra. „Ik begrijp u ook als u niet zo hard praat.”

In het gloednieuwe detentiecentrum – met 1.300 plaatsen het grootste van Nederland – ligt het kunstgras van de omheinde voetbalvelden op de binnenplaats er nog maagdelijk bij. Op de daken van de ‘units’ hangen de criminele en niet-criminele illegalen rond in de luchtkooien. Hier proberen regievoerders een uitzetting te regelen, terwijl iemand nog een straf uitzit. Zo wil de vertrekdienst voorkomen dat deze criminele vreemdelingen na hun straf weer verdwijnen. De man met wie Droog en Zijlstra vandaag praten, zwerft al acht jaar door Nederland, heeft alle gevangenissen al van binnen gezien, zegt hij zelf. Ook nu zit hij vast, na een zoveelste veroordeling.

Zijlstra praat op hem in: „U zult nooit een verblijfsvergunning krijgen. U bent ongewenst verklaard, Nederland is geen optie meer. Of u het wilt of niet, wij zullen proberen u uit te zetten. Neem de verantwoordelijkheid over uw eigen leven. Do not choose a prison life.” Maar de man luistert niet. Hij zit liever nog twintig jaar gevangen dan dat hij Nederland verlaat, zegt hij. Welke tactiek Zijlstra en Droog ook proberen, het enige wat de man wil, is uitleggen waarom hij recht heeft op asiel.

Volhouden dat hij uit Sierra Leone is gevlucht, heeft geen zin, zeggen de regievoerders. Hij is door de Vreemdelingenpolitie aangehouden met Nigeriaanse identiteitspapieren, en informatie van de Spaanse politie bevestigt dat. Onzin! Die papieren bewaarde hij voor zijn broer, roept de man. Maar, vraagt Droog, als zijn broer Nigeriaan is, dan is de man dat zelf toch ook? De man lacht over zo veel onbegrip: „In Africa we are all family, all brothers. Nationality is not important!” Na drie kwartier luidruchtig onbegrip maakt Zijlstra een eind aan het gesprek. Droog: „Je werkt aan het moment dat hij tot inkeer komt. Soms lukt het, soms is het trekken aan een dood paard.” Van de criminele illegalen die hier vastzitten, vertrekt uiteindelijk zo’n 65 procent aantoonbaar uit Nederland.

Heeft de Nigeriaan zijn LP-formulier ingevuld, wil een collega van de regievoerders na afloop van het gesprek weten? Zijlstra: „Daar zijn we niet echt aan toegekomen.”

LP staat voor laissez passer. Dit document is een essentieel en problematisch stukje in de terugkeerpuzzel. Essentieel omdat een illegaal zonder papieren (en dat zijn er nogal wat) dit tijdelijke reisdocument nodig heeft om de grens over te komen. Problematisch omdat het verkrijgen van een ‘LP’ bij de meeste landen een langdurig en moeizaam proces is, en bijna onmogelijk als de illegaal niet meewerkt en er verder geen gegevens zijn over zijn identiteit. Dat de Nigeriaan papieren heeft, is voor de dienst daarom een meevaller. De kans is groot dat Nigeria een LP zal afgeven.

Toen in maart 770 Chinese illegalen zich meldden bij Nederlandse asielcentra omdat ze geruchten hadden gehoord over een nieuw pardon, leek dat een uitgelezen kans om deze grote groep in één keer Nederland uit te zetten. Maar de werkelijkheid is dat China dit jaar nul laissez passer’s heeft afgegeven. Er waren er tot begin juni 270 aangevraagd. In 2007 werden tien van de 680 aanvragen ingewilligd. De ergernis in de Tweede Kamer is zo groot, dat ze een onderhoud heeft geëist met de Chinese ambassadeur.

Voor Nederland is het misschien lastig, maar de tegenzin van andere landen is begrijpelijk, zeggen ze bij de vertrekdienst. Niemand wil mensen toelaten met een onduidelijke nationaliteit en identiteit – wat weer betekent dat een papierloze illegaal zijn uitzetting effectief kan tegenwerken door niets te vertellen over zijn herkomst. En landen die zelf niet al te stabiel zijn, zoals Somalië, hebben geen behoefte aan een stortvloed aan terugkerende landgenoten.

In het gemeentehuis van Leeuwarden zit Alex Boer aan tafel met een andere regievoerder, gemeenteambtenaren en met Jaap Venema van de Vreemdelingenpolitie. Venema is in uniform, zijn pet onder de arm. Ze nemen de hele ‘case-load’, de immigrantendossiers, van de regievoerders door. Door dit overleg weten deze instanties van elkaar wat ze doen, zodat ze elkaar niet per ongeluk tegenwerken. Zodat bijvoorbeeld de vreemdelingenpolitie niet een illegaal vastzet die op dat moment juist meewerkt aan zijn terugkeer (zoals de Syriër), waardoor de regievoerder weer van voren af aan kan beginnen.

Boer begint met twee gevallen die hij heeft terugverwezen naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De eerste is een man uit Sierra Leone met, volgens het dossier, een Nederlandse partner en twee kinderen. Hij heeft vastgezeten en heeft twee keer gelogen over zijn identiteit. Hij kreeg van de IND twee keer een aanbod voor een pardon, maar dat aanbod werd beide keren ingetrokken, omdat hij, toen hij Nederland binnenkwam, had gelogen over wie hij was. Boer: „Maar als ik in het dossier kijk, zie ik een 13-jarige jongen die zeven jaar geleden van een IND-medewerker te horen kreeg dat hij loog over zijn identiteit en toen zei: ‘Ok, als je me toch niet gelooft, dan kom ik voor mijn part uit de VS.’ Dan staat er dus in je dossier dat je gelogen hebt over wie je bent.”

De man had vandaag een gesprek met Boer, maar hij is niet komen opdagen. Boer denkt dat hij bang is voor uitzetting. „Zijn partner weet niet waar hij is, zijn mailbox is vol, hij beantwoordt zijn sms’jes niet.” Boer heeft de IND gevraagd toch nog eens naar de zaak te kijken: „Ik hoop dat hij een derde aanbod krijgt.” Politieagent Venema: „Straks krijgt hij een aanbod en is hij niet meer te vinden.”

Het tweede geval is een jongen van achttien die naar Nederland kwam vanuit Centraal-Irak toen hij zes jaar oud was. Hij is aangewezen als ongewenst vreemdeling, omdat hij met de politie in aanraking kwam toen hij minderjarig was, en komt dus niet in aanmerking voor het pardon.

Boer kwam erachter dat de ouders en zes broers en zussen van de Irakees ook in Nederland wonen. Zij vallen wél onder het pardon. De Irakees vertelde Boer „enthousiast” dat hij onlangs van de lijst veelplegers van de politie is gehaald. „Die jongen maakt een goede indruk, hij werkt aan zijn toekomst.” Boer: „Moet hij nu na twaalf jaar terug naar Irak? Wat heeft hij daar te zoeken? Wat is wijsheid? Ik heb de IND gevraagd opnieuw naar het dossier te kijken.” De Irakees is niet voor het tweede gesprek komen opdagen. Ook deze illegaal is bang dat hij Nederland uit moet.

Zo gaat het dus, zegt Boer. „Opeens is het niet alleen een stapel papieren met een kaft er om heen, maar een gezicht, een individu.” IND-medewerkers, zegt Boer (die zelf jarenlang bij de immigratiedienst werkte), hebben dat overzicht niet. Een immigrant kiest zelf een ‘verblijfsdoel’ waarvoor hij een verblijfsvergunning aanvraagt. Dat doel kan van alles zijn, van gezinshereniging via asiel tot studie. De overheid onderscheidt 32 doelen. Het dossier van de aanvrager gaat naar de afdeling die over het opgegeven verblijfsdoel gaat. Die afdeling bekijkt uitsluitend de voor het doel relevante aspecten. Zo zijn de regels. Soms ontstaan tijdens de asielprocedure omstandigheden, die bij het toetsen door de IND nog niet bekend zijn. Zo kan iemand ernstig ziek worden of kan zijn land van herkomst inmiddels op de lijst van onveilige landen staan. Alex Boer, die als laatste naar een dossier kijkt, kan met de nieuwe omstandigheden rekening houden. Het overzicht dat ontstaat door persoonlijk contact, samenwerking met vluchtelingenorganisaties en vreemdelingenpolitie en kennis van het hele dossier heeft er „verschillende keren” toe geleid dat hij het dossier heeft teruggestuurd naar de IND om nog een keer naar de zaak te kijken.

Boer is ervan overtuigd dat zijn kennis terugkeer kansrijker maakt. „Wij hebben het totaalplaatje. Als je iemand kent, kan hij je veel minder wijs maken. Omdat ik iemand serieus neem, krijg ik ook een stukje vertrouwen. Ik kan daardoor ook veel sneller en adequater drempels voor terugkeer voor hem wegnemen.”

Regelmatig contact tussen verschillende overheden heeft de onderlinge samenwerking „enorm” verbeterd, zeggen de aanwezigen bij het overleg. Maar vlekkeloos gaat het zeker niet. Neem de „verwijderbaarheidslijsten” die politieman Jaap Venema van de IND krijgt. Daar staan de namen van illegalen die uitgezet kunnen worden. „In acht van de tien gevallen kloppen de gegevens op die lijst niet”, zegt Venema. Adresgegevens zijn soms verouderd – zoals toen bij iemands adresgegevens een asielcentrum was opgegeven dat twee jaar geleden gesloopt was. Iemand blijkt niet te verwijderen, omdat hij opeens opnieuw in een procedure zit, of niet vastgezet te kunnen worden omdat

de rechter hem net uit vreemdelingendetentie heeft vrijgelaten. Dat soort dingen. Lastig werken, zucht Venema.

Soms is er gewoon de onmogelijke werkelijkheid.

Zoals in het geval van de Tsjetsjeense zwerver, ooit geboren op een legerbasis van de oude Sovjet-Unie in Afghanistan, kind van twee artsen. Hij moet Nederland verlaten, wil dat ook graag, maar hij kan nergens terecht. Uitreisdocumenten voor Tsjetsjenië zijn onmogelijk te krijgen. Nederland heeft ook uitzetting naar Afghanistan geprobeerd, maar dat land is daar „niet ingetrapt”. Eigenlijk moet de vreemdelingenpolitie hem aanhouden en vastzetten. Maar dat heeft geen zin, zegt politieman Venema. De man is al vijf keer opgesloten, hij is gewoon niet uit te zetten. Regievoerder Boer: „Je helpt hem er niet mee, maar dan is hij wel weer twaalf weken van de straat.” Maar nu heeft hij verslavingszorg, zegt de gemeenteambtenaar. Als hij na twaalf weken weer op straat komt, is hij zijn verslavingszorg kwijt. Dan moet hij zijn bestaan wéér helemaal opnieuw opbouwen. Dat brengt hem alleen maar dieper in de problemen. Hij schudt zijn hoofd: „Wij laten hen die kant opglijden, en dan verwijten we hun dat ze zich niet aan de regels houden.”

Venema: „Zie je? Hij is zo strafbaar als de pest, en toch helpt de overheid hem. Maar welke keus je ook maakt, er is geen oplossing. Je wilt hen niet in Nederland hebben, maar je kan hen simpelweg niet weg krijgen.”

Honderden mensen houden zich zo dagelijks bezig met het begeleiden van illegalen. Niet alleen gemeenten, politie en Justitie, maar ook vluchtelingenorganisaties, het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers, de Internationale Organisatie voor Migratie, asieladvocaten en rechters. En de Dienst Terugkeer en Vertrek moet alles regisseren.

Leidt die arbeidsintensieve aanpak ook tot een toename van aantoonbaar vertrekkende illegalen? „Ik ben er heilig van overtuigd dat het helpt”, zegt Rhodia Maas, de baas van de Dienst Terugkeer en Vertrek. In de cijfers uit het eerste jaar is dat nog niet terug te zien. In haar jaarverslag 2007 schrijft de Commissie Integraal Toezicht Terugkeer dat „niet goed valt af te leiden wat de effectiviteit is van het terugkeerbeleid, dan wel wat het aandeel van de dienst daarin is”.

Maar volgens Maas zal het beter worden. „2007 was atypisch. We moesten het werk nog leren en kregen direct die hele grote stroom moeilijke gevallen die al jaren in Nederland zijn, maar niet voor de pardonregeling in aanmerking komen en nu wegmoeten.”

In de eerste helft van 2008 verlieten 2.200 illegalen aantoonbaar Nederland. Van hen vertrokken er tweehonderd vrijwillig, de rest gedwongen. Ze zijn onder politiebegeleiding op het vliegtuig gezet. In diezelfde periode werden 8.725 illegalen bij de dienst aangemeld voor vertrek. 3.800 werden om andere redenen uit de systemen van de dienst verwijderd, bijvoorbeeld omdat ze alsnog een vergunning krijgen, of tijdelijk niet kunnen worden uitgezet, omdat omstandigheden in hun land van herkomst verslechteren. Of omdat ze ‘verdwijnen’, mogelijk (terug) de illegaliteit in. Met andere woorden: één kwart van het aantal verwijderbare illegalen verdween zeker uit Nederland, waarvan één tiende vrijwillig. Of: per jaar zijn er drie vrijwillig vertrekkende illegalen per regievoerder. Daarvan zijn er zo’n 170. Is het tempo van de dienst zo niet veel te laag? De dienst krijgt er dit jaar honderd mensen bij, zegt Maas. Zestig tijdelijke krachten voor het wegwerken van de groep die niet onder de pardonregeling valt, en veertig vaste om een groter aandeel van de illegalen daadwerkelijk te kunnen uitzetten.

Maar hoe hard de dienst ook werkt, „de roep in de politiek om mensen maar het land uit te zetten is natuurlijk te simpel.” Wie realistisch is, zegt Maas, ziet dat uitzetten „hartstikke moeilijk” is. Het is natuurlijk niet zo dat uitzetten niet kan, anders moet je ermee ophouden, zegt Maas. „Je doet het voor die gevallen waarin je succes hebt.”

In het kamertje van het gemeentehuis in Leeuwarden probeert Alex Boer tot de Syriër door te dringen. Klopt het dat de man wil meewerken aan zijn terugkeer, wil hij weten. De Syriër knikt. „Maar niet als ik word opgepakt.” Boer wil weten of hij bang is. Vijf jaar geleden heeft hij een vriend verloren die terugging, zegt de man, en hij denkt dat hem hetzelfde zal overkomen. „Ze weten alles, de geheime dienst is zo sterk.” Boer: „Ik wil mij er niet achter verschuilen, maar de IND en de rechter hebben alles gewikt en gewogen, en zeggen dat u terug kunt.”

De Syriër valt niet onder het pardon, omdat hij een strafblad heeft. Hij is veroordeeld voor zware mishandeling en is ‘ongewenst verklaard’, zoals de IND dat noemt. Toch kreeg hij geen gevangenisstraf: de rechter zag verzachtende omstandigheden. Voor de pardonregeling maakt dat niet uit: wie een geweldsmisdrijf pleegt, wordt beoordeeld aan de hand van de opgelegde gevangenisstraf (en dat betekent bij een taakstraf dat Justitie kijkt naar de duur van de ‘vervangende hechtenis’). De advocaat van de Syriër is tegen de ongewenstverklaring in beroep gegaan, en ook Boer heeft de IND gevraagd nog eens naar de zaak te kijken. Maar, zegt Boer, tot daar nieuws uit komt, werkt hij aan het vertrek van de Syriër.

Hij vertelt hem dat hij hulp kan bieden bij het opbouwen van een nieuw leven, dat hij in Syrië zijn moeder weer zal zien, dat het ook voor de man zelf beter is als hij actief betrokken is bij zijn vertrek. Heeft de Syriër nog vragen, wil Boer weten?

De man staart naar het plafond. Zijn lippen bewegen, maar er komt geen geluid uit.

„Ik ben moe.”

Boer: „Ik snap dat u moe bent, het is heel goed dat u toch komt. Als u water wilt, moet u het gewoon even zeggen.”

De man maakt een afwerend gebaar, hij buigt voorover en klemt zijn hoofd in zijn handen. Hij begint te draaien op zijn stoel, mompelt en zucht. Hij kijkt naar het plafond, dan weer naar de muren, dan naar de vloer. Boer: „Het heeft nu even geen zin om verder te gaan, maar ik zal nog even heel snel zeggen wat we gaan doen. Denkt u na, denkt u na hoe wij u samen kunnen helpen.”

„Niemand kan mij helpen.”

„Jawel, we gaan kijken naar uw toekomst, hier of in Syrië, maar u moet onder ogen zien dat u op dit moment terug moet.”

„Ik ben moe, ik ben moe.”

Alex Boer staat op en steekt zijn hand uit. Hij vertelt de Syriër dat hij binnenkort een nieuwe afspraak gaat maken. De man staat op, schudt de hand van Boer. „Dank u wel. Sorry... sorry.” Boer: „Het geeft niets, ik begrijp het wel.”