Werkplaats van de wereld

De economie van China maakt een sterke groei door. Het land is een magneet voor buitenlandse investeerders. De groeistuipen gaan gepaard met vervuilde lucht en smerig water. Meneer Wang kan er over meepraten.

Longkankerstad. Grimmig lachend vertelt groentehandelaar Wang Wu hoe de inwoners van Xiaochen, een paar honderd kilometer ten noordoosten van Peking, hun dorp noemen. De paar honderd bouwvallen van rode baksteen en golfplaten, een arbeidersgetto, worden omsingeld door staal-, cement- en kolengestookte elektriciteitsfabrieken.

Op zonnige, windstille dagen hangt over Xiaochen, even buiten miljoenenstad Tangshan, een zandkleurige sluier van cementstof. Op winderige, regenachtige dagen vullen de longen zich alleen met de prikkelende zwavellucht van smeulende kolen. Bij oostenwind waaien deze rookgassen in alle tinten grijs naar Peking en de olympische voetbalstad Tianjin.

Bij de groentestal van Wang Wu (35) slaat de argwanende stemming bij het zien van een buitenlander snel om in een emotionele klaagzang als de Olympische Spelen en de sluiting van driehonderd fabrieken in deze hoek van de provincie Hebei ter sprake komen. Met schelle stem waarschuwt een tandeloze vrouw op te passen met die vreemdeling, maar daar trekt niemand zich veel van aan.

Wang Wu zat een paar maanden geleden aan het sterfbed van zijn vrouw: longkanker. En zijn zoontje moest met ernstige ademhalingsproblemen naar het ziekenhuis. Bij de groentestal in de modderige straat heeft iedereen een vergelijkbaar verhaal te vertellen, onder wie mevrouw Li (33), wier moeder pas is overleden aan longkanker.

Meneer Wang is, net als trouwens mevrouw Li die net meloenen, komkommers en sla heeft gekocht, onder de indruk van al die nieuwe gebouwen in het verre Peking. Wat hem betreft worden er ieder jaar Olympische Spelen in China gehouden. Goed voor de economie, weet hij en daar heeft hij gelijk in, hoewel ook zonder de Zomerspelen de Chinese economie met dubbele cijfers zou zijn gegroeid.

Het zou helemaal mooi zijn als ook de belofte dat lucht en water gezuiverd zouden worden, ingelost wordt. Daar hebben ze in Xiaochen namelijk nog niets van gemerkt. Alleen de hoge muur is geschilderd die de cluster van fabrieken rondom het dorp van de weg scheidt: fris, helder wit met olympische ringen en strak belijnde atleten.

„Alleen die cementfabriek daar gaat dicht en de staalfabriek even verderop is al gesloten”, wijst de groenteverkoper in de richting van complexen met verroeste buizenstelsels, huizenhoge cementmixers en een met een dikke laag grijs stof overdekte loods.

En dan is er nog iets, zegt de lange, gespierde Wang, die zijn schouderlange haar in een paardenstaart heeft gebonden. Die staalfabriek, Hangu Steel Company, doofde eind mei al de hoogovens, maar de tweeduizend werknemers wachten nog steeds op hun achterstallige loon. De directie is vertrokken en onvindbaar, de enige die is achtergebleven is een oude man die in het bewakershuis bij de ingang leeft.

Wang heeft nog 300 euro tegoed – voor acht werkweken van zeven dagen. Hij grijnst cynisch als de buitenlander zegt dat er toch een nieuwe arbeidswet in werking is getreden die dergelijke praktijken verbiedt. Hij zegt alleen: „De bazen in Peking zijn ver weg.” Mevrouw Li klaagt over het water dat uit haar keukenkraan komt. Inderdaad, zo blijkt, komt er in plaats van drinkwater een bedenkelijk geurende, bruine bouillon met een metaalsmaak uit het kraantje op haar overdekte binnenplaats.

Econoom Zhao Xiao, van de Universiteit van Peking en verbonden aan China Business Weekly, verbaast het niet dat in Xiaochen stevig wordt gekankerd. „Het sluiten of verplaatsen van een paar grote staalfabrieken in en om Peking is voor de economische ontwikkeling geen probleem, maar het stilleggen van fabrieken in Hebei, in de regio van Tangshan, zou wel problemen opleveren. Daar wordt 20 procent van het Chinese staal gemaakt en 15 procent van het cement.”

Op Pekings papier lijkt de sluiting van driehonderd fabrieken een ferme aanpak van de luchtvervuiling, maar tijdens een tocht langs de tientallen clusters van rokende schoorstenen, hoogovens, open bakovens, smelterijen en kampementen als Xiaochen wordt duidelijk hoe bescheiden de maatregel eigenlijk is. Dit is het industriële hartland van Noord-China. Op de twee- en vierbaanssnelwegen van Tangshan naar Tianjin en Peking staan dag en nacht files met duizenden vrachtwagens die zijn geladen met plaat- en betonvlechtstaal, machineonderdelen en stalen bruggen.

Zhao Xiao: „De industrialisering en urbanisering van China is nog lang niet voltooid. Ik schat dat we nog niet op de helft zijn als het gaat om de omschakeling van lichte naar zware industrie en om de bouw van nieuwe steden en woonwijken. Op basis daarvan denk ik dat de Chinese economie zal blijven groeien met rond de 10 procent.”

Zhao zegt dat de Olympische Spelen slechts een van de vele bouwprojecten zijn. Belangrijk voor het imago en prestige van China en vooral van Chinese bedrijven, maar geen economische halszaak. Na negen van de twaalf Olympische Spelen in de afgelopen 60 jaar zwakten de economieën van de gastlanden met 0,4 tot 2,5 procent af, volgens onderzoek van de Bank of China.

„Dat zal in China zeker niet gebeuren”, verwacht Zhao. In de eerste plaats niet omdat de 60 miljard euro aan investeringen in sportaccommodaties, hotels, wegen en metrolijnen in het niet vallen bij het totaal aan investeringen – 1.200 miljard euro – in onroerend goed en infrastructuur in 2007.

Nieuwe grote projecten, zoals de aanleg van een hogesnelheidsverbinding tussen Peking en Shanghai, het Zuid-Noordwaterproject, de Wereldexpo in 2010 in Shanghai en de accommodaties voor de Aziatische Spelen in Guangzhou in 2010, compenseren het gemis aan nieuwe bouwactiviteiten in Peking ruimschoots.

Niet alleen gaat de industrialisering en urbanisering van China gewoon door, ook blijft de werkplaats van de wereld een magneet voor buitenlandse investeerders. Voeg daarbij een groeiende dienstensector, waar internationale adverteerders nu miljarden dollars inpompen en de toename van de binnenlandse vraag, en macro-econoom Zhao weet waarom de Chinese economie na de Spelen niet zal verzwakken.

Als de groei van bijna 11 procent in 2007 dit jaar vermindert – de Wereldbank voorspelt 9,8 procent, de Chinese overheid verwacht 10,3 procent – dan is dat een gevolg van een dreigende recessie in de VS en de stijgende inflatie. „Afkoeling is geen slechte zaak, ook om de inflatie te bestrijden”, hoopt Zhao.

Een stad als Peking, dat 3,7 procent bijdraagt aan het totale Chinese bruto nationale product van 3.000 miljard euro, ziet de postolympische jaren met vertrouwen tegemoet. De hoofdstad had een ingrijpende verbouwing en nieuwe voorzieningen hard nodig en denkt het enorme succes van Barcelona na de Spelen van 1992 te kunnen evenaren. Vanaf 2009 bezoeken jaarlijks 5 miljoen buitenlandse en 100 miljoen Chinese toeristen de vernieuwde hoofdstad en die aantallen groeien naar verwachting met 8 tot 9 procent per jaar.

Dat neemt niet weg dat in dorpen als Xiaochen, waar geen toerist zal komen, de werkelijke kosten, de keerzijde van de Chinese industrialisering, zichtbaar worden. En wordt er dan niets gedaan aan de luchtvervuiling in Hebei? Nee, alle 34 grote kolengestookte elektriciteitscentrales worden voorzien van ontzwavelingsinstallaties, waarvan de kosten gedeeltelijk door de provincie worden betaald.

Bij Datang International Power Plant, een van de grootste kolengestookte elektriciteitscentrales van Noord-China inclusief Binnen-Mongolië, vormen de partijsecretaris, het hoofd van het politieke bureau, het hoofd van de werkplaatsen en mevrouw Wang Guizhen, de milieu-ingenieur, het ontvangstcomité. Ze dragen allemaal het bedrijfsuniform dat bestaat uit een lichtblauw overhemd en een donkerblauwe werkbroek. Alleen hun donkerrode helmen verraden hun status.

Zes van de acht generatoren van Datang Power in Tangshan zijn inmiddels uitgerust met ontzwavelingsapparatuur van Japanse makelij. De generatoren zonder SO2-afvangers zijn medio juli stilgelegd en niemand van de 3.000 werknemers wordt ontslagen. Werknemers verdienen hier trouwens relatief goed, zo’n 400 tot 500 dollar per maand.

Zou Datang de ontzwavelingsapparatuur ter waarde van 40 miljoen dollar ook geïnstalleerd hebben als er geen Olympische Spelen gehouden zouden worden. „Jazeker”, zegt mevrouw Wang, „alleen zouden we dan pas in 2010 of 2012 klaar zijn geweest. Het is nu sneller gegaan en er was meer geld beschikbaar.” Daar hadden meneer Wang Wu, mevrouw Li en de andere bewoners van Xiaochen ook op gehoopt.