‘We kunnen niet meer zonder strakke lijn’

Als renner en ploegleider deed Erik Breukink zelden forse uitspraken. In het jaar na de affaire-Rasmussen kiest hij voor de harde aanpak. „Een wielerploeg is geen sociale instelling.”

Een milde glimlach om de lippen, als Rabo-ploegleider Erik Breukink op twee dagen van Parijs vertelt dat hij deze Tour de France genoeg mooie momenten heeft meegemaakt. „De ritwinst van Oscar Freire in de groene trui, de manier van presenteren van Denis Mentsjov. Je ziet zo’n jongen in de loop van de tijd veranderen, van ingetogen en wat onzeker naar een echte kopman. De zege in de Vuelta van vorig jaar heeft hem veel zelfvertrouwen gegeven. Dit jaar wordt hij vijfde in de Giro en haalt hij in de Tour zijn topniveau. Dat ene moment, in het begin van Alpe d’Huez, was het buigen of barsten. Hij weet dat Sastre de te kloppen man is en probeert mee te gaan. Die spanning van zo’n moment, dat is geweldig om mee te maken. Ik heb het zelf als renner ervaren. Helaas blaast Denis zichzelf op, maar dat is sport. Je kunt winnen of verliezen.”

Het lijkt een open deur, een makkelijke relativering. Maar voor Rabobank gold deze Tour als jaar één na de editie van 2007, waarin de ploegleiding de Deense geletruidrager Michael Rasmussen in gewonnen positie uit de wedstrijd haalde omdat hij had gelogen over zijn verblijfplaats in juni. „De druk is wel hoog als je een jaar eerder zoiets hebt meegemaakt”, geeft Breukink (44) toe. „Ik denk dat alle ploegen die druk voelden na de rampzalige Tour van vorig jaar. Je probeert er nu sportief gezien alles uit te halen wat erin zit. Maar het allerbelangrijkste voor ons was dat alles goed zou verlopen, zonder incidenten. Daar moest alles om draaien deze Tour.”

Wielrenners in de boeien tussen politieagenten, Johnny Schleck (vader van CSC-renners Frank en Andy) met getrokken pistool tot stoppen gedwongen om zijn auto te kunnen doorzoeken. Wat heeft Breukink in deze wereld nog te zoeken? „Oké, dit soort dingen gaat me te ver. Maar in Frankrijk werkt het nu eenmaal zo. Het hoort niet bij de koers, maar aan de andere kant moet je het positieve eruit halen. Er wordt grote schoonmaak gehouden. En de renners die zijn gepakt, zijn wel erg hardleers. Hoe vaak ben je nu gewaarschuwd? Je zou denken dat iedereen weet wat zijn verantwoordelijkheid is. Maar misschien is dat naïef. Het grootste gedeelte van de ploegen is van goede wil. En de individuele gevallen moet je er dan maar iedere keer uitpikken. En in de Tour wordt dat onvermijdelijk enorm uitvergroot.”

Zoals hij vorig jaar zelf meemaakte in de affaire-Rasmussen. De Deen sleepte in zijn val directeur Theo de Rooij, die zelf opstapte, en pr-man Jacob Bergsma mee. Breukink kreeg in november harde kritiek, in het door Rabobank ingestelde onderzoek van de commissie-Vogelzang. „Met mij hadden ze ook kunnen doen wat met Theo en Jacob is gebeurd”, realiseert hij zich. „Maar dat hebben ze niet gedaan. Heb ik zeker geluk gehad. Er zijn dingen die een sponsor moet doen. Daar ontkom je niet aan. Het is een harde wereld, er worden keuzes gemaakt. Dat is met renners ook zo. Als ze niet voldoen, moet je er afscheid van nemen. Daar zijn ze niet blij mee, maar dat is dan maar zo. Ik heb niet anders meegemaakt in al die jaren dat ik zelf heb gefietst.”

Heeft hij nooit met de gedachte gespeeld om solidair te zijn met De Rooij en zelf op te stappen? „Er speelt door je hoofd: wat ga je nu doen? Ik vond het geen reden om te stoppen. Ik weet van mezelf dat je daar spijt van krijgt. Je zit bij een mooie ploeg, waarin je het naar je zin hebt. Natuurlijk is dit een mooie ploeg omdat Theo de Rooij er was, en daarvoor Jan Raas. Maar zo passeert de tijd, zo passeren de mensen. Degenen in de hoogste posities hebben het vaak het zwaarst te verduren. Ik wilde dit niet achterlaten en er zomaar uitstappen. Dat zou ik eerder zwak vinden dan sterk.”

Afgelopen winter maakte de Raboploeg een cultuuromslag. Renners moesten sindsdien online hun verblijfplaats en trainingsgegevens invullen. Bovendien kregen ze een ‘rennersregisseur’ toegewezen, die de begeleiding moest verbeteren. Breukink leek in eerste instantie niet overtuigd van het nut van de nieuwe aanpak. „Je moet je ook weer niet te veel met renners bemoeien, dat kan irriteren”, zei de oud-renner op de ploegpresentatie in januari. Maar een half jaar later wuift hij de stelling weg dat hij moeite zou hebben met de nieuwe wielercultuur van strakke regels. „Ik weet niet of de cultuur echt zo is veranderd. Dat wordt vaak geroepen. Er zijn nieuwe gezichten, ook bij onze ploeg. Dat is wennen. Je past je aan de nieuwe regels van het wielrennen aan. Ook dat is wennen voor iedereen. Maar ik denk dat het nodig is. De wielersport kan niet anders meer. Kijk naar deze Tour. Wanneer je à la Saunier Duval geen strakke lijnen trekt, dan wordt het chaos. Dat moet iedereen inzien.”

Zo gaat ook de eerste ploegleider van Rabobank zonder aarzelen mee in het nieuwe denken. Zijn wielrenners geen zelfstandige topsporters, zoals Breukink vroeger, die zelf kunnen bepalen wat goed voor ze is? „Je ziet dat het zo vaak niet gaat, in deze tijd. Zulke jongens verzieken het voor de hele ploeg. Ook bij onze ploeg is het belangrijk dat strakke lijnen worden gehanteerd. Anders heb je gewoon geen sponsor meer. Dat moet heel duidelijk zijn. Als dat een renner niet zint, zijn er andere ploegen die misschien wel de boel een beetje los laten.”

In de Nederlandse ploeg ontstonden in mei problemen rond Thomas Dekker. De 23-jarige renner bewees zich in de klassiekers als kopman maar mocht door ruzie met de ploegleiding en daaruit volgend vormverlies niet naar de Tour. Eergisteren zegde hij af voor de Olympische Spelen. „Het is zijn beslissing om niet naar de Spelen te gaan, daar hebben wij als ploeg niet veel mee te maken”, weert Breukink af. „Hij zal zich niet goed voelen. Ik vind het doodzonde, hij is een geweldig talent. Maar je moet wel iets doen met je talent. Goed, hij heeft al iets bewezen. Maar dat moet je iedere keer opnieuw doen.”

Zelf pakte Breukink als 23-jarige in Pau ritwinst en de witte trui. Is het niet wrang dat een groot talent van dezelfde leeftijd nu met zijn ziel onder de arm rondrijdt in de Ronde van Saksen? „Toen ik dat presteerde, was ik al als derde geëindigd in de Giro. Dan kun je zeggen dat je kopman wil zijn in een grote ronde. Maar niet andersom. Zo van: ik kan goed tijdrijden en klimmen, dus ik mag kopman zijn. Zo werkt het niet. Thomas is in ontwikkeling, maar zo hebben we er nog een rondlopen [Breukink doelt op toptalent Robert Gesink]. Je kunt niet voorspellen tot waar iemand reikt. Van Pieter Weening riepen ze ook dat hij ooit de Tour ging winnen. Typisch Nederlands. Thomas heeft nog nooit een grote ronde bij de eersten gereden. Je bent pas een topper als je iets hebt gepresteerd.”

Door de harde aanpak lijkt een vertrek van Dekker onvermijdelijk. „Dat ligt niet in mijn handen”, zegt Breukink. „Ik vind dat je niet zozeer naar personen moet kijken, maar naar het geheel. Ik kijk naar belangen, naar Mentsjov en Freire. Daar selecteer ik de rest bij. Ik heb altijd gezegd: wie niet goed is, gaat niet mee naar de Tour. Zo hard is het. Zeker als je een ploeg hebt met duidelijke doelen. Het was heel reëel om te denken dat Mentsjov kon meedoen voor het geel. Dan maak je keuzes. Of Thomas te veel ambities had? Misschien had hij ambities die hij nog niet kon waarmaken.”

Breukink vindt niet dat hij in het belang van het Nederlandse wielrennen, dit jaar niet verwend met Toursucces, een uitzondering had moeten maken. „Thomas heeft altijd mede zijn eigen programma kunnen bepalen. Zulke jongens hebben wel een uitzonderingspositie. Maar het blijft altijd zo dat je jezelf moet bewijzen. Waarom moet ik hem meenemen als hij conditioneel niet in orde is? Ik weet niet hoe dat komt, dat moet je hem zelf vragen. Omdat hij te hard wordt aangepakt? De strakke lijnen waar je over sprak, die moeten gewoon worden gevolgd. Dat is heel simpel.”

Duidelijke taal van de oud-renner, van wie velen zich bij zijn aantreden als ploegleider in 2004 afvroegen of hij wel hard genoeg zou zijn. Zoals hij ook duidelijk is over Michael Boogerd, twaalf jaar boegbeeld van Rabo, die na zijn afscheid een functie bij de ploeg was toegezegd. „Een functie in de ploeg, wat is dat? Als ex-wielrenner kun je alleen ploegleider worden. En dat wil hij niet. Ja, nu misschien. Maar het gaat om het moment. Als je roept dat ploegleider niets voor jou is, wat wil je dan? Trouwens, we hebben nu helemaal geen ploegleider nodig. En een wielerploeg is geen sociale instelling.”

Hij blijft er innemend bij glimlachen, ook als hij wordt geconfronteerd met verhalen over weerstand tegen de nieuwe aanpak binnen de ploeg. „Ik vind het wel meevallen. Weerstand is er bij veranderingen altijd, dat is een gewenningsproces.” Toch straalt de ploeg een minder prettige sfeer uit dan vorige jaren. „Dat wordt overdreven”, vindt Breukink. „Mensen van buiten de ploeg zeggen dat, maar die zijn weg. Onrust is er altijd, de hele wielerwereld is onrust. Maar zoveel keuze heb je niet. Als je geen strakke lijnen trekt, heb je kans dat je de sponsor kwijtraakt. Dat is het hoogste belang. Anders fiets je niet.”

Zelf heeft Breukink een contract tot en met 2009. Hij ontkent verhalen van mensen binnen en vlak buiten de Raboploeg dat zijn positie tot kort voor de Tour onder druk zou hebben gestaan omdat hij werd gezien als representant van het ‘oude wielrennen’. „Daar heb ik geen enkel signaal van ontvangen. In november was het rapport-Vogelzang, dan valt de beslissing om verder te gaan. Verder is er geen enkel moment geweest dat er sprake was van een breuk. Daar klopt helemaal niets van.”

Harold Knebel, de nieuwe directeur van Rabobank Wielerploegen, verklaarde op de tweede rustdag dat het vertrouwen tussen hem en de eerste ploegleider groot is. „We hebben deze Tour in Embrun een biertje zitten drinken en over november gepraat”, zegt Breukink. „Na het rapport-Vogelzang ben ik bij hem op kantoor gekomen voor een gesprek. Toen heb ik alleen gezegd: ik stap zelf niet op. Maar daar hebben we het alleen in november over gehad. In dit seizoen heeft niets plaatsgevonden van vertrouwen in elkaar uitspreken. Dat is ook niet nodig. Tussen Harold en mij is nooit iets verkeerd gegaan.”