‘Waarom gaan we niet naar het strand?’

De Venezolaanse president Hugo Chávez en de Spaanse koning Juan Carlos hebben het gisteren weer goedgemaakt. Het was de eerste keer dat de twee elkaar ontmoetten na een fameus geworden uitbarsting van de koning tegen Chávez, november vorig jaar op een Ibero-Amerikaanse top in Chili.

„Hou toch je mond!”, had de monarch de linkse Latijns-Amerikaanse leider voor het oog van de camera’s toegebeten, „¿Por qué no te callas?” Hij onderbrak daarmee een tirade van Chávez, waarin de Venezolaan de vorige premier van Spanje, de conservatief José María Aznar, een fascist noemde.

Kort na het incident verliet de koning de bijeenkomst met een grimmig gezicht. Chávez dreigde de diplomatieke en zakelijke betrekkingen met de voormalige kolonisator Spanje te zullen herzien en vroeg om een openbaar excuus van Juan Carlos, maar dat is er nooit gekomen.

Sindsdien zijn de betrekkingen tussen de twee landen weer verbeterd. In mei vroeg Chávez de Spaanse premier José Luis Rodríguez Zapatero op een top in Peru of hij de koning namens hem wilde groeten.

Gisteren ontving de koning Chávez met een amicaal vuiststompje in zijn buitenverblijf op Mallorca. Van te voren had Chávez gezegd dat de koning er niet op hoefde te rekenen dat hij ooit zijn mond zou houden, maar dat hij hem graag zou omhelzen.

Zover ging de president echter niet. Toen hij een uur na de afgesproken tijd in donker pak bij de koning arriveerde, opgewacht door een legertje fotografen en journalisten, grapte hij tegen de vorst: „Waarom gaan we niet naar het strand?”