Waarom feniks de draak verslaat

Van oudsher doen in China vrouwelijke sporters het internationaal beter dan mannen. Die zijn minder creatief en mentaal zwakker. En de mannen kunnen niet zonder sigaret.

In het vrouwentennis is minder kracht nodig. Met een goede techniek en tactiek kunnen we internationaal verder komen dan de mannen, zegt Jiang Hongwei, bondscoach van het Chinese vrouwenteam. Op de tennisbanen van het olympisch trainingscentrum staat Jiang buitenlandse journalisten te woord. Intussen werken Zheng Jie en Peng Shuai zich in het zweet. Wijzend op zijn pupillen zegt Jiang: „Het is niet alleen techniek, ook mentaliteit. Vrouwen maken duidelijker keuzes, luisteren beter en kunnen veel meer bitterheid eten.”

In het onderkomen van de Chinese tennisbond is geen mannelijk speler te zien. Ook niet in de internationale top 100 trouwens, net zo min als een mannelijke tennisser meedoet aan de Spelen. Van oudsher zijn sportvrouwen in China succesvoller dan mannen.

In de klassieke Chinese iconografie staat de draak voor het mannelijke en de feniks voor het vrouwelijke. Waarom de feniks de draak verslaat (feng xian fei) is in China een veel besproken onderwerp. De opmerkelijkste teamprestatie werd geleverd door de volleybalsters die het in 1984 met hun zege op aartsrivaal Japan voor elkaar kregen dat honderdduizenden mensen op het Plein van de Hemelse Vrede het gouden team huldigden. Ook in tafeltennis, judo, schoonspringen, zwemmen, voetbal en turnen zijn vrouwen succesvoller. Bij de Spelen van 2004 in Athene wonnen de vrouwen negentien gouden medailles, de mannen twaalf.

Oud-wereldkampioen schaken Xie Jun schrijft de grotere sportstatus van de vrouwen toe aan hun creativiteit en mentaliteit. En: „Chinese mannen kunnen niet zonder sigaret. Verbieden heeft geen zin, zelfs de echte toppers roken stiekem.” Anderen schrijven de vrouwelijke suprematie toe aan het feit dat lichaamsbeweging tot een halve eeuw geleden als een inferieure bezigheid werd beschouwd voor jongens. Vrouwensport heeft in China altijd aanzien gehad. Tussen 200 jaar na Christus tot het midden van de laatste Qing-dynastie (1700) is bekend dat juist vrouwen uit de hogere klassen sport beoefenden als tijdverdrijf. In de Song-dynastie (rond 1000 na Christus) deden vrouwen met ingebonden voeten aan sport. Worstelen en trapbal waren populair bij vrouwen.

Toen de buitenlandse invloeden aan het eind van de Qing-dynastie toenamen, werden in China scholen geïntroduceerd die niet toegankelijk waren voor vrouwen. Dit veranderde in 1949 na de oprichting van de Volksrepubliek, waar volgens de communistische leer gelijkheid van mannen en vrouwen gold. De sportscholen die in 1955 naar Sovjetmodel werden opgericht, waren er ook voor vrouwen.

Dong Jinxia, sportsociologe aan de universiteit van Peking: „Terwijl sport in China eind negentiende eeuw was voorbehouden aan de vrouwelijke elite, deden in het Westen alleen mannen aan sport.” Volgens Dong hebben vooral West-Europese vrouwen heel lang niet serieus aan sport gedaan.

Vrouwentafeltenniscoach Liu Zichu van sportteam Peking zegt dat, in tegenstelling tot vijfentwintig jaar geleden, nu kinderen uit alle sociale lagen van de bevolking aan topsport doen. Ondanks die klassennivellering vindt ze het nog altijd veel gemakkelijker meisjes discipline bij te brengen. In de slaapgebouwen van de schoonspringsters van het Pekingteam hangt een lijst met huisregels: sieraden dragen tien euro boete, gebruik van mobieltje in de zaal vijf euro boete, brutaal gedrag dertig euro boete. Liu: „Tucht en discipline werkt bij mannen anders. Het probleem van de kleine keizers. In China zijn jongens heilig. Als je ze te veel discipline oplegt, geven ze op.”

Behalve tafeltennisster Deng Yaping kent China geen vrouwelijke megasterren. Beeltenissen van badmintonster Zhang Ning, tafeltennisster Zhang Yining, schoonspringster Guo Jingjing en de volleybalvrouwen duiken op in reclamecampagnes, maar hun gage en uitstraling is veel kleiner dan die van megasterren als basketballer Yao Ming of hordenloper Liu Xiang.

In de top 100 van de Forbes-lijst van meest invloedrijke Chinese sterren staan dertien sportmannen en zes sportvrouwen. De Forbes-lijst, op basis van inkomen en sociale status samengesteld, wordt aangevoerd door Yao Ming met een jaarinkomen van 30 miljoen euro. Hij wordt gevolgd door Liu Xiang, kungfuster Li Lianjie en filmster Zhang Ziyi. De hoogst genoteerde sportvrouw, schoonspringster Guo Jingjing, staat met een jaarinkomen van één miljoen euro op plaats 28, gevolgd door drievoudig wereldkampioene tafeltennis Wang Nan die met een jaarinkomen van 600.000 euro 56ste is.

Volgens sociologe Dong Jinxia doen mannen het beter in reclamecampagnes. Volgens haar zou deze marktwerking er voor kunnen zorgen dat over tien jaar het gat tussen de prestaties van mannen en vrouwen is gedicht. „Rijkdom en heldendom hebben een enorme aantrekkingkracht op jongetjes. Ze zien de glamour en de rijkdom van de megasterren en denken: als ik later groot ben wil ik dat ook.”