Veldheer, wijze, god en minnaar

Keizer Hadrianus trok zich terug uit Irak en bouwde muren om zich te beschermen tegen buur-volkeren. Over hem is een grote expositie in het British Museum in Londen.

Weinig Romeinse keizers hebben zoveel sporen in het heden nagelaten als Hadrianus, heerser van 117 tot 138 na Christus. En de collectie blijft groeien. Vorige zomer nog, prachtig op tijd voor de donderdag geopende tentoonstelling over Hadrianus in het British Museum, doken bij opgravingen in Turkije een kolossaal wit marmeren hoofd, een al even gigantische voet en een stuk van een been op. Het hoofd moest volgens experts wel van Hadrianus zijn, die ter plaatse een badhuis had laten optrekken.

De markante kop vormt een van de pronkstukken op de expositie. Hadrian, Empire and Conflict vormt een soort Westerse tegenhanger voor The First Emperor, de publiekstrekker van vorig jaar over de eerste grote Chinese keizer Qin Shihuangdi. Die was overigens verrassender dan deze. Zeker voor de Britten is Hadrianus immers een oude bekende. Dat heeft hij te danken aan de naar hem genoemde, 117 kilometer lange verdedigingsmuur, die hij in Noord-Engeland van kust tot kust liet optrekken.

Er zijn ook actuele redenen voor de Britten om in Hadrianus geïnteresseerd te zijn, zoals de organisatoren een beetje plagerig opmerken. Meteen na zijn aantreden, toen hij werd geconfronteerd met opstanden overal in het enorme keizerrijk, besloot hij zijn troepen uit het rebelse Mesopotamië (het huidige Irak) terug te trekken.

Anders dan veel voorgangers mikte Hadrianus niet op expansie, maar wilde hij het bezit consolideren. Dat kwam hem in de negentiende eeuw, de tijd van het imperialisme, op kritiek van veel historici te staan. Die zagen er een teken van slapheid in. Maar de conservator van de expositie, Thorsten Opper, toont er juist begrip voor. „Het was verstandig enkele provincies op te offeren. Je zou kunnen zeggen dat hij meer de defensieve benadering van George Bush senior tegenover Irak koos, dan de agressieve van Bush junior.”

Aan agressie ontbrak het Hadrianus overigens niet. Sprekend voorbeeld daarvan is de slachting die hij aanrichtte onder de joden na een opstand. Volgens de overlevering kwamen daarbij 585.000 joden om het leven. „Hadrianus: moge zijn beenderen wegrotten”, werd een staande uitdrukking onder joden. Aandoenlijk zijn de voorwerpen op de expositie van joodse vluchtelingen die eeuwen later in een grot bij de Dode Zee werden gevonden.

De kern van de expositie vormt een aantal grote Romeinse beelden, veelal van Hadrianus zelf. We zien hem in diverse gedaanten: als veldheer in vol ornaat, met zijn voet letterlijk een barbaar verpletterend; als wijze man in toga; en als een naakte godheid (Mars). Je zou bijna vergeten dat Hadrianus slechts een geadopteerde zoon van de kinderloze keizer Trajanus was, net als hijzelf oorspronkelijk afkomstig uit een prominente Romeinse familie in Spanje. Hadrianus’ familie was daar rijk geworden met de handel in olijfolie.

Hoewel vaak nogal schamper wordt gedaan over de Romeinse beeldhouwkunst, die een zwakke afspiegeling zou zijn van de pure Griekse voorbeelden, getuigen de beelden op de tentoonstelling niet alleen van groot vakmanschap maar ook van artistieke zin. Het spectaculairste voorbeeld daarvan is de meer dan levensgrote kop van Antinoüs, jarenlang de minnaar van Hadrianus. Het hoofd, geleend van het Louvre, is met zijn brutale maar knappe gelaatstrekken en levensechte krullen van een enorme zeggingskracht, om niet te zeggen zinnelijkheid.

De innige relatie van Hadrianus met Antinoüs is al lang een bron van fascinatie. „Op zichzelf was het niets bijzonders dat Hadrianus een homoseksuele relatie had”, zegt Opper. „Dat hadden veel keizers. Maar hun relatie moet niettemin iets bijzonders zijn geweest. Anders zou Hadrianus na de mysterieuze verdrinking van Antinoüs bij een tocht op de Nijl niet hebben besloten een officiële cultus rond hem te beginnen.”

Hadrianus’ verdriet om de dood van zijn minnaar – volgens een historische tekst „huilde hij als een vrouw” – verleent de verder zo ongenaakbare keizer plotseling een menselijke, haast vertederende dimensie. Een wat tragische rol is intussen weggelegd voor Sabina, de echtgenote van Hadrianus voor wie de keizer nimmer veel genegenheid kon opbrengen.

Wat op de tentoonstelling goed uit de verf komt is de grote liefde van Hadrianus voor de Griekse kunst. Daaraan valt ook zijn baard toe te schrijven, in de oudheid gezien als een typisch Grieks attribuut. Hij was de eerste Romeinse keizer met een baard. Het leverde hem zelfs de bijnaam Greculus (Griekje) op. Ook in de Villa Adriana bij Tivoli, het uitgestrekte landgoed dat hij even buiten Rome liet optrekken, zijn veel Griekse elementen te vinden, zowel in de architectuur als in de beelden. Opper: „De boodschap was ook: Rome is de beschermheer van de Griekse erfenis, nu en in de toekomst. Daarmee verhoogde Hadrianus ook zijn eigen status.”

De villa was maar een van de imposante bouwwerken, die Hadrianus de wereld naliet. Daarnaast zijn er nog het Pantheon en een ander symbool van Rome, de Engelenburcht aan de Tiber, een enigszins megalomaan mausoleum voor de keizer zelf. Maar een passend monument voor een man aan wie het begrip bescheidenheid nimmer was besteed.

Hadrian, Empire and Conflict. T/m 26 oktober. Inl.: www.britishmuseum.org

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Hadrianus en Antinoüs

Bij het artikel Veldheer , wijze god en minnaar (26 juli, pagina 9) staat tweemaal Hadrianus afgebeeld, en niet zijn vriend Antinoüs. Hierbij het bedoelde beeld van Antinoüs uit het Louvre.