‘Schrijven is zitten blijven’

Een zomerweek van schrijver Saskia Noort (1967). Ze heeft een vrij beroep, money in the bank en rookt niet.

Donderdag 17 juli

Uit bed komen wil niet lukken. Niet alleen omdat ik twee dagen gestopt ben met roken en daarom het nut van doorgaan met leven helemaal niet meer inzie, maar ook omdat ik na drie weken luieren op Ibiza geen hersencel meer aan het werk krijg. Alle weigeren dienst na een overspannen jaar. Het lichaam, het wil slapen, roken en lui als een kat aan een mojito lurken. Maar beneden ligt een berg post waar ik al twee dagen omheen loop en staat een deprimerend lege ijskast. Twee dagen lang heb ik mijn vlucht nog kunnen rekken door het huis en de verplichtingen voorbij te lopen, maar nu is het ‘get real’ moment toch echt aangebroken. Ik heb een gezin. Werk. Administratie. Kat. Hond. Tuin. Gras. Uitpuilende wasmand. Telefoon vol berichten. Inbox vol berichten. Auto die nog steeds op winterbanden rijdt. Vriendinnen die ik gemist heb. Een accountant die al maanden wacht op administratie 2007. Vier columns, een groot verhaal en een NRC-dagboek te schrijven. En Het Boek Dat Eind November Af Moet.

En dat alles zonder sigaret.

(Katerig van avond ervoor. Blondie concert, niet roken in Paradiso. Eten in Blauw, aanrader! Uitgenodigd bij Rik Felderhof in Tanzania.)

Vrijdag

‘Hé SAS! Wij genieten zo van je boeken! We wachten met spanning op je volgende!’ ‘Wanneer komt de nieuwe?’ ‘Hoop dat er snel een opvolger komt!!!!’ Het Boek. Het Boek wacht. Eerst naar de kapper met dochterlief want mijn haar is door zon, zee en een dagelijks bad van chloor dermate verdroogd dat ik makkelijk door zou kunnen gaan voor Bonnie St. Claire. Kapper had zich verheugd op het samen roken en staat nu zielig alleen buiten, terwijl de verf mijn haarwortels binnendringt. Ze vragen naar Het Boek. Ze kunnen niet wachten! Ik ook niet!

Mijn reddende engel, steun en toeverlaat ofwel mijn gatekeeper Andrea belt de laatste aanvragen door. Of mijn zus voor de Viva geïnterviewd en gefotografeerd wil worden als zus van… Nee. Of ik een column wil schrijven over plassen voor het boekje Ik moet zo nodig uitgegeven door Depend slips…. Nee. Of ik gefotografeerd wil worden en een stukje wil schrijven voor een boekje waarvan de opbrengst is voor het dagcentrum verstandelijk gehandicapten… Nee. Of ik een masterclass thrillerschrijven wil geven… Nee. Of Gala glamourfoto’s van mij mag maken plus interview… Nee. Char? Nee. Money Matters? Nee. Het Boek Moet Geschreven Worden.

(Moet schrijven maar ga surfen op internet naar fijne vakantiebestemmingen. Tien dvd’s gekocht. Kat vangt roodborstje. We weten hem te redden maar even later sterft hij toch.

Dvd gekeken, No Country for Old Men.)

Zaterdag

Hoewel ik me had voorgenomen om vroeg op te staan om aan Het Boek te werken, of in ieder geval mijn lopende zaken af te werken opdat komende week als een leeg A4’tje voor me ligt, heb ik in een aanval van zelfmedelijden de wekker weer uitgezet om weg te zinken in een droom waarin ik een baby kreeg. Buiten is het weer om je te verhangen, zoals mijn buurvrouw zegt en ik draai me nog eens om. Ik dénk in ieder geval weer aan Het Boek. Dat is al iets. Ik denk ook aan Tanzania en Rik Felderhof en Televisie. Van alle kanten drukken mensen me op het hart niet alles er uit te flappen. ‘Als je maar niet weer begint over…’ Alsof ik daar zelf over begin. Alsof je in een tv-interview de kans krijgt zelf over iets te beginnen. De interviewer begint en bij voorkeur over iets waar ik nou net niet over wilde beginnen.

De kunst is, geen antwoord te geven op die vragen. Zegt de mediatrainer.

Gewoon jezelf blijven. Zegt ze ook.

Als ik mezelf blijf, geef ik antwoorden op alle vragen. Maar wie openhartig is in de media, ‘loopt te koop met zichzelf’. En dat doe ik. Ik heb het talent gekregen mezelf en de anderen schrijnend herkenbaar te kunnen beschrijven. En dat kreeg ik niet voor niets. Schrijven is schuren in de wonden en ik word er steeds beter in.

(Ontbijt halen met hond, boodschappen doen, Zanzibar googelen. Vriendin jarig, toepasselijk kadootje gekocht: het boek ‘Nu ik Dood ga’. Zoon naar verjaardag waar ook Nederlands kampioen Atten komt: in een teug glas bier leegdrinken. Een Atleet dus.)

Zondag

Het kan altijd erger en dat geldt zeker voor het weer. Slagregens en windstoten. Om mezelf te troosten denk ik aan mensen die nu op Camping Schoorl staan met het hele gezin, en om de dag te breken naar de Appie fietsen om daar, gehuld in uniseks regenpakken, onder het afdak om beurten aan een pak Yokimel te lurken. Dan zitten wij tenminste nog droog aan onze croissants en zachtgekookte eitjes. Het Boek, Het Boek, Het Boek, gonst het door mijn hoofd.

Dan maar resten vrolijke vakantiewas wegwerken en koffie drinken bij buurvrouw Moeder om de toestand in de wereld te bespreken. Moeder heeft weer een biologische fase, dus eten we appeltaart zonder suiker van de macrobiotische supermarkt.

Naar de film maar weer, met dochter, maar wel naar De Film. Mamma Mia. Wat een genot op een prutzomerdag. Ik zing alle liedjes mee en huil de hele tijd. You are a Dancing Queen. Dat was ik, ooit. Dochter is al gewend aan dat janken van mij en legt af en toe goedmoedig een hand op mijn arm.

(Pizza eten, hond uitlaten, wakker liggen tot zoon thuiskomt, tobben over inproductiviteit en hoe het verder moet met mijn leven. Hevige craving naar roken, bij voorkeur in combinatie met wodka, teneinde tobben te stoppen.)

Maandag

We zijn beland in een koudeput, hoor ik in het bos. Het schijnt deze week beter te worden. Ik vraag me af waarom ik niet op mijn zonnige berg ga wonen. Wat bindt mij nog aan deze koudeput? Ik heb een vrij beroep en money in the bank, hoewel ook dat momenteel in een koudeput zit. Het roer kan om. Koudeput versus zonnige berg, lijkt een makkelijke keuze. Zoon en dochter liggen tot 12 uur in bed en roepen bij het ontwaken dat ze niets te doen hebben, dat er niets in huis is en dat ze niets om aan te trekken hebben. Ik blijf stoïcijns achter pc zitten want er moet een boek, een dagboek en een verhaal voor LINDA geschreven worden. Of ze een pizza in de oven mogen doen (als ontbijt?). Of ze geld mee mogen naar de stad en wanneer we naar een pretpark gaan. Schrijven is blijven zitten. Doof en blind zijn voor de omgeving. In je fantasie uit de koudeput de zonnige berg opkruipen.

(Preken tegen zoon die gesignaleerd is op brommer, met dochter ABBA-filmpjes kijken op YouTube, kip braden, in bad om warm te worden, vroeg naar bed en lang tv kijken, vooral As the World Turns wat intellectueel verantwoord is aangezien ook Connie Palmen een trouwe kijkster is.)

Dinsdag

Er schijnt zowaar een bleek zonnetje. Dit doet wonderen voor mijn humeur. Ik begin warempel weer te werken aan Het Boek, althans, ik lees het tot nu toe geschrevene en activeer daarmee de benodigde hersencellen om er weer lol in te krijgen. Als ik schrijf, worden er geen rekeningen betaald, e-mails beantwoord, ijskasten gevuld, afschriften in mapjes gestopt, enveloppen geopend, kinderen opgevoed, wasmachines geleegd, lampen vervangen, telefoons opgenomen, banden geplakt, abonnementen opgezegd en groene bakken buitengezet. Het is dus praktisch onmogelijk om te schrijven tijdens de zomervakantie van de kinderen, die tegenwoordig zes maanden lijkt te duren, want er hangen en rekken twee pubers hier, en dat betekent dat je de aandacht geen minuut kan laten verslappen. Ik hoef me slechts even terug te trekken in mijn werkruimte en er staan al drie bevuilde borden op het aanrecht, naast een fles ketchup en een glas cola, terwijl de kat een tosti ligt te eten op mijn nieuwe bank en wanneer ik terugkeer naar mijn pc, heeft mijn dochter zich daar in pyjama verschanst, om haar filmpjes op YouTube te zetten, want haar pc heeft een virus. Om nog maar te zwijgen over de hordes vrienden en vriendinnen die hier in de tuin sigaretten staan te roken en met overslaande stemmen hun verveling uitschreeuwen. Je moet er wat voor over hebben om je puber aan huis te binden. In ieder geval dagelijkse ritjes naar de Appie om de grote monden te vullen. Maar alles beter dan het plein, waar ook gehangen en gerekt wordt, onder het genot van frikandellen en red bull.

(Auto naar garage, afspraak maken met GGD voor vaccinaties, grijze bak buiten, hotel zoeken in Tanzania, alles vol…, zoon leren pesto maken)

Woensdag 23 juli

Here comes the sun en ons buurtje verandert in een camping. Als stokstaartjes komen we naar buiten om het licht te aanschouwen en bij het leeghalen van brievenbussen en uitlaten van honden kletsen we over het fijne weer en de arrestatie van Karadzic. Wederom genoeg redenen om te spijbelen en te dralen en misschien wel een sigaret op te steken. Want hoe kan ik ooit weer schrijven zonder ritueel van koffie, peukie, koffie, peukie? Ik doe het niet. Ik eet een hele zak apenkoppen leeg en mompel mijn mantra: van roken ga je dood.

(Koffiedrinken bij buurvrouw nicht, schoonheidspecialiste, sandaal buurneefje zoeken tussen ons onkruid, schuldig voelen over toestand tuin, NRC zomerdagboek ernstig inkorten.)