Sauzenmaker

Comfort food zijn de gerechten waarmee we onszelf troosten als we verdrietig zijn. Vandaag het troostrecept van acteur en regisseur Titus Muizelaar.

‘Kijk, er is natuurlijk grand-malheur en petit-malheur. Het kleine verdriet heeft bij mij meestal te maken met een mislukte rol en er hoort een grote hoeveelheid drank en zelfmedelijden bij. En daarna, als je de kroeg bent uitgekropen, jezelf troosten bij de Febo.

Helemaal aan het andere eind van het spectrum, ligt het allerergste grand-malheur. Dan kijk ik in de spiegel en ben ik vol zelfhaat. Dan wil ik eigenlijk helemaal niet eten. Dan wil ik mezelf reinigen met sappen. Eet ik alleen crackers met verantwoorde smeerkaas.

Ik ben vrijwel altijd met eten bezig, met nadenken over combinaties, smaken, gerechten. De laatste tijd maak ik vaak deze coquilles. Het is een recept van Jonnie Boer, maar hij maakt het met andere paddestoelen, geloof ik. Het is een fantastische combinatie, je proeft zowel de aarde als de zee.

Mijn moeder was een vreselijke kok, alles wat ze maakte was uitgesproken vies. Toen ik op mijn achttiende naar de toneelschool ging en op kamers ging wonen, kreeg ik van mijn oudere zus 100 wereldrecepten van Wina Born. Daar heb ik mezelf mee leren koken. Toen ontdekte ik dat – als je een beetje je best doet – eten ook lekker kan zijn en bijzonder.

Koken heeft voor mij te maken met het bezweren van onmacht. Toen de filmregisseur Ford Coppola er niet uitkwam bij de opnames van Apocalypse Now, klom hij in een mobile kitchen en ging hij voor de hele crew staan koken, tot hij wist hoe hij verder moest. Ik snap dat volkomen. Koken is een heel goeie manier om terug te keren naar je eigen sensitiviteit. Om op een heel basale manier weer in connectie te komen met je zintuiglijkheid. Wat vind ik nou eigenlijk? Wat proef ik precies? Wat ervaar ik nu, op dit moment?

Anderen gaan daarvoor naar een psychiater. Ik ga in kookboeken bladeren en tast mijn smaakpapillen af tot ik iets vind wat me aantrekt. Het vreemde is dat ik vervolgens alles in het werk stel om het te maken, maar geen behoefte heb om het op te eten. Proeven is genoeg. Dan bel ik iemand: „Heb je zin in een parelhoentje in saliebladeren?” Ik vind altijd wel iemand om het op te eten.

Ik ben een echte sauzenmaker, een goed stuk vlees kopen en braden, dat kan iedereen. Maar dan komt het: wat eet je daarbij?

Een saus maken is als de repetitieperiode van een toneelstuk, als het maken van elk kunstwerk, waarschijnlijk. Je begint met een grote pan bouillon, dan is het een kwestie van inkoken, alle overbodige poespas weglaten, concentreren. Proeven, iets meer wijn, net iets meer peper. En zo probeer je langzaam tot een kern te komen. Tot de kern van een gevoel.”

Roos Ouwehand

Wat is uw troostgerecht en waarom? Discussieer mee op nrc.nl/troosteten