Premier Brown is dringend op zoek naar nieuw elan

De Britse premier Gordon Brown verkeert, na nog een nederlaag bij tussentijdse verkiezingen, in grote problemen. Een oplossing dient zich niet aan.

Een ontspannen zomervakantie wordt het niet voor de Britse premier Gordon Brown, die zelfs in voorspoediger tijden al een fervent nagelbijter is. Dringend moet hij proberen zijn regering op de een of andere manier nieuw elan te geven na een reeks rampzalig verlopen verkiezingen de afgelopen maanden.

Een nieuw dieptepunt, nog maar enkele weken geleden bijna onmogelijk geacht, bereikte Labour gisteren met het verlies bij de tussentijdse verkiezingen om een Lagerhuiszetel in Glasgow East. Vrijwel sinds haar oprichting was de partij in deze voormalige arbeiderswijk oppermachtig, maar de Schotse Nationale Partij, troefde Labour af.

Brown, die gisteren sprak op een partijforum in Warwick, had zijn achterban nog weinig concreets te bieden. „Heb er vertrouwen in dat we niet alleen het juiste beleid voeren”, zei hij, „maar dat, wanneer het moment daar is, we ook in staat zullen zijn de Britse bevolking daarvan te overtuigen”.

Het probleem is nu echter juist dat steeds minder Britten vertrouwen in Labour blijken te hebben. Al maanden ligt de partij in opiniepeilingen een straatlengte achter op de Conservatieven. En zelfs in Browns Schotse achterland is nu pijnlijk duidelijk dat de kiezers Labour na elf jaar moe zijn.

Als de aardverschuiving, die zich deze week in Glasgow manifesteerde, zich bij de volgende nationale verkiezingen herhaalt, wordt ook Brown zelf niet herkozen in zijn district. Een grotere afgang voor een zittende premier zou nauwelijks denkbaar zijn.

De Conservatieve leider David Cameron greep Browns jongste electorale fiasco gisteren aan om op te roepen tot vervroegde verkiezingen. Maar die zullen er voor 2010 waarschijnlijk niet komen, omdat Labour in deze moeilijke omstandigheden verkiezingen zo lang mogelijk wil uitstellen. Dat geldt niet alleen voor Brown zelf maar ook voor de Labour-parlementariërs die hun aantrekkelijke baan als volksvertegenwoordiger niet graag opofferen.

Wel zijn er sinds gisteren enkelingen binnen de partij, die zinspelen op een nieuwe leider. Een vooraanstaande vakbondsfunctionaris vond dat op het najaarscongres meerdere kandidaten om het leiderschap zouden moeten strijden. Maar veel weerklank heeft die gedachte nog niet gekregen.

De ministers in zijn kabinet, voorop minister van Financiën Alistair Darling, herhaalden in het openbaar plichtmatig dat volgens hen Brown de aangewezen man is om het land door de huidige economische moeilijkheden te loodsen. De kiezers zouden slechts hun ongenoegen over de huidige economische problemen afreageren op Brown en de partij.

Volgens de krant The Times hebben niet nader genoemde ministers Brown binnenskamers gewaarschuwd dat hij nog voor het partijcongres van dit najaar verbeteringen moet laten zien. Anders kan hij zijn biezen pakken.

De kans is niettemin groot dat Brown tot 2010 wel degelijk premier blijft. Het is immers voor Labour moeilijk te verkopen om nog eens tussentijds van leider te veranderen zonder dat het electoraat daaraan te pas komt. Juist dat gebrek aan een eigen direct democratisch mandaat heeft Browns positie sinds hij Tony Blair vorige zomer opvolgde ondermijnd. De omstandigheid dat hij er vorige herfst voor terugdeinsde om de kiezers een oordeel te laten vellen over zijn nieuwe bewind werd door zijn tegenstanders dankbaar uitgebuit.

Wat kan Brown intussen doen om de snelle neergang van zijn partij te keren? Hij zou zijn beleid kunnen aanpassen en wellicht ook zijn kabinet kunnen omvormen. Wat het beleid betreft, verkeert Brown in een lastige positie. Geld voor nieuw beleid heeft hij niet. Tijdens zijn periode als minister van Financiën heeft hij alle overschotten goeddeels besteed aan investeringen in onderwijs en gezondheidszorg. Daardoor zijn er nu in schaarsere tijden geen reserves over. Intussen wordt de druk van met name de vakbonden steeds krachtiger om hogere lonen aan werknemers bij de overheid te betalen, iets waar Brown zich tot dusverre tegen heeft verzet.

Brown laat zich het liefst zo min mogelijk aan de vakbonden gelegen liggen. Hij beschouwt hen als ouderwets en vreest dat te veel invloed van de bonden Labours electorale kansen op den duur kan schaden. Helaas voor Brown kunnen de bonden hem chanteren. Labour verkeert namelijk in grote financiële moeilijkheden en de bonden zijn op het ogenblik weer de grootste geldschieters. Zij proberen daarom nu een sociaal-economisch beleid af te dwingen dat hun leden aanstaat.

Makkelijker is wellicht om zijn kabinet te hervormen. De minister van Defensie, de Schot Des Browne, zal vermoedelijk worden geofferd, melden sommige kranten. De premier zal echter steviger moeten ingrijpen om indruk te maken op de Britten. Maar durft hij dat aan? Als Brown de laatste maanden immers iets heeft bewezen, zeggen zijn critici, dan is het dat hij een geweldige twijfelaar is. Van de nagels van de premier zal na de zomervakantie waarschijnlijk weinig meer over zijn.