Poëtische push-ups in de Prinsentuin

Op het Groningse festival Dichters in de Prinsentuin treden ook amateurs op. Regionaal talent mag een provincie naar keuze afbranden in dichtvorm.

„Nee, dit werkt niet”, zegt Nachoem M. Wijnberg na de voordracht van een gedicht droogjes, en hij bladert verder door het stapeltje A4-tjes dat voor hem ligt. „Deze maar eens proberen, al is het misschien wel wat te abstract voor vandaag.” Halverwege het vers stopt hij dan ook met voordragen. „Ze zijn allemaal óf te lang, óf te abstract.” Wijnberg zit er duidelijk niet mee dat zijn voordracht nogal schokkerig verloopt. Hij legt aan het publiek uit dat het allemaal nieuwe, ongepubliceerde verzen zijn die hij ten gehore brengt, en dat hij nog geen idee heeft hoe hij die moet brengen. Het publiek, legt hij uit, is vandaag proefdier. Dit om straks in september, na de publicatie van zijn nieuwe bundel Het leven van, bij voordrachten wél goed beslagen ten ijs te komen.

Wijnberg valt niets kwalijk te nemen, maar zijn wat laconieke optreden staat wel in schril contrast met de amateurdichters en bijna-gepubliceerde-dichters die ook op de elfde editie van het ‘literair botanisch festival’ Dichters in de Prinsentuin staan. Voor veel is het de eerste keer dat ze voordragen uit eigen werk. Van woensdag tot en met gisteren traden professionele dichters op als Hans Verhagen, Rogi Wieg en F. Starik, maar kregen bijvoorbeeld ook streekgebonden dichters de ruimte om een provincie naar keuze te kakken te zetten. „Ik als Drent zie Groningen als de best geslaagde Drentse nederzetting”, zei Marga Kool bijvoorbeeld.

Een poëziefestival waar je bijna onophoudelijk poëzie te horen krijgt, dat niet opgeleukt is met Bulgaarse fluitmuziek, West-Ghanese dans of een andere exotische cultuuruiting waar veel andere poëziemanifestaties een voorkeur voor hebben, dat is verwennerij. Overigens was er elders en op andere dagen wel muziek, van Roosbeef, of van een jazzcombo dat improviseerde op gedichten.

„Er zijn dit jaar in totaal tachtig dichters geweest, waarvan veertig professioneel en de andere veertig amateur of nog niet gepubliceerd”, aldus organisatrice Roos Custers. „En al werken we met een lachwekkend klein budget, we hebben toch weer veel grote namen bereid gevonden om voor een kleine vergoeding naar het festival te komen. Voor een dichter die ‘s avonds aan het eind van zijn optreden niet meer naar huis kan, regelen we wel een hotel, maar zoals ieder jaar brengen we ook veel ervan gewoon bij vrienden van het festival onder.”

Na een lange reeks van weemoedige, verstilde gedichten, waar zo veel Nederlandse dichters patent op hebben, is de woeste voordracht van Koos Dalstra een bevrijding. Voor aanvang was hij zich al een kwartiertje aan het voorbereiden met push-ups en strekoefeningen.

„Er! Kwam! Een! Klankexplosie!”, schalt over het veld, waarna Dalstra als een 21-eeuwse Johnny van Doorn tekeergaat. Hij had zijn toehoorders bij zijn inleiding nog zo gewaarschuwd: „Ik sta bekend als de man die het binnen zes minuten kan laten regenen!”