Planeet X komt eraan!

Maarten Keulemans verzamelt apocalyptische voorspellingen. „Het perfecte scenario is dat de man ophoudt te bestaan.”

De wereld zoals we die kennen, kan op veel manieren ophouden te bestaan. Er kan een meteoriet inslaan, een megatsunami plaatsvinden of een supervulkaan uitbarsten, waardoor de hele atmosfeer onleefbaar wordt. De aarde kan opgeslokt worden door kleine zwarte gaten, per ongeluk door wetenschappers zelf gemaakt in een experiment met een deeltjesversneller. Er kan een dodelijke ziekte uitbreken, sneller en erger dan aids of sars, waartegen de mensheid geen verweer heeft. Een combinatie van computers, robots en het internet kan bewustzijn krijgen, slimmer worden dan mensen en ons uitroeien of als slaven gaan gebruiken. Het broeikaseffect kan op hol slaan, waardoor de aarde in extreem snel tempo tot onleefbare temperaturen opwarmt. Of de geheimzinnige, bijna vergeten Planeet X, waarvan de oude Soemeriërs al wél wisten dat hij bestond, komt langs en gooit ons hele zonnestelsel overhoop.

Leuke scenario’s allemaal, maar de favoriete apocalyps van Maarten Keulemans is toch wel ‘het einde van de man’. Het stukje DNA dat een man een man maakt, het Y-chromosoom, is in de loop van de evolutie steeds kleiner geworden en heeft steeds meer genen verloren. Het zou best eens helemaal kunnen verdwijnen, en als dat te plotseling gebeurt, kan de mens zich niet meer op natuurlijke wijze voortplanten. „Het perfecte scenario”, grijnst Keulemans. „Het is leuk, het is bizar, het is gek – én het is het einde van de mensheid. Wat wil je nog meer?”

Wetenschapsjournalist Maarten Keulemans (eindredacteur van het populair-wetenschappelijke tijdschrift Natuurwetenschap & Techniek en columnist bij de Volkskrant), heeft een gezellige hobby: hij spaart eindtijdscenario’s, manieren waarop de wereld zoals we die kennen ophoudt te bestaan. Vlak na de eeuwwisseling begon hij ze te verzamelen op zijn Engelstalige website ‘Exit Mundi’ (potjeslatijn voor ‘het einde van de wereld’). „Het eind der tijden was toen heel erg in”, vertelt hij, „vanwege de millenniumbug. Computers zouden op hol slaan en alle kernraketten tegelijk worden gelanceerd... Dat soort dingen hoorde je van alle kanten. Ik vond het aardig die scenario’s op een rijtje te zetten.” En dan op een beetje vrolijke toon. „Alles wat er verder over dit onderwerp wordt geschreven, is met opgeheven vinger, en dreigend met hel en verdoemenis. Op een gegeven moment heb ik de beslissing genomen dat het gek, maf, leuk moest.”

Als wetenschapsjournalist kom je overal eindtijdscenario’s tegen, zegt Keulemans. „Je kunt Science of Nature niet openslaan zonder dat er weer iets in staat over de een of andere obscure apocalyptische ramp die ooit is gebeurd, of over de kans dat een bepaalde ontwikkeling helemaal uit de hand loopt, bijvoorbeeld bij genetische modificatie. En als je eenmaal bezig bent met eindes der tijden en apocalyptische rampen, zie je ze overal.”

Hij heeft de vijftig ‘beste scenario’s’ nu vertaald, bewerkt en gebundeld in een boek, dat ook Exit Mundi heet. Bij elk scenario is de kans aangegeven dat de ramp echt gebeurt, plus de kans om te overleven en het geschatte tijdstip. De site blijft ook bestaan; die moet hij nodig weer eens updaten. „Het aanbod wordt schaarser, de meest voor de hand liggende dingen heb ik wel gehad, maar de wetenschap blijft toch weer inzichten uitspuwen die heel apocalyptisch zijn. Er zijn bijvoorbeeld aanwijzingen dat er diep in de aardmantel spontane kernreacties plaatsvinden, en dat zou in het extreemste geval kunnen betekenen dat de aarde ontploft.” Keulemans lacht opgewekt en neemt nog eens een slokje van zijn cappuccino.

Zelf maakt hij zich er niet druk om, om het einde der tijden. In zijn boek ontkracht hij dan ook de meeste van de scenario’s – of althans, hij laat zien hoe klein de kans is dat ze uitkomen, of hoeveel miljoenen jaren het nog kan duren voor het zover is. „Toen ik ermee begon, dacht ik wel: jeetje, de wereld kan vergaan. Maar in de loop der tijd viel me op dat het wel losloopt. Neem zo’n megatsunami bij het Canarische vulkaaneiland La Palma: daar is in de wetenschap een hoop over te doen geweest. Een halve vulkaan zou heel soepeltjes de zee in glijden met een enorme vloedgolf tot gevolg. Maar voortschrijdend inzicht laat zien dat dat helemaal niet kan. Gaandeweg ben ik tot het inzicht gekomen dat we het ontzettend overdrijven met het einde der tijden.”

Dat inzicht is nog niet tot alle lezers van zijn website doorgedrongen. „Ik heb regelmatig mailcontact met mensen die denken dat de piramides door ufo’s zijn gebouwd. Of die zeggen: ja, maar God gaat de wereld wél beëindigen. Of: Planeet X komt er wél aan. Dan gooi je daar per e-mail wat argumenten tegenaan, maar dat heeft meestal geen zin.”

Hij doet wel moeite om de ergste onzin te ontkrachten. „Er circuleren foto’s op internet van een klein vlekje tussen de sterren waarvan mensen zeiden dat het Planeet X was. Die foto’s hadden ze bewerkt met een speciaal filter in Photoshop, en dan zeiden ze: kijk, er vliegen ruimteschepen omheen. Toen dacht ik: ik moet toch even heel duidelijk laten zien dat dát echt onzin is. Op internet vond ik een portretfoto, in hoge resolutie, van de Amerikaanse wiskundige Robert Bridson. Daarop heb ik precies diezelfde Photoshop-bewerkingen uitgevoerd. Dus heb ik Bridson gemaild: mag ik je foto op internet zetten om aan te tonen dat er een ruimteschip bij je oor vliegt? Nou, hij vond het fantastisch. De foto staat nog steeds op mijn site.”

Niet dat de Planeet X-aanhangers daardoor van hun geloof zijn afgevallen. „Dat is natuurlijk een kenmerk van geloof: daar kun je alles naartoe praten. Maar ik moet zeggen: ik krijg ook hartverwarmende reacties van mensen. Mensen die schrijven dat hun angst helemaal is weggeëbd toen ze mijn site lazen. Het omgekeerde komt trouwens ook voor. Ik kreeg een mailtje van een mevrouw die op internet naar een vakantiebestemming aan het zoeken was; ze wilde naar de Canarische eilanden en kwam op mijn site uit, waar ze over die megatsunami las. Toen durfde ze niet meer. Maar ik heb haar kunnen geruststellen.”

Dat lukt niet altijd. „Mensen worden vooral bang als ze lezen over het tamelijk gekmakende einde der tijden waarbij de werkelijkheid ophoudt te bestaan”, vertelt Keulemans, „en waarbij de dimensies een computersimulatie zijn, bedacht door buitenheelalse wezens.” Bij dat The Matrix-achtige scenario (kans: denkbaar; tijdstip: misschien wel over drie seconden) schrijft Keulemans dat mensen die snel bang zijn, of gevoelig voor paranoia, dat scenario misschien beter kunnen overslaan. En ja, dat meent hij serieus. „Het is een heel bekende gedachte waar je gewoon een beetje raar van wordt in je hoofd. Besta ik wel echt? Zitten wij hier wel te praten? Iedereen is daar gevoelig voor. En als je dan ook nog eens labiel bent, moet je daar toch een beetje mee uitkijken. Bij het op hol slaan van het broeikaseffect heb ik een waarschuwing op mijn website geplaatst: mensen, niet bang worden, dit is echt iets wat alleen in het allerextreemste geval gebeurt. Ik heb mailtjes gekregen van mensen die daar echt van in paniek zijn geraakt.”

Mensen hebben behoefte aan eindtijdscenario’s, daar is Keulemans van overtuigd, en daarom blijven we ze bedenken. „Volgens het structuralisme, een stroming in de sociologie, richten samenlevingen hun cultuur in aan de hand van bepaalde dichotomieën, tegenstellingen van het type wit-zwart, of licht-donker. En ik denk dat begin-einde ook zo’n tegenstelling is. We weten dat iets wat bestaat een begin heeft gehad, en dus zal het ook wel een einde hebben. Mensen voelen zich ongemakkelijk bij het idee dat alles altijd maar zou doorgaan; dat is iets wat we niet kunnen bevatten.”

Dus verzinnen we mogelijke eindes. En die passen vooral bij de tijd waarin we zelf leven. „Vroeger hingen we ons apocalyptische denken op aan de Bijbel, en nu aan de wetenschap. Ik zie de dingen die mensen verzinnen als een continuüm: aan de ene kant allerlei larie-apocalypsen, dan van alles wat deels wetenschap, deels hocus pocus is, en aan de andere kant de dingen waarvan je zeker weet dat ze ooit gaan gebeuren.” Want die zijn er wél, zegt Keulemans. „Kijk, van dingen als ijstijden, meteorietinslagen, en supervulkaanuitbarstingen weet je één ding zeker: behaalde resultaten in het verleden bieden garantie voor de toekomst. Zulke rampen gaan nog een keer gebeuren, alleen zijn ze héél zeldzaam. En iets wat eens in de honderd miljoen jaar plaatsvindt... het zou wel heel raar zijn als dat nou uitgerekend mórgen gebeurt. Daarom ben ik daar niet zo heel bezorgd over.”

Wat vindt hij zelf eigenlijk de engste scenario’s? „Ik twijfel tussen twee opties. De laatste tijd is het inzicht vanuit de geologie dat het toch wel heel akelig is als er een keer een supervulkaan uitbarst. Er zit er eentje onder het Yellowstone National Park in Amerika, in Indonesië zit er een, en misschien nog op andere plekken die we niet kennen.” Kijk, legt hij uit, een vulkaan die uitbarst, dat is iets wat we kennen. „Maar je kunt je gewoon niet voorstellen hoe het is als het hele klimaat daardoor verandert, zoals 251 miljoen jaar geleden, toen 95 procent van het zeeleven en zo’n 85 procent van de landdieren uitstierf. En 640.000 jaar geleden kwam de helft van de Verenigde Staten onder meters as te liggen, na een uitbarsting van ‘Yellowstone Park’. Het wordt geen feest om op aarde te leven als zoiets net is gebeurd.”

En zien we zo’n uitbarsting lang van tevoren aankomen? „In de praktijk niet, denk ik. Ook omdat de wetenschap zich genuanceerd opstelt. Die Yellowstonevulkaan bijvoorbeeld is sinds 2004 met zeven centimeter per jaar omhoog gegaan; dat is nog nooit zo snel gegaan in de periode dat geologen hem meten. Maar vulkanologen zullen echt niet zeggen: het einde der tijden is aangebroken. Die gaan nuanceren: dat ding zit er honderdenduizenden jaren en wij volgen hem nog geen eeuw. En dat zijn terechte armslagen.”

Goed, we wachten af. En wat is de andere enge optie? „Waar ik ook niet gerust op ben”, zegt Keulemans, „is de Borg.” Dat is een echt Star Trek-scenario: de geest van met robottechniek volgepompte mensen wordt draadloos verbonden met één centrale computer – de Borg – waardoor niemand meer een eigen wil heeft. „Het gekke is, dat is een heel uitgekauwd scenario, er zijn films over gemaakt, en omdat die films allemaal goed aflopen denk je: dat zal wel loslopen. Maar veel computerexperts zeggen: we gaan toch een kant op dat het zo kan zijn dat computers bewustzijn krijgen, dat ze slimmer worden dan mensen. En je krijgt steeds hechtere zelflerende netwerken. Het is nog nooit eerder gebeurd dat we niet de enige intelligente wezens zijn op deze planeet. De enige zelfbewuste wezens. Dat is een ontwikkeling die apocalyptische trekjes kan krijgen. Zeker als je bedenkt dat onderzoekers al heel ver zijn met de connecties tussen hersenen en machines.”

In Amerika, vertelt Keulemans, test Segway-uitvinder Dean Kamen momenteel de Luke-arm: een robotarm (genoemd naar Luke Skywalker uit Star Wars) die zelfs op het centrale zenuwstelsel kan worden aangesloten. Op internet zijn er filmpjes van te zien. „Soms hebben ze hem ook nog bedekt met van die roze ‘frubber’, dat spul dat op huid lijkt. Je weet niet wat je ziet. En er is ook een leuke ontwikkeling met oogimplantaten. Daarbij krijg je een chip in je oog die licht omzet in elektrische signalen en doorgeeft aan je visuele cortex. Prachtige techniek voor blinden. Het staat nog in de kinderschoenen; je kunt er alleen nog maar mee zien of het ergens licht of donker is. Maar het grappige is: een van die technieken gebruikt een bril met een cameraatje erin, dat signalen doorstuurt naar een chip in je oog, en die signalen naar je visuele cortex. Stel je eens voor dat je die bril thuis voor de tv neerlegt en je gaat zelf naar je werk”, zegt Keulemans enthousiast. „Of dat je zo’n brilletje aansluit op het internet.”

Maar wat heeft dat met het einde van de wereld te maken? „Nou, mensen met dat soort implantaten zouden gehackt kunnen worden, en bijvoorbeeld een nep-werkelijkheid voorgeschoteld kunnen krijgen. In maart hebben onderzoekers van drie Amerikaanse universiteiten een implanteerbare defibrillator gehackt. Ze toonden aan dat je iemands hart daarmee kunt stopzetten. Daarmee wilden ze waarschuwen dat zoiets in de toekomst kan gebeuren, zeker als die ontwikkeling met hersenimplantaten doorgaat. En dat kan apocalyptisch worden op het moment dat ‘de robots in opstand komen’ of ‘de computers zelfbewustzijn krijgen en besluiten om ons weg te vagen’.” Hij spreekt de aanhalingstekens hoorbaar uit. Grijnzend: „Of wij worden door iemand of iets gehackt en onze implantaten worden in bezit genomen. Dat kan aardig apocalyptisch zijn. Dan worden we slaven van internet. Of van een of andere schurkenstaat. Dat zijn wel dingen om in de gaten te houden.” Hij lacht er vrolijk bij.

Maarten Keulemans: Exit Mundi. Het einde van de wereld, de 50 beste scenario’s. Uitgeverij AW Bruna, 269 blz. € 16,95.