Opeens moet kernenergie het milieu redden

De klimaat-, energie- en voedselproblemen bewezen het ‘gelijk’ van activisten. Maar de ‘groene oplossing’ voor het ene probleem verergert juist het andere.

Sommige Europeanen spannen zich tijdens de zomervakantie niet in voor een betere teint, maar voor een betere wereld.

De veteranen van de Duitse antikernenergiebeweging komen bijeen in tentenkampen om plannen te beramen en demonstratief met de geigerteller te oefenen. De „vrijwillige maaiers”, de faucheurs volontaires, struinen langs Franse akkers om verboden genetisch gemanipuleerde gewassen op te sporen.

De strijd tegen atoom en supermais is al jaren een vast onderdeel van het politieke debat in Europa, maar deze zomer kan verhoogde paraatheid geen kwaad. De voorstanders van kernenergie en de pleitbezorgers van gemodificeerde gewassen hebben onverwacht een voordeel. De veelbesproken mondiale crises – energie, voedsel, klimaat – leveren hen gratis nieuwe argumenten.

Zonder groene biotechnologie kan de voedselcrisis niet opgelost worden, zeggen ondernemers en politici. Zonder kernreactoren kunnen we de klimaatverandering niet de baas, roepen voorstanders van nucleaire energie. De debatten over mais en atoom krijgen een nieuwe dynamiek.

„We worden geconfronteerd met een kritieke situatie: energiecrisis, voedselcrisis, klimaatverandering. Daarom moeten we onze dogma’s opnieuw onderzoeken”, zegt de Britse actievoerder/wetenschapsjournalist Mark Lynas. „In een wereld die razendsnel verandert is het zinloos om met een bijna religieuze aanpak je standpunten te bepalen.”

Lynas was een fervent tegenstander van kernenergie. De afgelopen jaren kwam hij geleidelijk tot de conclusie dat klimaatverandering het grotere probleem is. „Gelet op het klimaat is het gebruik van fossiele brandstoffen het stomste dat je kunt doen. Ik heb daarom liever kerncentrales dan kolencentrales, ook al kleven er nog steeds grote nadelen aan kernenergie.”

Niet elke actievoerder ziet zich, zoals Lynas, genoodzaakt van mening te veranderen, maar velen erkennen wel dat vertrouwde debatten snel een nieuwe wending krijgen. Nieuwe aanvallen dwingen, op zijn minst, tot versteviging van de verdedigingslinies.

Axel Mayer van milieuorganisatie Bund in Freiburg is in het geheel niet onder de indruk van de nieuwe argumenten pro kernenergie, maar constateert wel dat kerncentrales weer populair worden. Voor hem is het een aansporing extra actief te worden. Herman van Bekkem, campagneleider genetische manipulatie bij Greenpeace, gelooft niet dat gemodificeerde gewassen de voedselcrisis kunnen oplossen, maar constateert wel „dat het debat tegenwoordig steeds vaker over honger gaat”.

Het besef in brede kring dat klimaat, energie en voedsel zich snel tot nijpende problemen ontwikkelen was voor menig groen actiecomité een zegen. Wat jaren niet wilde lukken, lukte opeens wel. Alternatieve energiebronnen, hybride auto’s en spaarlampen wonnen, oog in oog met smeltende gletsjers en verdwaalde ijsberen, snel aan populariteit.

De mondiale crises plaatsen groene actievoerders echter ook voor nieuwe uitdagingen. Wie zich om ethische redenen verzet tegen het gesleutel aan gewassen, krijgt opeens het verwijt de oplossing van het voedselprobleem in de weg te staan. Wie zich verzet tegen kernenergie omdat nucleair afval een onverantwoord risico vormt, krijgt kritiek omdat hij bijdraagt aan een nodeloos snelle opwarming van de aarde.

Het Duitse debat over kernenergie duurt al dertig jaar, de Franse discussie over transgene gewassen al bijna vijftien jaar. Het verzet was succesvol. Duitsland besloot in 2000 om stapsgewijs uit kernenergie te stappen, Frankrijk verbood dit jaar het enige transgene gewas dat in de Europese Unie voor teelt is toegelaten. Maar niets is definitief.

De Brit Lynas is niet de enige die met hernieuwde interesse naar de verlokkingen van het atoom kijkt. In een aantal Europese landen, waaronder Groot-Brittannië, staat de bouw van nieuwe kerncentrales op het programma. Zelfs in Duitsland wordt weer hardop nagedacht over de voordelen van kernenergie, ook in regeringspartij SPD die mede aan de wieg stond van de Atomausstieg. Volgens opiniepeilingen vragen steeds meer Duitsers zich af of het stapsgewijze afscheid wel een goed idee is.

Kernenergie is aantrekkelijk, zeggen voorstanders, omdat de CO2-uitstoot lager is dan bij kolencentrales. Bovendien is het niet logisch om in een tijd van energieschaarste en extreem hoge prijzen een energiebron af te schrijven. Op lange termijn zal de vraag naar energie groot blijven omdat dichtbevolkte landen als China en India meer gaan consumeren. Op korte termijn wakkeren hoge energieprijzen in Europa de inflatie aan.

Mayer van Bund in Freiburg grinnikt. „Ik volg het nieuwe debat met enige verbijstering. We roepen al jaren dat grondstoffen schaars zijn! Men vergeet dat ook uranium schaars is. Bovendien is de hoge olieprijs een demagogisch argument: auto’s rijden niet op kernenergie.” Mayer hoopt dat de Duitse atoombeweging, die na 2000 in slaap is gesukkeld, weer zal ontwaken. De voortekenen zijn gunstig: hij mag vaker lezingen geven.

Als het gaat om kernenergie is Europa van oudsher verdeeld, de afkeer van genetisch gemodificeerde gewassen is in de hele EU groot. Tot leedwezen van de industrie houdt Europa gewassen buiten de deur die in de Verenigde Staten al jaren op grote schaal worden toegepast. Slechts eenvijfde van alle consumenten in de EU zegt voedsel van gemodificeerde gewassen te willen eten. Tegenstanders van ‘Frankensteinfood’ vinden modificatie ethisch onverantwoord, onveilig en in de praktijk onbeheersbaar.

De voedselcrisis verleent biotechnologie nieuwe glans, zegt de industrie. „We kunnen de wereld niet voeden zonder gemodificeerde gewassen,” zei Peter Brabeck, president-commissaris van voedingsmiddelengigant Nestlé onlangs in de Financial Times.

Vertegenwoordigers van de biotechindustrie formuleren voorzichtiger. „Het zou een bijdrage kunnen zijn”, zegt Medard Schoenmaeckers, woordvoerder van biotechfirma Syngenta in Bazel. Schoenmaeckers is zo voorzichtig omdat „we niet het gevoel willen geven dat we de huidige crisis voor onze doeleinden misbruiken”.

Feit blijft, zegt Schoenmaeckers, dat de vraag naar voedsel groot is en groot zal blijven. De wereldbevolking groeit. Landbouwgrond is schaars. Dus moet er per hectare meer geproduceerd worden. „Techniek is één weg om dat te bereiken, maar techniek is niet de silver bullet.”

Campagneleider Van Bekkem van Greenpeace is niet te overtuigen. Hij verwijst naar onderzoek dat aantoont dat de oogsten van sommige gemodificeerde gewassen lager zijn dan van natuurlijke gewassen. Andere gengewassen werken kwetsbare grootschalige monocultuur in de hand, bij weer andere gewassen treden onvoorziene effecten op. Daarnaast ‘besmetten’ genvelden natuurlijke velden op grote afstand. „De voedselcrisis is een gelegenheidsargument van de industrie.”

Ook Lynas, de kernenergie-bekeerling, ziet niets in gengewassen. „Als ik moest kiezen tussen massale hongersnood en gemodificeerde gewassen, dan zou ik onmiddellijk van mening veranderen. Maar dat is niet het geval.” Hij wijst er op dat genetische vervuiling niet in de hand te houden is en dat mensen niet God moeten spelen door met de natuur te knoeien.

De milieubeweging staat, zegt Lynas, voor een nieuwe uitdaging. „Het dringt nu pas tot ons door dat we gelijktijdig met verschillende problemen geconfronteerd worden die met elkaar samenhangen.” Het is daarom noodzakelijk om steeds opnieuw lastige vragen te stellen en desnoods een nieuw standpunt in te nemen. Maar dat is, zegt hij, nog niet zo eenvoudig. „Vaak is het een kwestie van geloof, niet een kwestie van rationele argumenten. Het draait vaak om de fundamentele vraag: wie zijn wij?”