Meisjes zijn even goed in wiskunde als jongens

Meisjes zijn net zo goed als jongens in het oplossen van wiskundige problemen. Dit hebben onderzoekers van de Amerikaanse Nationale Academie van Wetenschappen vastgesteld (Science online, 25 juli). Zij keken naar de sekseverschillen in prestaties van zeven miljoen Amerikaanse scholieren.

Jaarlijks worden Amerikaanse kinderen in de leeftijd van vijf tot en met achttien jaar getoetst op kennis van wiskundige feiten en eenvoudige algoritmes. Ook wordt gekeken naar hun probleemoplossend vermogen, strategisch denken en logisch redeneren.

De onderzoekers vergeleken de verschillen in prestatie tussen jongens en meisjes in 2007 met eerder onderzoek uit 1990 (Psychology Bulletin). In 1990 bleek een significant verschil in wiskundig vermogen tussen jongens en meisjes vanaf het dertiende levensjaar, het jaar dat jongens en meisjes de overstap maken naar high school. In de schooljaren voorafgaand hielden jongens en meisjes gelijke tred.

In 2007 blijken meisjes hun positie ten opzichte van jongens ook in high school vol te houden. De prestaties van jongens bleken onderling iets meer te verschillen dan die van meisjes. De onderzoekers hebben hiervoor geen verklaring.

Verder blijken meisjes wél steeds vaker technische of bèta-vervolgstudies te kiezen – maar er komen niet steeds meer vrouwen terecht in technische, wiskundige of wetenschappelijke beroepen.

De onderzoekers wijzen erop dat wetenschappers er honderd jaar geleden nog vanuit gingen dat mannen betere intellectuele capaciteiten hebben dan vrouwen. In het onderwijs en bij ouders zou dat stereotype volgens de onderzoekers nog hardnekkig zijn. Hilde van Halm