Karadzic en wij

Scheveningen wacht op Karadzic. Dat is de doorbraak waar het Joegoslavië-tribunaal om verlegen zat. In Nederland heeft zijn komst door de eigen rol in Srebrenica nog extra lading. Mogelijk draagt Karadzic immers politieke verantwoordelijkheid voor de massamoord van 1995, waarbij generaal Mladic operationeel betrokken was. De toast met kolonel Karremans staat symbool voor het fiasco in deze safe haven van de VN. Vonnissen tegen Karadzic en hopelijk ook Mladic kunnen die Hollandse geschiedenis een plaats geven.

Mede door dit specifieke verleden heeft Nederland de uitlevering van deze mannen tot prioriteit verheven. Minister Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft daarbij binnen de Europese Unie succesvol geopereerd. Samen met zijn Belgische collega eiste hij van Belgrado „volledige samenwerking” met het tribunaal. Zo niet, dan kon er geen sprake zijn dat de ‘stabilisatie- en associatieovereenkomst’ met Servië daadwerkelijk van kracht zou worden. Den Haag was hiermee trouw aan zijn eigen lijn. Aan Kroatië heeft het in 2005 soortgelijke eisen gesteld, omdat er werd getwijfeld aan de oprechtheid van Zagreb om de Kroatische ex-generaal Ante Gotovina op te sporen. Toen die twijfels weken, verzachtte Nederland zijn eisen, hoewel Gotovina toen nog niet was gearresteerd en overgedragen.

De formule „volledige samenwerking” is tot nu toe door de Tweede Kamer geïnterpreteerd als een eis aan het adres van Servië om Karadzic én Mladic aan te pakken. Maar de eerste zat maandag amper in hechtenis, of er werd een derde naam genoemd: Hadzic, de leider van de Krajina die volgens sommige geruchten in Wit-Rusland schuilt en in dat geval dus werkelijk buiten bereik van de Servische autoriteiten is.

Geen misverstand. De lijn van Verhagen is effectief geweest. Al is onduidelijk welke afspraken er in de coulissen zijn gemaakt, feit is dat de nieuwe Servische regering van liberaal-democraten en socialisten geneigd lijkt tot medewerking. Dat roept de vraag op hoe Nederland zich nu jegens Servië moet opstellen. Voor eurocommissaris Rehn is de nakende uitlevering van Karadzic reden de deur verder open te zetten. De Nederlandse regering heeft minder haast.

Dat verschil in beoordeling is oirbaar. Maar de motieven daarvoor moeten wel helder zijn. Kabinet en vooral Kamer wekken de indruk dat zij niet alleen de verantwoordelijken voor Srebrenica berecht willen zien, maar ook Servië willen blijven confronteren met die moord op 8.000 moslims.

Hopelijk wordt deze houding niet ingegeven door een verlangen naar genoegdoening voor Nederland. De regering zou het verlangen naar waarheid en gerechtigheid in het getraumatiseerde Joegoslavië schade toebrengen als ze haar eigen trauma’s onderhuids zou laten meespelen. Recht en politiek moeten juist worden gescheiden. Ook het Joegoslavië-tribunaal heeft al te veel een odium dat het zich vooral bemoeit met overwinnaarsrecht, hoe onjuist dat verwijt ook is. Kabinet en Tweede Kamer moeten niet alleen op hun eigen kompas varen. Als het Joegoslavië-tribunaal vaststelt dat Servië „volledig samenwerkt” moet Nederland zich voegen en Servië toelaten tot de wachtkamer van Europa.

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Karremans

In het hoofdredactioneel commentaar Karadzic en wij (26 juli, pagina 7) is overste Karremans ten onrechte kolonel genoemd. De commandant van Dutchbat in Srebrenica was in 1995 nog luitenant- kolonel .