Eskimo teelt aardbeien

De opwarming van de aarde zorgt rond de Noordpool voor grote veranderingen. In jagersdorpjes in Groenland moeten bewoners zich snel aanpassen. „Ik wil boer worden.”

Jager Paavia vloekt als hij zijn twee geweren wegzet tegen een muur in de huiskamer. Hij heeft net twee eidereenden uit de lucht geschoten – bedoeld als diner voor zijn vierkoppige gezin. Maar de toch al schamele vangst belandde op een plek in zee waar zo veel ijsblokken omheen lagen dat het kleine motorbootje van de jager er niet tussendoor kwam. Paavia moest toekijken hoe zijn eenden langzaam zonken. „Allemaal doordat het ijs smelt en afbrokkelt”, gromt hij. „Vroeger lagen er rond deze tijd van het jaar nooit zo veel ijsschotsen in de weg.” Het moeilijke jagersbestaan is hij zó zat, dat hij een ander bestaan overweegt. Economische alternatieven zijn er tegenwoordig namelijk genoeg in Groenland: „Ik kan natuurlijk proberen heel rijk te worden in de oliemijnen, of door toeristen rond te leiden. Maar weet je wat ik het liefst wil? Boer worden.”

Hoewel de meeste mensen Groenland associëren met een onvruchtbaar gebied vol ijzige vlaktes en niet zozeer met landelijke weilanden vol sappige grassprieten en grazende koeien, zijn de ambities van de jager wel realistisch. Terwijl klimaatveranderingen de jacht van lokale jagers op zeehonden en zeevogels steeds meer bemoeilijken, creëren ze economische alternatieven in Zuid-Groenland. Werk in de agrarische sector, bijvoorbeeld.

Voorheen importeerde Groenland de meeste voedingswaren noodgedwongen uit andere landen. De aardappels kwamen uit moederland Denemarken, de tulpen uit Nederland en de sperziebonen uit Duitsland. In een land dat voor 80 procent bedekt is met een dikke laag ijs en waar temperaturen kunnen dalen tot veertig graden onder nul, is het nu eenmaal niet makkelijk om iets te laten groeien. Het klimaat is te ruig, de grond te hard en onherbergzaam. Althans, dat was zo, tot de temperatuur in Groenland begon te stijgen en de gletsjers begonnen te smelten. Inmiddels worden op kleine schaal experimenten gedaan met het kweken van verschillende groenten in Zuid-Groenland. Landbouw en schapenhouderij werden van oudsher beoefend in het meest groene deel van het ijskoude eiland, maar de afgelopen jaren ging het steeds makkelijker door de stijgende temperatuur. Sterker nog, de aardappeloogst is nog nooit zo groot geweest als nu, en de plaatselijke schapenhoudersschool heeft dubbel zo veel aanmeldingen als er plaatsen zijn.

In Groenland voltrekt de klimaatverandering zich twee keer zo snel als in andere, niet-arctische gebieden. De alarmerende rapporten van het Klimaatpanel van de Verenigde Naties lieten er weinig twijfel over bestaan: het Groenlandse ijs smelt, en snel ook. Om een idee te krijgen: ieder jaar slinkt er een hoeveelheid Groenlands ijs die te vergelijken is met de complete hoeveelheid ijs in de Alpen, en aan de oostkust van Zuid-Groenland is het ijs in vijf jaar meer dan tien meter gesmolten. Onderzoekers deden schrikwekkende voorspellingen: binnen anderhalve eeuw kan de opwarming van de aarde zover zijn doorgezet dat de ijskap op Groenland bezwijkt.

En dat merken de Inuit, de inwoners van Groenland, nu al in hun dagelijks leven. De temperatuur van zee en lucht stijgt, en kleine stukken ijs brokkelen de Groenlandse zee in. Vooral de mensen die leven van de jacht en de visserij – en die dus afhankelijk zijn van de natuur – ondervinden enorme veranderingen. Zagen de negentig inwoners van nederzetting Eqalugaarsuit in Zuid-Groenland vroeger aan de hand van strepen in de lucht dat er storm op komst was, terwijl een lichte horizon een goede jaagdag voorspelde, nu durft niemand meer te vertrouwen op die traditionele weerkennis. De dorpsbewoners bediscussiëren iedere verdachte wolkenvorm via walkietalkies en luisteren gespannen naar het weerbericht op de radio. Echt helpen doet dat allemaal niet: het weer slaat vaker en sneller om dan vroeger, en in de kleine motorbootjes voelen de jagers zich vaak onzeker tijdens de jacht op zeehonden en vogels.

„Het weer is veranderd”, zucht jagersvrouw Athel. „Vroeger was ik nooit bang als mijn man ging jagen, ik vertrouwde erop dat hij de natuur goed kent. Nu vertrekt hij soms bij stralend weer, en dan steekt er een paar uur later ineens een storm op. Voor het eerst in mijn leven ben ik zenuwachtig als mijn man op zee is. Ik kijk de hele dag uit het raam, tot ik zijn bootje weer aan zie komen.”

Niet alleen het weer is veranderd, ook de dieren gedragen zich anders dan vroeger door de stijgende temperatuur van het zeewater. Een groepje jagers klaagt steen en been terwijl ze afkeurend naar de zee kijken: veel zeehonden hebben ze dit seizoen nog niet kunnen vangen, en de kabeljauw zwemt tegenwoordig alleen nog maar in noordelijkere, koudere gebieden. Als een gevolg daarvan werd de lokale visfabriek gesloten, wat bijna zestig inwoners hun baan kostte. Dat zorgde voor veel problemen in het jagersdorp, waar door de geïsoleerde ligging maar weinig economische alternatieven binnen handbereik zijn. De nederzetting ligt afgelegen op een klein eiland, omringd door hoge bergen en de zee. Alleen per helikopter of per boot kan de dichtstbijzijnde stad worden bereikt – mits er niet te veel ijsschotsen in de weg liggen, en als er voldoende zicht is om te kunnen vliegen. ’s Winters sneeuwt het vaak zo hard, dat de wekelijkse helikoptervluchten worden afgelast en de mensen soms weken wachten op aanvoer van nieuwe supermarktgoederen, post, of de lokale, rondvliegende arts.

Voor een nieuwe baan zullen de bewoners dus moeten verhuizen naar de grote stad. Maar velen zullen eerst een diploma moeten behalen om kans te maken op gewilde banen, want de meeste inwoners groeiden op in jagersfamilies en hebben geen hogere opleiding genoten. Voor de oude jager Otto waren de klimaatveranderingen de doorslaggevende reden om zijn kinderen wél naar een hogere school in de stad te sturen. „Ik vind het vreselijk dat ze geen jager kunnen worden, want het is een belangrijk deel van de Groenlandse cultuur. Maar het jagersleven wordt te onzeker. Voor mijn zoons zal het een hobby moeten blijven. Ze kunnen beter een diploma halen. Ik heb er geen, en dus ben ik nu werkloos.” Dat idee hebben meer ouders opgevat: recent onderzoek toont aan dat verreweg de meeste Inuit in Groenland hun kinderen afraden om te gaan jagen of vissen. Opleidingen moeten de eskimo’s volgen, talen moeten ze leren: als ze maar een vaste baan zien te krijgen, straks.

En werkplekken ontstaan er genoeg, zowel in de landbouw en het toerisme, als in een van de grootste beloften van de toekomst: de olie- en gaswinning. De Inuit volgen die nieuwe ontwikkelingen met argusogen. Wanneer Schotse oliezoekers een informatieve bijeenkomst organiseren in het stadje Qaqortoq, op een uur varen van Eqalugaarsuit, zijn alle stoelen bezet en heerst er een opgewonden stemming. „Wij komen hier om jullie werk te geven!”, roept ondernemer Ben. „Wij geloven dat er hier olie is, dat er mineralen liggen onder het ijs, en wij zijn van plan om hier veel geld te investeren om ernaar te zoeken!” De mensen in de zaal luisteren geïnteresseerd, maar blijven kritisch over zo veel optimisme.

Een oude jager staat op en schraapt zijn keel: „Olie is niet goed voor ons milieu. Wat gebeurt er straks met onze vissen?” Geen probleem, haasten de Schotten zich te zeggen, er komt straks eerst een biologisch onderzoek dat moet aantonen dat de mijnen de Groenlandse natuur niet al te erg zullen vervuilen. „Wat voor diploma heb je nodig om voor jullie te mogen werken?”, vraagt een andere bezoeker. „Ik ben nooit naar school geweest, ik kan alleen maar jagen!” Maar, aan alles is gedacht, vertellen de Schotten glimlachend. In Illulisat, een van de grotere steden in West-Groenland, wordt een speciale mijnwerkersschool opgezet die jongeren zal voorbereiden op de nieuwe toekomst van hun land. Na afloop van de bijeenkomst zijn de Schotse investeerders tevreden: „Dat poolgebied is een schatkamer als het ijs straks gesmolten is. En Groenland is nog niet ingepikt door grote jongens als Rusland, dus wij hebben hier nog alle ruimte.”

Maar die ruimte lijkt snel te worden opgevuld. Nooit eerder investeerden zo veel buitenlandse bedrijven in de potentiële mineralenschatkamer. In 2006 werden er 42 licenties afgegeven aan investeerders, het jaar erop volgden er nog 33 en steeds meer geïnteresseerde bedrijven dienen zich aan.

Of er daadwerkelijk veel geld te verdienen valt in Groenland zal de tijd uitwijzen. Hoewel enkele proefboringen stuitten op kostbare mineralen, is het vooralsnog onduidelijk hoeveel rijkdommen Groenland herbergt onder de gletsjers. Niet zo gek dus dat de blikken gespannen gericht zijn op de smeltende ijskap.

En niet alleen die van rijke oliebaronnen en handige investeerders, maar ook die van toeristen. Dankzij het smeltende ijs is er in Groenland namelijk een nieuw fenomeen ontstaan: klimaattoerisme.

Momenteel arriveren er ongeveer vijfduizend reizigers per jaar in Zuid-Groenland en het aantal toeristen stijgt gestaag. Dat biedt nieuwe economische kansen voor de Inuit. Toeristengids Jacky Simoud is blij met de opwarming van de aarde – hij verdient er goed geld aan. Sinds enkele jaren verzorgt hij wandeltochten naar de blauw gekleurde ijskap, en de laatste tijd is het aantal geïnteresseerden flink gestegen. „Ik weet niet precies hoeveel toeristen er alleen komen voor de klimaatveranderingen, maar ze vragen tegenwoordig allemaal hetzelfde”, grinnikt Simoud. „Hoe lang het ijs nog te zien zal zijn, of de zeespiegel inderdaad zes meter zal stijgen als de boel hier smelt ... Vroeger vertelde ik ook nog wel eens wat over de Inuit-cultuur, maar dat schiet er nu vaak bij in.” Ook zijn collega Tina doet weinig anders meer dan vertellen over de klimaatveranderingen. „Mensen maken zich zorgen, of ze hebben de film van Al Gore gezien en denken dat de bewoners van Groenland een soort uitstervend ras is. Mensen willen ons ijs zien voor het te laat is.”

In jagersdorpje Eqalugaarsuit kunnen de bewoners weer eens niet uitvaren door een teveel aan ijsschotsen in de zee. Binnen in de houten huisjes wachten de mensen noodgedwongen op een windhoos die de vaarroutes weer vrij zal maken. In de tussentijd maakt jager Paavia er maar het beste van. Hij oefent vast op zijn toekomstige agrarische carrière door het kweken van groenten in zijn voortuin. En dat lukt. Nou ja, soms. „Ik had vorige zomer vier aardbeien!”, vertelt de jager trots. „Mijn zoontje had nog nooit zoiets lekkers gegeten. En nu ben ik bezig met tomaten. Straks heb ik de jacht niet eens meer nodig.”