Er is wél een oplossing voor kernafval

Het is een fabeltje dat hoogradioactief afval niet veilig zou kunnen worden opgeslagen, stelt Arnout Jaspers. Berging in diepe, geologisch stabiele lagen is veilig.

Een frase als ‘er is nog altijd geen oplossing voor het kernafval’ kom je al jaren in krantenartikelen en actualiteitenprogramma’s tegen. Hij valt regelmatig te beluisteren uit de mond van zowel politici als journalisten. Merkwaardig is, dat er nooit een kritische vraag volgt als iemand dat te berde brengt: het is één van die vanzelfsprekendheden in het publieke debat die verder geen betoog behoeven, net zoals dat George Bush dom is en Balkenende een stijve hark.

In een beschouwing over het afwegen van risico’s (Vliegen zonder landingsbaan, Opiniepagina 18 juli) zette redacteur Juurd Eijsvoogel onder andere bestrijding van het broeikaseffect en kernenergie tegenover elkaar, en jawel, daar was-ie weer, op gezag dit keer van de socioloog Ulrich Beck: „Maar omdat we nog altijd niet weten wat we met het kernafval aanmoeten, is het alsof de bevolking wordt aangespoord om in een vliegtuig te stappen waarvoor nog geen landingsbaan is aangelegd.”

Zo wordt opnieuw, zonder één zakelijk argument, een belangrijke bijdrage aan een duurzamere energievoorziening afgeserveerd. Technisch zijn er ook geen argumenten waarom de eindberging van hoogradioactief afval in diepe, geologisch stabiele lagen niet veilig zou zijn. Onder de grond is ruimte genoeg, want geschikte formaties strekken zich over vele vierkante kilometers uit, ook in Nederland, en het totale volume aan hoogradioactief afval betreft per land slechts enkele zwembaden vol.

Met grote delen van de diepe ondergrond is al tientallen miljoenen jaren niets gebeurd, niet toen een meteorietinslag de dinosauriërs uitroeide, niet toen de zeespiegel 120 meter rees en daalde, niet tijdens de vele ijstijden die Europa sindsdien teisterden, en ook de komende tientallen miljoenen jaren zal daar niets gebeuren. Zeker ons geologisch onbetekenende beetje afval gaat daar niets aan veranderen: het blijft daar zitten tot er niets meer van de radioactiviteit over is. Eindberging diep onder de grond maakt het afval ook onbereikbaar voor terroristen, en de kans dat in de verre toekomst iemand per ongeluk op precies die locatie honderden meters diep gaat boren is verwaarloosbaar, aangezien er geen nuttige delfstoffen voorkomen.

Desondanks is de mantra van het onoplosbare kernafvalprobleem er door de milieubeweging zo consequent ingehamerd, dat zelfs doorgaans goed geïnformeerde mensen deze tegenwoordig gedachtenloos herhalen.

Enkele simpele feiten: Finland heeft al een locatie gekozen voor een eindberging van hoogradioactief afval in graniet, en die wordt momenteel gebouwd. In België is al jaren geleden een proeftunnel gemaakt in een diepe kleilaag. Gebleken is, dat daarin binnen enkele jaren een veilige eindberging kan worden aangelegd, zodra de politiek daartoe besluit. In Nederland hebben we ook zulke kleilagen, maar onderzoek naar een geschikte locatie is door onze regering per decreet verboden. Dat ligt politiek te moeilijk, want er zijn zowat een half miljoen Nederlanders lid van Greenpeace.

Om Becks metafoor voort te zetten: die landingsbaan ligt er gewoon en de enige reden dat er niet geland kan worden, is dat deze bezet gehouden wordt door actievoerders. De fabel dat we niet zouden weten waar en hoe we ons hoogradioactief afval veilig kunnen opbergen, is de meest succesvolle desinformatiecampagne die de milieubeweging tot nu toe georchestreerd heeft.

Arnout Jaspers is wetenschapsjournalist en fysicus.