Epodope

Wie handig epo spuit gaat vrijuit, blijkt uit onderzoek. De kritiek op de dopingcontrole zwelt aan.

‘De wielrenners die in de Tour de France op epo zijn betrapt, moeten wel erg slechte of ondeskundige ‘helpers’ hebben gehad.” Dat zegt de Zweedse hoogleraar en dopingdeskundige Bengt Saltin, in een email op antwoord van vragen van NRC Handelsblad.

Vooral de arrestatie wegens dopinggebruik van wielrenner Riccardo Ricco, na twee etappeoverwinningen, wekte verbazing. Hij had Mircera gebruikt, een nieuw soort epo die langer in het lichaam actief blijft. Dat betekent automatisch ook dat Mircera trager wordt uitgescheiden en dus langer in de urine aantoonbaar blijft. Misschien heeft Ricco gedacht, of van zijn ‘helper’ gehoord, dat hij erop kon rekenen dat Mircera net zoals oudere epo’s drie dagen na gebruik niet meer aantoonbaar is.

Hoe het ook zij: epo was opeens terug in het nieuws. De algemene indruk was dat duursporters ervanaf waren gestapt. Het risico om betrapt te worden op epo was kennelijk te groot, was het idee. De laatste dopingschandalen draaiden niet om epo maar om bloeddoping.

eigen bloed

In een nog steeds niet juridisch afgewikkeld schandaal rond de Spaanse arts Fuentes (die in 2006 werd gearresteerd) kwam aan het licht dat tientallen sporters – veel Spaanse wielrenners – eigen bloed hadden laten afnemen. Bedoeld om het tijdens een meerdaagse wedstrijd weer terug te krijgen. Een bloedtransfusie met eigen bloed verhoogt het aantal zuurstoftransporterende rode bloedcellen. En heeft daarmee ongeveer hetzelfde effect als het medicijn epo, dat het lichaam stimuleert om meer rode bloedcellen aan te maken.

Een andere prestatieverhogende mogelijkheid is een bloedtransfusie met andermans bloed. Aleksandr Vinokoerov liep in de Tour van 2007 tegen de lamp met lichaamsvreemde rode bloedcellen. De detectiemethode was verbeterd.

Epo, bloedtransfusie en ook trainen op hoogte hebben hetzelfde effect: meer rode bloedcellen. En rode bloedcellen transporteren zuurstof van de longen naar spieren die zich inspannen. De rode bloedcellen brengen het ontstane koolstofdioxide terug naar de longen. Als de spieren wel meer kunnen, maar er niet genoeg zuurstof aankomt, dan verhoogt epo/bloeddoping/hoogtestage de prestaties. In laboratoriumonderzoek is dat zonneklaar aangetoond.

Epo heet voluit erytropoëtine. Het is het hormoon dat de aanmaak van rode bloedcellen regelt. Ieder mens maakt het van nature, in de bijnierschors. Het hormoon is onderdeel van het systeem dat vanuit de nieren de samenstelling van het bloed regelt. Epo is als geneesmiddel ontwikkeld omdat bij mensen met nierschade de bloedaanmaak niet goed meer werkt. Zij hebben te weinig rode bloedcellen en daarmee ernstige bloedarmoede.

Door de bloeddopingschandalen raakte epo op de achtergrond, maar wie de wetenschappelijke literatuur over epodopingtests van de laatste jaren leest, ziet dat het makkelijk is de dopingcontroles op epo te omzeilen.

urine

In 2000 publiceerden Franse onderzoekers, met Françoise Lasne als eerste auteur, een methode om epo in urine aan te tonen. Op de Olympische Spelen van Sydney in dat jaar werd doping opgespoord met een gecombineerde urine- en bloedtest. Epo stond sinds 1990 op de dopinglijst, maar geen dopingbestrijder kon in een urinetest het verschil aantonen tussen gespoten epo en de epo die mensen in hun eigen lichaam maken

Na ‘Sydney 2000’ besloot de World Anti-Doping Agency (WADA) dat alleen de urinetest van Lasne betrouwbaar genoeg was om een straf op te leggen aan de betrapte sporter. WADA is, gesteund door het Internationaal Olympisch Comité dat vroeger de dopinglijst opstelde en de dopinglabs keurde, de hoogste dopingautoriteit ter wereld.

Met de epo-urinetest koos WADA voor een test die het epomolecuul zelf (direct) aantoont. De gevolgen van epogebruik zijn in bloed aantoonbaar, maar dat is een indirecte test. Indirecte testen liggen juridisch moeilijk. Om in politietermen te spreken: er is wel een lijk, misschien ook een moordenaar, maar geen moordwapen.

Er zijn in de Tour die morgen eindigt weliswaar weer epogebruikers gepakt, maar de epobestrijders uiten steeds luidere kritiek op WADA. Kritiek, omdat de pakkans van gebruikers zo klein is. En ook kritiek op de halsstarrigheid van WADA om geen indirecte test te accepteren.

Afgelopen maandag publiceerde Matt McGrath, wetenschapsjournalist van de Britse omroep BBC, een artikel waarin hij Deense, Zweedse en Duitse dopingdeskundigen aan het woord liet die zeiden dat de epotests falen. Dat een inventieve epogebruiker bijna nooit meer betrapt zal worden.

ontsnappen

De Zweed Bengt Saltin deed zijn zegje tegen de

“Die kritiek uit Scandinavië vind ik wel terecht”, zegt hoogleraar bewegingswetenschappen Harm Kuipers van de Universiteit Maastricht. Kuipers was wereldkampioen allroundschaatsen (1975) en is nauw betrokken bij de dopingbestrijding binnen de internationale schaatsunie ISU. “Kijk, die nieuwe epo’s geven eigenlijk niet meer of minder problemen dan de oude. Het belangrijkste punt is dat epo maar een paar dagen aantoonbaar is in de urine, maar dat het effect op de rode bloedcellen wekenlang aanhoudt. En als de sporter na de kuur doorgaat met een lage onderhoudsdosering, dan is dat slecht aantoonbaar.”

Het wetenschappelijk bewijs daarvoor werd recentelijk geleverd door een andere Scandinavische onderzoeker: Carsten Lundby (Journal of Applied Physiology, 26 juni online).

Lundby en zijn collega’s hadden acht proefpersonen. Die kregen twee weken lang, om de dag, een flinke epo-injectie, en daarna twee weken een lagere onderhoudsdosering. In de drie weken erna waren hun prestaties op de fietsergometer geheel volgens verwachting nog duidelijk verhoogd. De gedurende zeven weken frequent genomen urinemonsters gingen naar twee officiële, door WADA erkende dopinglaboratoria. Eén lab ontmaskerde geen één van de overtreders-uit-naam-van-de-wetenschap. Het andere lab betrapte in de beginweken vrijwel iedereen, maar tijdens de twee ‘onderhoudsweken’ begon de score terug te lopen. De procedure was net als bij echte dopingcontrole, behalve dat het gebruikelijk is om een ‘verdacht’ monster – waar er wel flink veel van waren – ook nog door een ander lab te laten beoordelen.

onderhoudsdosis

Nog onthullender is het experiment van Franse (weer met dopingonderzoeker Françoise Lasne) en Australische onderzoekers. Zij lieten zien hoe sporters tijdens een meerdaagse wedstrijd (als de Tour de France) ’s morgens vroeg een onderhoudsdosis epo kunnen spuiten die ’s middags, na de wedstrijd als de dopingcontrole is, eigenlijk nooit meer een positieve test oplevert. De in het onderzoek gebruikte onderhoudsdosis hielden de onderzoekers geheim. ‘Om nadoen door sporters te voorkomen’, schrijven ze in hun publicatie (Hematologica, augustus

De epo-test levert een streepjespatroon, soms duidelijk, soms vaag, dat geïnterpreteerd moet worden. Iedere epo levert een karakteristiek patroon van streepjes, bandjes. En de biotechnologisch bereide epomedicijnen wijken tot nu toe allemaal wat af van epo dat mensen zelf maken. Tot zover geen problemen.

“Maar op grond van juridische overwegingen”, zegt Kuipers, “heeft WADA gezegd wat de intensiteit van een bandje moet zijn om hem als bandje te mogen tellen. Daar zit een belangrijk probleem. Wij, of de beoordelaars, weten allemaal dat als een testuitslag ‘verdacht’ genoemd wordt, als er een serie lichte bandjes zichtbaar is, dat er dan epogebruik is. Maar na een juridische strijd die tussen advocaten en WADA is uitgevochten, is bepaald dat er dan toch geen positieve uitslag mag worden afgegeven. De Scandinavische critici zeggen volgens mij dus terecht dat ze veel positieve uitslagen krijgen als ze zelf de resultaten beoordelen.”

De combinatie met indirecte bloedtesten moet de oplossing brengen, maar WADA blijft terughoudend. Daardoor lopen nu nationale dopingbestrijders (de Franse bijvoorbeeld), een aantal sportbonden, maar ook een paar wielerploegen in het profpeloton voorop.

publicaties

Kuipers vertelt hoe de internationale schaatsbond al vanaf

In een stroom publicaties, op gang gekomen na de Olympische Spelen van Sydney, laat bijvoorbeeld de Australische onderzoeker Michael Ashenden zien dat bloedonderzoek goed te combineren is met urineonderzoek. Kuipers: “Bij de ISU hebben we inmiddels ook een goed protocol. Dat bleek vorig jaar op een WADA-conferentie van alle bonden van duursporters die met epo te maken hebben. Maar die WADA-conferentie was georganiseerd op sterk aandringen van die bonden. Ik vind dat WADA zich te veel richt op randverschijnselen in de dopingwereld. Op corticosteroïden, op insuline. Dat zijn geen belangrijke dopingmiddelen. Ze hebben nauwelijks, waarschijnlijk geen effect.”

WADA is ook erg bezig met de toekomst, met gendoping (zie kader). Maar gendoping bestaat nog niet. Epo wel. Kuipers: “Ik zeg: richt je op de middelen waar het om gaat. Epo is dan in de duursporten erg belangrijk. Nee, ze trekken zich tot nu toe niets van de kritiek aan.”