En toen telde China echt mee

Mao’s voormalige Franstalige tolk, IOC-lid He Zhenliang, wordt gezien als de man die de Spelen naar Peking haalde. Met dank ook aan zijn Spaanse baas Samaranch én Mao’s opvolger Deng, die besefte dat China goodwill kon kweken.

Op 13 juli 2001, de dag dat Peking de Olympische Spelen van 2008 kreeg toegewezen, geloofden veel Chinezen dat een wonder was geschied. Zij voelden zich eindelijk serieus genomen door de sportwereld en waren vervuld met trots. De leiders van het Internationaal Olympisch Comité waren eveneens tevreden. Hun signaal aan de wereld was duidelijk: voor het IOC is China salonfähig.

Buiten de olympische periferie was er kritiek op de keus voor Peking. Hoe zit het met de mensenrechten in China? En met de Tibetaanse en Taiwanese kwesties? Belangrijke mensenrechtenorganisaties als Amnesty International en Human Rights Watch, evenals Tibetaanse vrijheidsorganisaties, vroegen zich hardop af of een politiestaat wel de Spelen gegund hadden mogen worden. En dan was er nog de breed gedragen vrees dat de Olympische Spelen, na het Duitsland van Hitler (1936), opnieuw voor propagandadoeleinden gebruikt zouden worden.

Juan Antonio Samaranch en He Zhenliang hielden zich doof voor die kritiek en kraaiden zeven jaar geleden victorie. Zij waren de regisseurs van ‘Peking’ en meenden dat een vijfde deel van de wereldbevolking in een land dat zich economisch in recordtempo ontwikkelt, recht heeft op de Spelen. De politieke complicaties vonden zij van ondergeschikt belang. Voor Samaranch en He was de keus voor Peking ook een persoonlijke overwinning. En het resultaat van hun machinaties gedurende een vijftiental jaren, waarbij een mislukte poging om in 1993 de Spelen naar China te brengen in 2001 werd rechtgezet. Want essentieel voor het binnenhalen van de Spelen van 2008 waren de ervaringen met de mislukte kandidatuur voor de Spelen van 2000.

De Britse onderzoeksjournalist Andrew Jennings schrijft in zijn boek The New Lords Of The Rings dat Samaranch, van 1980 tot en met 2001 IOC-voorzitter, ook om megalomane redenen de Spelen naar China wilde brengen. Door het land terug te brengen bij de internationale gemeenschap meende de Spanjaard een bijdrage aan de wereldvrede te kunnen leveren en in aanmerking te komen voor de Nobelprijs voor de Vrede. Bovendien zouden volgens Jennings de overwegend Amerikaanse sponsors van het IOC de Chinese markt graag geopend zien.

He was de Chinese sleutelfiguur. Hij is al vanaf 1952 betrokken bij het Chinees olympisch comité, waarvan hij nu erevoorzitter is. De voormalige Franstalige tolk van Mao Zedong en oud-onderminister van Sport is vertrouweling van het regime. Samaranch gebruikte He als zijn Chinese liaison en zorgde ervoor dat hij ten tijde van de twee kandidaatsstellingen van Peking in het IOC-hoofdbestuur zat.

Hoe voornaam de rol van Samaranch en He ook was, het fundament onder de Olympische Spelen in China werd in de jaren tachtig gelegd door partijleider Deng Xiaoping, die na Mao de macht naar zich toetrok. Na verschillende geheime ontmoetingen met Samaranch in 1984 en 1985 gaf Deng zijn goedkeuring aan de kandidatuur van Peking voor de Spelen van 2000. Hij voerde hervormingen door en besefte dat China met de Spelen goodwill kon kweken, er economisch van kon profiteren en een brug met de rest van de wereld kon slaan.

Maar Deng zag ook politieke risico’s. Bovendien lijdt een Chinees niet graag gezichtsverlies. Jennings beschrijft in zijn boek hoe de Chinezen Samaranch voortdurend garanties vroegen. Als Chinese politici niet zeker zijn van de uitkomst, doen ze het niet. Dat is hun lijn. Waarom zouden ze het risico nemen? Samaranch wierp tegen dat de Spelen de sociaal-economische ontwikkelingen zouden versnellen. Hij verwees dan naar Zuid-Korea, dat volgens hem de vooruitgang mede heeft te danken aan de Olympische Spelen van 1988 in Seoul. Criticasters noemen dat een oneigenlijke vergelijking, omdat de Koreaanse hervormingen al lang voor de Spelen in gang zouden zijn gezet.

Vanaf het moment dat Peking werd gekandideerd voor de Spelen van 2000 stelden zowel Samarach als de Chinezen alles in het werk de IOC-leden te behagen. Dat gebeurde indertijd nog met dubieuze middelen, omdat de ethische regels pas in 2000 zijn verscherpt – na openbaarmaking van het omkoopschandaal rond de Winterspelen van Salt Lake City. In Jennings’ boek staat dat Peking gemiddeld 25.000 dollar per IOC-lid heeft uitgetrokken. Zij konden op hun inspectiereis onder andere familieleden meenemen en gratis shoppen.

In het boek wordt beschreven dat bij een bezoek van IOC-leden aan Peking van veel huizen de verwarming werd afgesloten ter voorkoming van smog. Ook werden kinderen gecharterd om verkeersborden te poetsen. Het merkwaardigste aanbod was dat alle namen van IOC-leden in de Chinese Muur gegraveerd zouden worden als Peking werd gekozen.

Samaranch op zijn beurt ‘bewerkte’ IOC-leden, maar vond weinig gehoor onder Europeanen en Amerikanen, die vooral de politieke complicaties vreesden. Van die continenten kwam ook de krachtigste kritiek met betrekking tot de mensenrechten en Tibet. Bovendien plaatsten zij vraagtekens bij de politieke stabiliteit van China en was de herinnering aan de bloedige onderdrukking van studentenprotesten op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989 nog vers. Westerse IOC-leden hadden een uitdrukkelijke voorkeur voor Sydney. De Australische stad won uiteindelijk met een verschil van twee stemmen. Maar die verkiezing bleek allerminst kosjer, omdat later aan het licht kwam dat ‘Sydney’ Afrikaanse landen met subsidies voor ontwikkelingsprogramma’s had gepaaid.

Bij de tweede kandidaatsstelling van Peking gooiden de Chinezen het vooral op een positieve beeldvorming en daarin speelde He een sleutelrol. Hij bestookte de IOC-leden met informatie over zijn land en rond IOC-vergaderingen lobbyde hij schaamteloos voor Peking. Zij moesten volgens He af van het idee dat China een ontwikkelingsland is. Hij legde de nadruk op de hervormingspolitiek en de economische groei. En hij verzekerde de IOC-leden dat de organisatie van de Spelen perfect zou zijn en dat zij met hun keus voor Peking een brug tussen China en de rest van de wereld konden slaan.

Op kritiek van IOC-leden kwam He altijd terug, met een oplossing of verzachtende argumenten dat de vooruitgang en zo zijn problemen kent. Ja, zei He, er is een verkeersprobleem, maar aan oplossingen wordt hard gewerkt. Ja, erkende He, er is een milieuprobleem, maar geef ons de tijd maatregelen te nemen. Beetje bij beetje wist He onder IOC-leden het beeld over China bij te stellen en hen ervan te overtuigen dat China stappen voorwaarts maakt en dat de Olympische Spelen een positieve invloed op democratische en sociaal-economische processen zouden hebben.

Het laatste zetje werd gegeven door de evaluatiecommissie van het IOC die sinds het bezoekverbod van IOC-leden de kandidaatssteden inspecteert en met een grondige rapportage komt. Hoewel de commissie wordt geacht neutraal te blijven, werd in bedekte termen Peking op nummer één gezet. Tot woede van concurrent Parijs, herinnert commissievoorzitter Hein Verbruggen zich. De Nederlander: ,,De Fransen namen ons vooral de strofe kwalijk dat de Spelen alleen in Peking een positieve sportieve erfenis zouden achterlaten. Zij vonden dat daaruit onomstotelijk een voorkeur sprak. En ik denk dat ik ze daarin niet hoef tegen te spreken.”

Uiteindelijk waren de IOC-leden er in meerderheid van overtuigd dat China de Spelen niet langer onthouden mochten worden. Zij hadden zich er bovendien van laten overtuigen dat de politieke complicaties weg gemasseerd konden worden met He’s adagium dat de Spelen voor China a force for good zijn. Intussen heeft het IOC die opvatting als officieel standpunt overgenomen om de criticasters tegen te spreken. Of het nu IOC-voorzitter Jacques Rogge is of Verbruggen, die voorzitter werd van de coördinatiecommissie die de organisatie van de Spelen begeleidt, keer op keer tamboereren zij op de positieve impact van de Spelen voor China.

Verbruggen zegt dat de protesten van tegenstanders als een ingecalculeerd risico worden gezien. ,,Wij weten dat organisaties als Amnesty International en Human Rights Watch de Spelen als platform gaan gebruiken. We spreken ze geregeld en weten welke acties we kunnen verwachten. Maar ik denk dat die organisaties ergens wel weten dat de Spelen een goede zaak zijn voor China, anders hadden ze wel tot een boycot opgeroepen. En de Chinese leiders beseffen heel goed dat veranderingen doorgevoerd moeten worden. Alleen is het tempo dat zij aanhouden voor het Westen te traag. Een van hen heeft al gezegd dat de Spelen op den duur ook bijdragen aan verbetering van de mensenrechten. Het was de eerste keer dat ik een Chinees het woord ‘mensenrechten’ in de mond heb horen nemen. Dat vind ik een hele stap.”

Hoewel Samaranch drie dagen voor zijn afscheid nog mocht meemaken dat de Olympische Spelen aan Peking werden toegewezen, kreeg hij niet de Nobelprijs voor de Vrede. Hij werd erevoorzitter voor het leven van het IOC en verdween in de anonimiteit. De populariteit van He in China is sinds 13 juli 2001 tot mythische vormen gestegen. Bij terugkeer in Peking werd hij opgewacht door duizenden landgenoten en honderden journalisten. Sindsdien is He in China een held en wordt zijn naam alom met respect uitgesproken. Want He Zhenliang wordt voor altijd gezien als de man die de Olympische Spelen naar China bracht.