Een zegen voor het tribunaal

Het Joegoslavië-tribunaal stond op het punt de deuren te sluiten. De berechting van Karadzic maakt het mogelijk „een schandvlek” weg te poetsen. „Hij heeft veel smoking guns achtergelaten.”

Edelachtbare, niet schuldig. Dat horen de rechters van het Joegoslavië-tribunaal het vaakst als een verdachte voor het eerst wordt voorgeleid. Als de Bosnisch-Servische ex-leider Radovan Karadzic binnenkort voor de drie rechters van Trial Chamber I van het VN-tribunaal staat, zal hij ongetwijfeld ook dat antwoord geven op de beschuldigingen tegen hem – als hij bereid is iets te zeggen. Karadzic, dichter, psychiater en ex-president van de Republika Srpska, is volgens de aanklagers een van de architecten van de etnische zuiveringen in Bosnië. Hij moet terechtstaan voor het plegen van de zwaarste misdaad: genocide.

Zijn komst is een zegen voor deze internationale rechtbank in Den Haag, in 1993 opgericht voor de vervolging van oorlogsmisdadigers uit het voormalige Joegoslavië. Twee jaar geleden overleed de tot dan belangrijkste aangeklaagde, de Servische oud-president Slobodan Milosevic, voor het einde van zijn proces in zijn Scheveningse cel. De hoop op arrestatie van een andere hoofdverdachte was al bijna vervlogen. Het tribunaal was zaken versneld aan het afronden om in 2010 de deuren te sluiten.

Dat besluit was vijf jaar geleden al genomen. De Amerikaanse regering en juristen bij de VN vonden dat verdere verdachten wel in het voormalige Joegoslavië konden worden berecht. Ze vonden het tribunaal inefficiënt en te duur. Het budget van 600.000 gulden in het eerste jaar, is gestegen tot bijna 200 miljoen euro in 2008-2009. Het tribunaal telt zestien permanente en twaalf incidenteel inzetbare rechters. In totaal werken er 1.146 mensen uit 82 verschillende landen.

Maar de opheffing van het tribunaal zonder dat Karadzic en zijn legerleider Ratko Mladic waren berecht, zou „een ernstige tekortkoming voor het nastreven van gerechtigheid” zijn geweest, zegt Theo van Boven, emeritus hoogleraar internationaal recht. Niet voor niets sprak voormalig hoofdaanklager Carla del Ponte sinds haar aantreden in 1999 elk najaar de verwachting uit dat Karadzic en Mladic nog vóór het eind van dat jaar zouden worden gearresteerd. Bij haar afscheid eind vorig jaar zei ze dat de missie van het tribunaal zonder hun berechting maar half geslaagd zou zijn. Dat de twee nog vrij rondliepen, noemde ze „een schandvlek op ons werk”.

Bij de oprichting van het Joegoslavië-tribunaal, in 1993, waren de oorlogen in Kroatië en Bosnië nog in volle gang. Dorpen werden platgebrand, de inwoners vermoord of verdreven. Sarajevo was omsingeld en werd beschoten. Honderdduizenden mensen waren op de vlucht en getuigden van moorden, martelingen en verkrachtingen. Die werkelijkheid ging schuil achter de zogenoemde ‘etnische zuiveringen’, uitgevoerd in naam van een Groot-Servië.

De internationale gemeenschap keek toe. De Verenigde Naties hadden blauwhelmen gestuurd, maar die konden binnen hun mandaat weinig doen. Nadat Britse journalisten het bestaan van concentratiekampen in Oost-Bosnië hadden gemeld, werd de roep om militair ingrijpen luider. Maar Europa was verdeeld en bleef inzetten op vredesbesprekingen. De Amerikaanse president George Bush sr. wilde geen troepen naar de Balkan sturen, hij wilde dat jaar worden herkozen. Vlak na de eerste Golfoorlog was er sowieso weinig animo om troepen te sturen naar een gebied dat voor de VS geen strategische betekenis had.

In plaats daarvan benadrukten de Amerikanen het belang van vervolging van oorlogsmisdadigers in ex-Joegoslavië. Eind 1992 zei minister van Buitenlandse Zaken Eagleburger op een conferentie al dat Milosevic, Mladic en Karadzic zich in de rechtszaal zouden moeten verantwoorden. Enkele maanden later besloot de Veiligheidsraad tot de oprichting van het tribunaal. Secretaris-generaal Boutros-Ghali verzocht Nederland het in Den Haag te mogen vestigen, en de Nederlandse regering stemde toe.

In de resolutie voor de oprichting van het Joegoslavië-tribunaal stond dat de Veiligheidsraad „vastbesloten” was misdaden in voormalig Joegoslavie „te stoppen” en maatregelen te nemen om „de daders van die misdaden voor de rechter te brengen”. Het tribunaal zou bijdragen aan „het herstel en bewaren van de vrede”.

Dat kon het tribunaal niet waarmaken. De oorlog ging door, het grootste bloedbad uit de naoorlogse geschiedenis zou nog komen. Na de val van de moslimenclave Srebrenica in Oost-Bosnië in juli 1995, werden naar schatting zevenduizend moslims door Bosnisch-Servische troepen vermoord. „De resolutie was te ambitieus geformuleerd”, zegt desgevraagd de Amerikaanse Gabrielle Kirk McDonald, een van de eerste rechters en oud-president van het tribunaal.

Het Joegoslavië-tribunaal hield lang het imago van een schaamlap die de onwil tot militair ingrijpen moest verhullen. Toch was de oprichting juridisch gezien een historische gebeurtenis. Het was de eerste keer na de Tweede Wereldoorlog dat er een speciaal gerecht kwam voor de berechting van oorlogsmisdadigers. Europese ministers hadden in 1991 geprobeerd de Iraakse leider Saddam Hussein berecht te krijgen voor de massamoord op Koerden in Noord-Irak, maar een Irak-tribunaal was er nooit gekomen.

Het was ook de eerste keer dat zo’n tribunaal niet werd opgericht door de overwinnaars van een oorlog, zoals bij het Neurenberg- en Tokio-tribunaal na de Tweede Wereldoorlog, maar door de internationale gemeenschap. Alle lidstaten van de VN waren verplicht samen te werken met het tribunaal, bijvoorbeeld door verdachten uit te leveren.

In het begin was er geen geld. Op de dag dat de eerste elf rechters werden beëdigd, droegen ze toga’s die de VN had gehuurd van een Haagse kleermaker voor 25 euro per stuk. Toen Boutros-Ghali het tribunaal bezocht, vroeg Gabrielle Kirk McDonald hem of de VN de politieke wil had om het tribunaal op te zetten. „Zijn antwoord was natuurlijk ‘ja’. Maar we hadden geen budget, we kregen alleen af en toe wat geld. ‘En niet alles in een dag uitgeven hoor’.”

Er was ook nog geen hoofdaanklager om verdachten van oorlogsmisdaden aan te klagen. De eerste aanklager die was benoemd, gaf al na 105 dagen de voorkeur aan de post van minister van Binnenlandse Zaken in zijn eigen land, Venezuela. Zonder aanklager gebeurde er weinig. „De aanklager is toch de motor van het systeem”, zegt Theo van Boven, griffier van het tribunaal in 1994. „Rechters raakten gefrustreerd. Ze zaten maar te wachten op een zaak.” De cellen die het tribunaal had gereserveerd in de gevangenis van Scheveningen, bleven leeg.

Na enkele maanden werd de Zuid-Afrikaan Richard Goldstone tot aanklager benoemd. Hij was het die in 1995 de eerste aanklachten opstelde tegen Karadzic en Mladic. Dat leverde kritiek op, hij zou er de vredesbesprekingen voor Bosnië mee frustreren. Karadzic was een van de gesprekspartners in dat overleg.

Maar ook na de komst van Goldstone bleef het moeilijk verdachten in Den Haag te krijgen. Het tribunaal had geen eigen politiemacht en was afhankelijk van de medewerking van anderen. „Servië, Montenegro en eigenlijk ook Kroatië stonden niet vooraan om mee te werken”, zegt Theo van Boven. „Zelfs de internationale vredesmacht van de VN, die toch tot taak zou kunnen hebben om mensen op te pakken, deed dat liever niet om de eigen positie niet in gevaar te brengen.”

Toen de Canadese Louise Arbour in 1996 Goldstone opvolgde, dreigde het tribunaal een mislukking te worden. Er waren nauwelijks verdachten, zij die er waren werden als ‘kleine vissen’ beschouwd. Waar bleven de generaals en de politici?

Arbour besloot een geheime lijst van verdachten op te stellen. Doordat de lijst geheim was, wisten mensen niet dat ze waren aangeklaagd, en konden ze gemakkelijker worden gearresteerd. Met de lijst zette Arbour ook NAVO-militairen in het voormalige Joegoslavië onder druk om verdachten aan te houden: als ze dat niet deden zou ze de lijst aan de pers geven, die zou dan lastige vragen stellen zoals: waarom lieten de militairen deze mensen lopen?

De geheime lijst van Arbour bracht meer en belangrijker verdachten naar Den Haag. Het Tribunaal kreeg extra cellen in de Scheveningse gevangenis. Ook nam het meer forensische experts aan om onderzoek te doen naar massagraven. Vijf jaar na de slachting onder moslims in Srebrenica stond voor het eerst een van de hoofdverantwoordelijken terecht: de Servische generaal Radislav Krstic, commandant van de Bosnisch-Servische eenheid die Srebrenica veroverde. Hij werd in hoger beroep veroordeeld tot 35 jaar cel.

In april 2001 werd Slobodan Milosevic gearresteerd in Belgrado. Carla del Ponte, die Louise Arbour was opgevolgd, besloot hem te berechten voor zowel misdaden in Bosnië als voor die in Kroatië en Kosovo. Dat was een omstreden keuze omdat dat erg veel tijd zou kosten. Critici vonden dat het proces tegen Milosevic beter alleen over de belangrijkste beschuldigingen zou kunnen gaan, of eerst alleen over Kosovo.

Hun vrees bleek terecht. De aanklagers deden er ruim twee jaar over om voor alle 66 punten van de aanklacht het bewijs tegen Milosevic uiteen te zetten. Vervolgens kreeg Milosevic, die ondanks zijn hoge bloeddruk weigerde zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat, evenveel tijd voor zijn verdediging.

Het voeren van de eigen verdediging is een fundamenteel recht van verdachten die voor het tribunaal terechtstaan. Bij Milosevic pakte het niet goed uit. In de hem toebemeten tijd hield hij politieke toespraken gericht op Servië en woedende tirades tegen het tribunaal. Hij ging niet in op de beschuldigingen tegen hem en onderwierp getuigen aan indringende kruisverhoren. Keer op keer riepen de rechters hem tot de orde, soms zetten ze zijn microfoon uit. Maar hij werd nooit uit de rechtszaal verwijderd.

De Amerikanen verweten de rechters dat zij Milosevic een podium gaven. Rechter Kirk McDonald, die toen al weg was bij het tribunaal, is van mening dat een verdachte die zichzelf verdedigt „in de hand moet worden gehouden, zonder dat hem de mond wordt gesnoerd.” Radovan Karadzic heeft via zijn advocaat in Belgrado laten weten dat hij eveneens zichzelf wil verdedigen. Kirk McDonald zegt dat hij er tijdens het proces best aan mag worden herinnerd dat hij geen jurist is, maar psychiater. „Dat is ook in zijn eigen belang.’’

In maart 2006 werd Milosevic dood gevonden in zijn Scheveningse cel. Volgens onderzoek stierf hij een natuurlijke dood. Voor het tribunaal was het bijna de genadeklap. Een zaak die al vijf jaar had geduurd en volgens een Canadese hoogleraar 250 miljoen euro had gekost, moest worden afgesloten zonder vonnis. Een van de hoofdschuldigen aan de oorlog zou nooit worden veroordeeld. Medewerkers van het tribunaal begonnen te vertrekken of uit te zien naar een andere baan, zegt de Servische journalist Mirko Klarin, hoofdredacteur van Sense News Agency dat alle processen voor het tribunaal verslaat. „Het enthousiasme was minder.” De belangrijkste overgebleven verdachten waren Karadzic en Mladic, maar zouden zij ooit worden gepakt?

Voor juristen had het Joegoslavië-tribunaal intussen al lang zijn waarde bewezen. „Het heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van het internationale strafrecht”, zegt Theo van Boven. Naar aanleiding van de gruwelen van mei 1994 in Rwanda, richtte de Veiligheidsraad een tweede tribunaal op. Het Rwanda-tribunaal zetelt in Tanzania en deelt de beroepskamer en openbare aanklager met het Joegoslavië-tribunaal. Omdat het niet logisch was wel een tribunaal te hebben voor Joegoslavië en Rwanda, en niet voor bijvoorbeeld Irak (Koeweit), Rusland (Tsjetsjenië) en Indonesië (Timor), volgde in 1998 de oprichting van een permanent internationaal strafhof, dat ook in Den Haag werd gevestigd.

Dat hof profiteerde volgens Van Boven sterk van de ervaringen bij het Joegoslavië-tribunaal. De procedures van het tribunaal zijn ontwikkeld door de rechters en sterk beïnvloed door het Angelsaksische systeem. Dat schrijft voor dat alle bewijs in openbare zittingen gepresenteerd worden, wat erg tijdrovend is. „Bij het internationale strafhof zijn de procedures vastgesteld door de staten en meer een mengeling van systemen”, zegt Van Boven. „Men heeft wel wat van het Joegoslavië-tribunaal willen leren.”

Een andere verdienste van het Joegoslavië-tribunaal is volgens rechter Kirk McDonald de morele uitstraling. „Het bestaan van het tribunaal geeft een sterk signaal af dat ernstige oorlogsmisdaden niet onbestraft blijven. Lang niet alle misdaden zijn vervolgd. Maar de kans op vervolging zorgt ervoor dat mensen als Karadzic hun macht kwijtraken. Ik ben ervan overtuigd dat het tribunaal heeft geholpen om misdaden te voorkomen.”

De Servische journalist Mirko Klarin zegt dat hij graag een uitspraak aanhaalt van Tihomir Blaskic, een Bosnisch-Kroatische generaal die in hoger beroep is veroordeeld tot negen jaar cel: ‘Het zou verschrikkelijk zijn als er geen tribunaal was, want dan zouden we nu nog steeds misdaden begaan, zonder dat ze bestraft werden’. Nee, er zat geen cynisme bij, zegt Klarin. „Hij meende het oprecht. En het is waar. In ex-Joegoslavië heerste totale straffeloosheid.” Richard Dicker van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch denkt dat zonder het tribunaal nu geen verdachten van oorlogsmisdaden zouden worden vervolgd in Bosnië, Kroatië en Servië. „Het werk gaat door in de rechtbanken daar, dat is erg belangrijk.”

Maar Theo van Boven vindt de bijdrage van het tribunaal aan „de vrede en gerechtigheid op de Balkan” beperkt. „Het tribunaal staat toch nogal ver af van de realiteit daar”, zegt hij. „Je kunt je afvragen wat voor impact het heeft om mensen in een ver oord als Den Haag te berechten.” De processen tegen de verantwoordelijken van de dictatuur in Argentinië, die in het land zelf worden gehouden, hebben volgens Van Boven een veel grotere uitwerking op de bevolking.

Als dat het criterium is, kan het tribunaal volgens Mirko Klarin beter direct worden gesloten. De inwoners van het voormalige Joegoslavië interesseren zich volgens hem nauwelijks voor het tribunaal. „De mensen hebben zo veel problemen, sociaal en economisch, het tribunaal is niet hun prioriteit. Het heeft ook te maken met escapisme. Velen willen niet weten wat er is gebeurd.”

Veel Serviërs menen bovendien dat de rechtspraak van het tribunaal vooral tegen hen gericht is, zegt Theo van Boven. „De Serviërs hebben misschien ook wel het leeuwendeel van de misdaden voor hun rekening genomen. De Groot-Serviëgedachte heeft een rol gespeeld in de agressie van vooral Servische kant. Daar kan geen twijfel over zijn. Dat heeft zich weerspiegeld in het aantal Servische verdachten.”

Maar helemaal ongelijk hebben de Serviërs niet, vindt advocaat Geert-Jan Knoops. Hij verdedigt Jovica Stanisic, het voormalig hoofd van de Servische veiligheidsdienst, wiens proces bij het tribunaal in februari is begonnen. Stanisic is aangeklaagd voor misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden. Volgens de aanklagers maakten hij en Karadzic deel uit van dezelfde criminele organisatie die tot doel had alle niet-Serviërs uit delen van Bosnië en Kroatië te verdrijven. In mei besloten de rechters het proces uit te stellen omdat Stanisic ernstig ziek is. Ook willigden zij een verzoek tot voorlopige vrijlating in. Stanisic wordt nu behandeld in Belgrado.

Het Joegoslavië-tribunaal is „ontegenzeggelijk” een politiek tribunaal, zegt Geert-Jan Knoops. „De grondslag van het Joegoslavië-tribunaal is geen onafhankelijk verdrag tussen landen, maar hoofdstuk 7 van het handvest van de Verenigde Naties. Dat gaat over ‘vredesafdwingende maatregelen’. Het tribunaal is een politiek instrument van de VN om vrede en veiligheid af te dwingen op de Balkan.”

Je ziet dat bijvoorbeeld, vindt Knoops, in de manier waarop het tribunaal als „politiek chantagemiddel” tegen Servië wordt gebruikt. De Europese Unie heeft volledige medewerking met het tribunaal als voorwaarde gesteld voor toetreding van dat land tot de Europese Unie. „Daarmee geef je een aanklager heel veel macht. Del Ponte rapporteerde vaak dat Servië niet meewerkte met het tribunaal, dus geen lid mocht worden van de EU. Terwijl Servië wél meewerkte. Verdachten werden uitgeleverd, documenten overgedragen. De aanklager is niet onafhankelijk.”

Juist die politieke druk lijkt te hebben geleid tot de uitlevering van Karadzic. Zijn arrestatie komt enkele maanden nadat in Servië een pro-Europese regering aan de macht gekomen is.

Knoops zegt dat bij het tribunaal „heel goede rechters” werken. Dat recentelijk meer verdachten zijn vrijgesproken, pleit voor hen, vindt hij. „En dat ze in zo’n politiek beladen zaak als die tegen Stanisic toch de verdachte voorlopig vrijlaten, is ook een teken van onafhankelijkheid.” Toch zal de druk om te komen tot een veroordeling volgens hem groter zijn dan bij bijvoorbeeld het Internationale Strafhof, dat stoelt op een verdrag.

De rechters van het Joegoslavië-tribunaal worden „heen en weer geslingerd tussen politieke wenselijkheid en politieke correctheid”, stelt advocaat Mischa Wladimiroff. Met politieke wenselijkheid bedoelt hij de ‘negatieve’ vooroordelen tegen de Serviërs en de ‘positieve’ vooroordelen tegen de Bosniërs en Kosovaren. Met politieke correctheid „het besef dat men in elke situatie telkens neutraal dient te blijven”.

Wladimiroff trad op in de allereerste zaak van het tribunaal, tegen de caféhouder en politie-reservist Dubetako Tadic die in hoger beroep werd veroordeeld tot twintig jaar cel. Later was Wladimiroff een van de drie ‘amici curiae’ die in opdracht van het tribunaal de belangen van Milosevic moesten behartigen. Hij is bereid Radovan Karadzic te verdedigen, heeft hij al laten weten in de pers.

Eind 1995 bezocht Wladimiroff Karadzic in Bosnië. Hij vroeg hem om een brief waarmee hij getuigen kon overhalen mee te werken. De aanklacht tegen Karadzic liep al. Karadzic zei, vertelde Wladimiroff eerder in deze krant, dat hij bereid was voor het tribunaal te verschijnen, op voorwaarde dat de rechters hem erkenden als president van de Servische Republiek. Hij vertelde Wladimiroff hoe hij zich in de rechtszaal zou gedragen: ‘Ik ga daar zitten en ik zeg niks, ik kijk ze alleen maar aan.’ Het gedrag, zei Wladimiroff, van een ‘boos jongetje’.

De Servische journalist Mirko Klarin verwacht dat het proces tegen Karadzic voor de aanklagers veel makkelijker zal zijn dan dat tegen Milosevic. Het aantal punten waarvoor Karadzic is aangeklaagd is in februari teruggebracht tot elf – al overwegen de aanklagers dit weer te herzien. Milosevic stond terecht voor 66 verschillende beschuldigingen.

In tien van de misdaden waarvoor de aanklagers Karadzic verantwoordelijk houden, zijn in andere processen al uitspraken gedaan. Dat Sarajevo werd belegerd, dat er concentratiekampen als Omarska en Keraterm waren, dat er een politiek van ‘etnische zuiveringen’ in Bosnië was en dat in Srebrenica duizenden moslimjongens en -mannen zijn vermoord, hoeft in het proces-Karadzic niet opnieuw door de aanklagers en rechters worden bepaald. Zij moeten vaststellen of Karadzic verantwoordelijk is voor die misdaden en of hij zich heeft schuldig gemaakt aan genocide.

Volgens Klarin heeft Karadzic „veel smoking guns” achtergelaten. Hij wijst op de beruchte parlementstoespraak van Karadzic waarin hij dreigde dat de moslims zouden „verdwijnen” als Bosnië zich zou afscheiden van Joegoslavië. Over het ‘verdwijnen van de moslims’ zou Karadzic vaak hebben gesproken in vele afgeluisterde telefoongesprekken, die de aanklagers in bezit hebben. „En dan zijn verklaringen na de val van Srebrenica. Voor de Bosnisch-Servische tv zei hij dat iedereen wel Mladic feliciteerde, maar dat deze operatie was bedacht en georganiseerd door generaal Krstic onder Karadzic’ commando. Het kan niet moeilijk zijn hem aan de misdaden te verbinden.”

Het bewijzen van deelname aan genocide zal het grootste probleem zijn. Klarin wijst op het vonnis tegen Karadzic’ vroegere rechterhand in de Bosnisch-Servische leiding, Momcilo Krasjisnik. Die werd veroordeeld tot 27 jaar gevangenisstraf voor onder meer het plegen van misdaden tegen de menselijkheid. Genocide achtten de rechters niet bewezen.

Kan het tribunaal de zaak tegen Karadzic afronden voor in 2010 zijn mandaat afloopt? Dat verwacht niemand. „Het is een zeer complexe zaak die vijf jaar beslaat”, zegt Geert-Jan Knoops. „De aanklagers zullen het zien als het surrogaat voor de zaak-Milosevic en alles uit de kast halen. Maar de Veiligheidsraad kan haast niet anders dan het mandaat verlengen.” Knoops hoopt dat er dan ook weer wat meer tijd komt voor andere zaken.

Mirko Klarin: „Zo heeft Karadzic, door zich met succes zo lang verborgen te houden, waarschijnlijk het leven van het tribunaal verlengd.”

Met medewerking van Cees Banning en Petra de Koning