Doorwerken

‘Ze worden trager. Ze denken langzamer en tikken minder snel de toetsen aan van hun computer”, zei professor Rudi Westendorp tegen de slijpsteen (22 juli). Maar ‘waarom zou je aan het einde van je loopbaan op je top moeten werken?’ De hoogleraar ouderengeneeskunde is 49. „Dat zie ik mezelf niet meer doen als ik 65 ben”. Kop op, professor. Dat is over zestien jaar. In 2024 is de ouderengeneeskunde nog veel verder gevorderd. Nu krijgen de mensen op hun 75ste last van kwalen en falen. „Tot die leeftijd is er niets aan de hand”. En wat dat aangaat mogen we van geluk spreken. Als de Amerikanen John McCain tot president kiezen, is de machtigste man van de wereld 72 als hij wordt geïnaugureerd. En dus 76 als hij wordt afgelost; tenzij hij zou willen bijtekenen. Dan zijn we misschien pas van hem af als hij 80 is. Niets is onmogelijk. Konrad Adenauer is tot ver in de tachtig bondskanselier van de Bondsrepubliek (West Duitsland) geweest. Het land is er niet op achteruit gegaan: Wirtschaftswunder, lid van de NAVO, totale rehabilitatie.

Minister Donner wil de pensioengerechtigde leeftijd verhogen, tot 67, misschien zelfs 70 jaar. Hels kabaal, vooral in de gratis kranten en op de blogs. Ik kan het me voorstellen. Je bent bouwvakker, van je 20ste af heb je op de steigers gestaan, je leven gewaagd, honderdduizenden stenen gevoegd, misschien meegeholpen om een bouwwerk te maken dat de eeuwen zal trotseren. Maar je bent anoniem gebleven, je hebt reumatiek, jicht, en dan hoor je dat je nog een paar jaar verder moet. Is dat niet een boodschap die de drang doet opkomen om de minister persoonlijk te lijf te gaan? En dan de andere kant: daar heb je iemand van een jaar of 55 die plezier heeft in zijn werk bij een bank of een krant maar als gevolg van de een of andere idiote miskoop of megalomane fusie zijn baan is kwijtgeraakt. Hij is energiek, solliciteert zich suf en krijgt onveranderlijk te horen dat hij te oud is. Ook hij wil zich tot de bewindsman wenden om hem een pak slaag te geven. ‘Dwing die werkgever om mij aan te nemen!’

We weten wel dat minister Donner gelijk heeft. De babyboomers gaan of zijn al met pensioen. Kreupel, doof, blind of zo gezond als een vis, dat maakt geen verschil. Ze hebben hun hele werkende leven hun pensioenpremie betaald en nu maken ze aanspraak op de revenuen. Maar dan blijkt dat er veel te veel babyboomers zijn en daarachter komt nog een horde aanstaande bejaarden. Dat valt allemaal niet meer te betalen, kreunen de jongeren. Ik herinner me een stukje in deze krant, van een columniste die zich buitengewoon kwaad maakte. Die oudjes zaten nu goede sier te maken op kosten van de hard werkenden jongeren. Schande! Ik zal de naam van dit boze meisje niet noemen. Demografen hebben het zien aankomen. Ik bewaar een mapje knipsels uit het laatste decennium van de vorige eeuw waarin de steeds sneller naderende werkelijkheid nauwkeurig beschreven staat. Lees ook Gray Dawn, van Peter G.Peterson. Verschenen in 1999.

Ergens in de vorige eeuw werd ik 62. Mijn baas deelde me mee dat ik ‘in de VUT’ moest, ‘vervroegd uittreden’, verplicht. Ik zou tot mijn 65ste gewoon worden doorbetaald, maar ik mocht niet meer met schrijven mijn geld verdienen. Daarna kon ik weer naar hartelust erop los tikken en intussen had ik plaats gemaakt voor een jong, aanstormend talent. Zo goed werd er toen voor de jongeren gezorgd. Ik zei dat ik er niet over dacht; geen haar op mijn hoofd. Er werd een vergadering belegd, met de hoofdredacteur, een onderdirecteur en ik nam een advocaat mee. Er werd een soort looping the loop constructie bedacht waardoor ik op een andere manier aan de krant verbonden bleef. Zo ben ik tot een kleine zelfstandige bejaarde geworden, dankzij de VUT die in de oorspronkelijke vorm lang geleden is afgeschaft.

Als minister Donner zijn plan wil uitvoeren, wacht hem een andere hindernis. Ongeveer een halve eeuw geleden is de moderne jongerencultuur begonnen; ik denk met de lancering van Veronica dat van een schip buiten de territoriale wateren illegaal haar mooie muziek uitzond. ‘Je bent jong en je wil wat’. Veronica maakte school. Jong zijn was op den duur niet meer een lichamelijke en geestelijke toestand; het werd een beroep. En mutatis mutandis werd het oud zijn tot een vloek waardoor je steeds eerder werd getroffen. Je kreeg een plus achter je leeftijd: 50-, 60-, 70-plusser. Had je eenmaal een plus dan kon je het wel schudden, zoals de jongeren zeggen. Het viel al mee als je het niet in je broek deed. Plussers moeten bewijzen dat ze geen aankomende halvegaren zijn. Om ze nog een beetje fit te houden worden ze in speciale speeltuinen opgeborgen of aan het ganzeborden gezet. De culturele revolutie van de afgelopen halve eeuw heeft tot onuitgesproken resultaat dat plussers als weerloos en belachelijk worden beschouwd. Het ergste is dat zo veel daarmee collaboreren. Er is maar één remedie: aan het werk!