Demente muizen leren weer beter onthouden

Muizen die tekenen van de ziekte van Alzheimer hebben, gaan binnen enkele dagen beter leren en onthouden, als ze een middel krijgen dat de metaalhuishouding in het brein verbetert. Het nieuwe stofje vermindert de voor de ziekte karakteristieke ophoping van het eiwit beta-amyloïde in de hersenen (Neuron, 10 juli).

Samenwerkende hersenonderzoekers uit Australië, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten onderzochten een nieuw middel, PBT2. Net als een al bestaand middel, clioquinol, brengt het een beter evenwicht in de verdeling van elektrisch geladen metaaldeeltjes koper en zink in en rondom zenuwcellen. Een overmaat van die metaalionen buiten de zenuwcellen leidt tot samenklontering van beta-amyloïde in het brein. De zo gevormde amyloïdeplaques lijken samen te hangen met de achteruitgang in cognitieve functies, zoals onthouden en problemen oplossen, bij Alzheimerpatiënten. Het bestaande middel, clioquinol, leek deze achteruitgang in een eerdere kleinschalige en slecht opgezette proef bij sommige Alzheimerpatiënten iets te vertragen.

Het probleem met clioquinol is dat het niet zuiver genoeg geproduceerd kan worden en dat het niet makkelijk de hersenen kan binnendringen. Die manco’s heeft het nieuwe stofje niet.

De wetenschappers onderzochten het effect van PBT2 op het geheugen en het leervermogen van twee muizenstammen, die dankzij een genetische aanpassing ook beta-amyloïde stapelen. Die muizen kunnen in de loop van hun leven steeds slechter leren. Het nieuwe middel werd vergeleken met clioquinol en met water. In een grote bak ondoorzichtig gemaakt water moesten de muizen leren op welke plek onder de waterspiegel zich een platform bevindt. Normaal gesproken zwemmen muizen na een paar keer oefenen recht naar de goede plek. De muizen met kunstmatige Alzheimer kunnen dat niet. Maar al binnen zes dagen nadat ze PBT2 gekregen hadden, onthielden ze een stuk beter waar het platform stond dan hun onbehandelde zieke broertjes en zusjes. Ze leerden zelfs sneller dan gewone muizen. Het oude middel, clioquinol, werkte minder snel en minder goed.

Al binnen enkele uren na toediening van PBT2 was er minder amyloïde in de vloeistof tussen de zenuwcellen. Ook het aantal amyloïdeplaques was sterk verminderd. In plakjes van de muizenhersenen remde het middel de vorming van amyloïde en verbeterde het de conditie en de werking van ‘lerende’ zenuwcellen. De Alzheimerverschijnselen van de modelmuizen zijn direct omkeerbaar, concluderen de onderzoekers. Binnenkort verschijnen de eerste resultaten van een proef met PTB2 bij Alzheimerpatiënten.

Niki Korteweg