De vrije natuur

Een deel van de Millingerwaard wordt al vijftien jaar niet meer beheerd. Hoe is het er nu?

Het gedeelte dat weiland is geweest, is nog zo goed als vrij van bomen en struiken. “De grasmat heeft dat tegengehouden”, denkt ecoloog Wouter Helmer, directeur van natuurontwikkelingsorganisatie ARK. Het raaigras is nu weg; een deel van het weiland is al overgenomen door zandgrondsoorten als duinriet, glad walstro, knolribzaad, geoorde zuring en kruisdistel.

Vijftien jaar geleden werd in de Millingerwaard veertien hectare boerenland langs de Waal teruggegeven aan de natuur. Behalve de hekken weghalen deden de beheerders niets. nrc Handelsblad volgde de ontwikkelingen aanvankelijk in een halfjaarlijkse serie, totdat na vijf jaar de vaart uit de ontwikkelingen raakte. Inmiddels staat er een heus bos.

De begrazing en het inwaaiende rivierzand hebben het bemeste verleden uitgewist. Op grotere afstand van de rivier staan soorten van rijkere, kleiige bodem als brandnetel, grote klis en krulzuring. Ook vinden we zwarte mosterd, een soort die in den beginne een groot deel van de maïsakker domineerde en nu met een bescheiden rol genoegen neemt.

Nu de dichte grasmat is verdwenen, kunnen struiken alsnog wortel schieten. Zonder het hele voormalige weiland uit te kammen, vinden we in ieder geval een meidoorn en een roos. Hoe het er over tien jaar kan gaan uitzien, ontwaren we in de vroegere maïsakkers. Hier stikt het van de bomen en struiken die in de eerste vijf jaar al oprukten: meidoorns, vlieren en bramen. Andere, waar na vijf jaar de eerste sporen van te zien waren, hebben zich definitief gevestigd: rode kornoelje, Gelderse roos, esdoorn, els, vogelkers en tal van wilgensoorten. En nog meer, waar tien jaar terug nog niets van te bekennen was, zoals berk, lijsterbes en es. Stammen van decimeters dik.

Destijds zei Helmer over de hop die hij aantrof: “Dat is een liaan die staat te wachten op een boom om in te klimmen.” Nu vinden we diverse meidoorns die door de hop zijn ingekapseld. Ook de clematis klautert mee. Helmer: “Die kan door zijn gewicht hele bomen omlaag halen.” Je gaat bijna verwachten dat, als we hier over tien jaar weer lopen, de bodem bezaaid ligt met slachtoffers van de clematis.

Tussen al het geboomte staan intussen de planten manshoog. De grazers, runderen en Konikpaarden, doen hier niet veel meer. Aan paden en ligplekken is te zien dat ze nog wel langskomen, maar ze houden het niet bij. Ze lopen het meeste in een nieuw toegevoegd stuk agrarisch land, dat nog voedselrijk is en makkelijk toegankelijk. “De kuddes komen wel terug”, zegt Helmer. Elders zal het minder aantrekkelijk worden en hier zal de schaduw onder de bomen zorgen voor meer ruimte. Onder de oudste vlieren en meidoorns is de eerste kale grond al te zien.

“Niet iedereen ziet dit al als bos, maar het begint wel zo”, stelt Helmer. Volgens een recente minutieuze telling zijn op de voormalige akkers inmiddels ruim drieduizend bomen te vinden van 25 soorten. Meer dan tweehonderd bomen per hectare! Daaronder zelfs een aantal zomereiken. “Dit wordt ooibos. Het mooiste bos van Nederland.” Helmer is lyrisch dat vijftien jaar na de laatste maïsoogst het gebied zo ongerept oogt.

De ontwikkeling van de vogelstand loopt in de pas. In 1995, na twee jaar al, was het aantal kieviten van zeventien paar teruggelopen naar twee. Daartegenover stond een explosieve toename van grasmus, graspieper, bosrietzanger, rietgors, veldleeuwerik, gele kwikstaart en nog veel meer soorten. In de zevende hemel was beheerder Johan Bekhuis toen medio 1996 de kwartelkoning zich manifesteerde, een wat kieskeuriger weidevogel. Bekhuis voorspelde toen de komst van bosvogels als merel, houtduif en tuinfluiter. Die zijn gekomen en bovendien de tjiftjaf, zanglijster, koekoek en zwartkop.

Als er habitat ontstaat voor de ene soort vermindert de ruimte voor de andere. Maar de Millingerwaard meet intussen zevenhonderd hectare – alle kans dat wie zich op de ene plek niet langer thuis voelt, ergens anders geschikte ruimte ziet ontstaan, door overstroming, storm of een andere oorzaak. En anders wel in een ander natuurgebied. Toen Wouter Helmer in juni de Edgar Doncker Natuurprijs ontving (zie kader) had hij in zijn dankrede kritiek op natuurbeheerders die elk binnen hun eigen hekken hun eigen doelen nastreven. In zijn ogen wordt zo de natuur in het keurslijf van onze agrarische traditie geperst.

In de Millingerwaard zal dat niet gebeuren. Het wordt nu eerst ooibos. En daarna misschien weer iets anders.